Een kleine ondernemermet 3.000 en het aantal banen met 8.000. Ook de werkloosheid nam af: met 17.000 tot 396.000 mensen. Volgens de voorlopige cijfers zijn er 95 vacatures per 100 werklozen. Dat ligt ver onder de 142 in het tweede kwartaal van 2022, maar van een ontspannen wervingsmarkt is nog geen sprake.
De nieuwste CBS-cijfers, gepubliceerd op 30 juli, maken duidelijk waarom die keuze niet zo eenvoudig is. In het tweede kwartaal van 2026 daalde het aantal vacaturesmet 3.000 en het aantal banen met 8.000. Ook de werkloosheid nam af: met 17.000 tot 396.000 mensen. Volgens de voorlopige cijfers zijn er 95 vacatures per 100 werklozen. Dat ligt ver onder de 142 in het tweede kwartaal van 2022, maar van een ontspannen wervingsmarkt is nog geen sprake.
Afkoeling is geen beschikbaarheid
Een lager werkloosheidscijfer kan klinken als economische kracht. Voor een werkgever die het rooster voor dinsdag moet rondkrijgen, kan het betekenen dat er juist minder geschikte mensen zijn. Het CBS registreerde in het tweede kwartaal een werkloosheidspercentage van 3,9 procent. Uit de publicatie over juni bleek ook dat een deel van de mensen die stopten met werken de arbeidsmarkt verliet , in plaats van zich direct als werkzoekende beschikbaar te stellen.
Dat onderscheid telt in de dagelijkse praktijk. Een landelijk werkloosheidscijfer zegt weinig over de vraag of er in de buurt een ervaren monteur, zorgmedewerker, kok of boekhouder beschikbaar is, de aangeboden uren wil werken en het salaris accepteert. Meer dan de helft van de openstaande vacatures bevond zich in de handel, zorg en zakelijke dienstverlening. De bouw had met 73 vacatures per 1.000 werknemersbanen de hoogste vacaturegraad.
De arbeidsmarkt heeft wat hitte verloren, maar is er niet eenvoudiger op geworden. Werkgevers hebben mogelijk minder hysterische concurrentie dan in 2022, maar moeten nog altijd met een overtuigend aanbod komen. Tegelijk maakt een afvlakkende vraag een vast dienstverband lastiger te verantwoorden. Zo kunnen beide partijen aan dezelfde tafel gaan aarzelen.
De marge per uur verdient aandacht
De personeelsbeslissing draait niet alleen om salaris. Het CBS meldde dat de contractuele loonkosten van werkgevers per uur in juni 2026 4,1 procent hoger lagen dan een jaar eerder. De cao-lonen per uur, inclusief bijzondere beloningen, stegen met 4,2 procent. Zulke brede indices wijzen op druk die veel verder reikt dan de loonstrook.
Neem een dienstverlener met tien medewerkers, die afgelopen winter de jaarcontracten heeft geprijsd. Klanten verwachten dezelfde responstijden, terwijl lonen, vervanging tijdens vakanties en wervingskosten oplopen. Eén vacature blijft open, dus de eigenaar springt zelf bij en betaalt af en toe overwerk. De omzet oogt stabiel. Maar de marge op elk geleverd uur wordt ongemerkt kleiner.
Hier moeten hr en financiën hetzelfde gesprek voeren. Het relevante getal is niet alleen de formatie. Het gaat om de volledige arbeidskosten die horen bij het verkochte werk. Tijd van de leiding, vervanging bij ziekte, bureaukosten, overwerk en vertraging door ontbrekende capaciteit horen allemaal in de berekening thuis. Een druk bedrijf kan financieel alsnog ruimte verliezen wanneer de klantprijzen zijn gebaseerd op de personeelsbezetting van vorig jaar.
Flexibele inzet krijgt een andere vorm
De cijfers over het tweede kwartaal laten ook 13.000 minder banen bij uitzendbureaus zien. Bijna 1,5 miljoen mensen hadden zelfstandig ondernemerschap als hoofdbaan, 13.000 minder dan in het vorige kwartaal. Die daling kwam volledig voor rekening van zzp'ers. Hun aantal daalt nu al zes kwartalen op rij en lag 131.000 lager dan in het vierde kwartaal van 2024.
Die verschuivingen veranderen het personeelslandschap voor kleine bedrijven. Uitzendkrachten en zzp-capaciteit hielpen ondernemingen lange tijd om onzekere vraag op te vangen. Beide routes staan nu onder druk. Een ondernemer zal steeds vaker moeten kiezen: zelf mensen aannemen, het werk anders organiseren, minder produceren of langere levertijden accepteren.
De nalevingsvraag zit in die keuze besloten. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer normaal op arbeidsrelaties. In 2026 begint een beoordeling doorgaans met een bedrijfsbezoek. Correctieverplichtingen en naheffingen loonheffingen blijven mogelijk, al beperkt de gedeeltelijke zachte landing dit jaar de algemene inzet van verzuimboetes.
Een opdrachtovereenkomst en een maandelijkse factuur bepalen de arbeidsrelatie niet vanzelf. Aansturing, de inrichting van het werk, inbedding in de onderneming, ondernemersrisico en feitelijk ondernemerschap tellen allemaal mee. Wie vaste uren werkt, kerntaken uitvoert en wordt aangestuurd als werknemer, moet kunnen uitleggen waarom de gekozen constructie past bij de dagelijkse werkelijkheid.
Eén personeelsbestand, één bedrijfsbeeld
Morgen zou ik drie overzichten naast elkaar leggen: het werk dat aan klanten is beloofd, de mensen die daadwerkelijk beschikbaar zijn en de actuele kosten van elk geleverd uur. Veel personeelsproblemen worden zichtbaar waar die drie samenkomen. Misschien is een vacature niet nodig. Misschien is de rol van een terugkerende opdrachtnemer structureel. Misschien leunt een ogenschijnlijk winstgevende klant op onbetaalde uren van de eigenaar.
Dezelfde analyse kan stillere risico's blootleggen. Overwerk kan een vaste gewoonte zijn geworden. Eén werknemer kan kennis dragen die niemand anders heeft. Een uitzendkracht kan al negen maanden hetzelfde zogenaamd tijdelijke gat vullen. Deze feiten schrijven niet één juridische of personele beslissing voor. Ze vragen wel om een eerlijke bestuursbeslissing.
Voor de werkgever aan de najaarsplanningstafel kan afwachten nog steeds verstandig zijn. Geef dat wachten dan wel een prijs, een deadline en een helder effect op klanten en medewerkers. Ook een aanstelling verdient een volledige kostprijs, niet alleen een maandelijks bruto salaris in een spreadsheet.
De Nederlandse arbeidsmarkt koelt af, maar arbeid blijft schaars waar veel kleine bedrijven die nodig hebben. Vertrouwde flexroutes worden smaller, terwijl de loonkosten blijven oplopen. Het rustige antwoord is niet: tegen elke prijs sneller werven. Het is een personeelsmodel dat past bij het werk, de marge en de feitelijke relatie met iedereen die dat werk doet.
Laten we toetsen of uw personeelsmodel nog past bij het werk, de marge, de kasstroom en uw zzp-dossiers
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Werkloosheid gedaald in tweede kwartaal 2026 | CBS
- CBS - Latest monthly labour signal
- CBS - Contractual wage and employer-cost pressure
- Belastingdienst - Classification risk and the 2026 enforcement position
- Rijksoverheid - Policy direction for zzp and low-paid independent work
- UWV - Near-term vacancy and sector outlook
- Belastingdienst
- Belastingdienst
