De oprichter heeft de dagelijkse leiding aan de volgende generatie overgedragen. Hij opent het kantoor niet meer, stuurt geen personeel meer aan en belt niet langer elke klant. Maar eens per maand bekijkt hij de bankstand, keurt hij een grote betaling goed en spreekt hij een belangrijke klant. Zijn agenda zegt: met pensioen. De bv kan een ingewikkelder verhaal vertellen.
Die spanning stond centraal in een uitspraak van Rechtbank Gelderland uit juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5528. De zaak betrof een gepensioneerde dga die voor 2021 een gebruikelijk loon van €12.000 bepleitte. Hij wees op de afgenomen bedrijfsactiviteiten en stelde dat hij één dag per maand werkte. De inspecteur hanteerde het bedrag voor 2021 van €47.000, inclusief de bijtelling voor de auto van de zaak.
De rechtbank accepteerde dat leeftijd kan wijzen op werken in deeltijd. Maar de oprichter had de activiteiten van de vennootschappen, zijn werkzaamheden en de tijd die hij aan elke vennootschap besteedde onvoldoende toegelicht om het lagere loon te onderbouwen.
Het bedrag van nu is anders
De €47.000 uit de uitspraak hoort bij 2021. Het is niet het bedrag van nu. Volgens de toelichting van de Belastingdienst wordt het gebruikelijk loon voor 2026 getoetst aan het hoogste van drie maatstaven: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de best betaalde werknemer van de bv of een verbonden bv, en €58.000.
Dat bedrag van €58.000 is slechts één onderdeel van de toets. Een lager bedrag kan passend zijn als een vergelijkbare dienstbetrekking dat ondersteunt en het lagere loon aannemelijk wordt gemaakt. De bedrijfsmatige vraag is of de bv het lagere loon kan verklaren uit het werk dat de dga feitelijk nog verricht.
De uitspraak uit Gelderland leert iets helders over informeel pensioen. Een oprichter kan zich oprecht en grotendeels hebben teruggetrokken. Maar als die overgang vooral in gesprekken bestaat, is de loonpositie lastig houdbaar. Een pensioendatum verandert het persoonlijke leven. Hij herschrijft niet de administratie van de bv.
Eén dag kan nog steeds veel verantwoordelijkheid dragen
Uren tellen, maar zij meten niet alles aan de rol van een oprichter. Eén dag routinematige administratie is iets anders dan één dag waarop iemand financiering goedkeurt, over een contract onderhandelt of beslist of de onderneming een belegging moet verkopen. Weinig tijd kan nog altijd gepaard gaan met veel zeggenschap.
Juist hier wordt het bij ondernemers-bv’s vaak rommelig. De oprichter ontvangt geen volledig loon meer, maar blijft bestuurder. Iemand anders leidt de operatie, terwijl de bank nog steeds de goedkeuring van de oprichter verlangt. Klantcontact is incidenteel geworden, al belt de grootste klant die persoon nog altijd als er iets misgaat.
Een verdedigbare loonpositie begint met een eerlijke beschrijving van wat er overblijft. Die kan gaan over taken, uren, beslissingsbevoegdheden, klantcontact en de persoon die het dagelijkse werk heeft overgenomen. Ook is een geloofwaardige vergelijking nodig met een dienstbetrekking die bij die afgeslankte rol past.
Bij de loonberekening schrijven dat iemand ‘één dag per maand’ werkt, is te mager als de rest van de bv nog steeds bestuurdersinvloed laat zien.
De vennootschapsstructuur moet het verhaal volgen
De vraag wordt lastiger wanneer de oprichter een holding-bv boven een werkmaatschappij bezit. Voor welke entiteit verricht hij het werk? Treedt de oprichter op voor de holding, de werkmaatschappij of meerdere deelnemingen? Managementovereenkomsten en facturen tellen mee, maar de dagelijkse werkelijkheid evenzeer.
Een in juli 2026 gepubliceerd standpunt van de Kennisgroepen van de Belastingdienst ging over een specifieke structuur met een holding-bv, een belang van 6% in een werk-bv en een reële overeenkomst van opdracht. In die structuur werkte de betrokkene uitsluitend voor de holding. De gebruikelijkloonregeling moest daarom op holdingniveau worden beoordeeld.
Het standpunt ziet op een afgebakend feitencomplex, maar de praktische waarde reikt verder. Een groep moet hetzelfde werk niet verschillend beschrijven in de loonadministratie, contracten, facturen en bestuursstukken. Als een holding managementfees berekent terwijl de oprichter persoonlijk de werkmaatschappij aanstuurt, verdient de constructie nadere bestudering. Etiketten beslissen niet waar het werk wordt verricht.
Voor een kleine familiegroep is dit governance in de meest concrete vorm. Iedereen moet weten wie beslist, wie adviseert, wie de onderneming vertegenwoordigt en welke vennootschap voor dat werk betaalt. Pensioen maakt die rollen vaak juist waziger op het moment dat de administratie meer helderheid verlangt.
Loon, dividend en kas moeten kloppen
Een laag dga-loon is geen losse keuze in de loonadministratie. Het raakt de inkomstenbelasting, de liquiditeit van de bv en het geld dat beschikbaar lijkt voor dividend of andere uitgaven. Een latere looncorrectie kan komen nadat dat geld al elders is besteed.
Neem de gepensioneerde oprichter weer voor ogen. Hij heeft zijn huishoudinkomen ingericht rond pensioenuitkeringen en een bescheiden loon. De bv beschouwt het achtergebleven geld als werkkapitaal. Een latere looncorrectie kan beide plannen verstoren, terwijl belastingrente de rekening verder verhoogt.
De zwakte zit zelden alleen in het bedrag. Vaak zijn de loonadministratie, de kasplanning en de feitelijke rol van de oprichter gebaseerd op verschillende versies van dezelfde bv.
Een rustige aanpak begint met een gedateerde beoordeling van de overgang. Uit de stukken van de bv moet blijken welke taken zijn geëindigd, welke zijn gebleven, aan wie bevoegdheden zijn gedelegeerd en hoe het loon is vastgesteld. Notulen, agenda’s, overeenkomsten, managementfacturen, arbeidsvoorwaarden en loonadministratie moeten hetzelfde verhaal ondersteunen.
Pensioen is binnen een ondernemers-bv zelden één gebeurtenis. Meestal is het een geleidelijke overdracht van besluiten, relaties en verantwoordelijkheid. De Nederlandse fiscale regels laten ruimte om de feiten van die overgang mee te wegen. Zij verwachten wel dat die feiten zichtbaar zijn.
De oprichter kan minder werken, en een lager loon kan bij die werkelijkheid passen. De beslissende stap is niet het woord pensioen in de agenda schrijven. Het is zorgen dat de bv daadwerkelijk heeft geleerd zonder de oude rol te functioneren.
Wilt u de rol van de dga, de loononderbouwing en het loondossier controleren? Wij helpen de stukken op elkaar aan te laten sluiten
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon - Taxence
- Rechtspraak - Retired DGA, continued activity and proof for a lower customary salary
- Belastingdienst - Current 2026 customary-salary threshold and routes to a lower amount
- Belastingdienst Kennisgroepen - Holding and operating-company allocation of DGA work
- Wettenbank - Statutory basis for customary salary
- Rijksoverheid, Ministry of Finance
