Stel: een werknemer bouwt na een lange ziekteperiode zijn werk geleidelijk weer op. Het aantal uren ligt vast. Het brutoloon is niet ineens veranderd. Ook de uitkering ziet er vertrouwd uit. Maar op de eerste loonstrook van 2027 staat onderaan een lager nettobedrag.
De werkgever kan alles goed hebben gedaan. Dat maakt het gesprek er niet eenvoudiger op.
De eerste Belastingdienst Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, gepubliceerd op 19 augustus 2026, licht een wijziging toe die op 1 januari ingaat. Bepaalde UWV-uitkeringen die via een werkgever worden betaald, moeten voortaan anders worden behandeld bij de berekening van de arbeidskorting. Betrokken werknemers houden doorgaans minder netto over, terwijl de werkgever niet rechtstreeks met hogere loonkosten wordt geconfronteerd.
De wijziging volgt op het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1657. De rechter zag een ongerechtvaardigd verschil in behandeling van vergelijkbare WGA-gerechtigden. Hun fiscale uitkomst kon verschillen, al naargelang UWV de uitkering rechtstreeks betaalde of via de werkgever liet lopen.
Het kabinet heeft ervoor gekozen dat verschil weg te nemen door de arbeidskorting te beëindigen voor kwalificerende uitkeringen die via de werkgever worden betaald. Daarmee is de gelijke behandeling hersteld, maar wel doordat de groep die eerder voordeel had van de betaalwijze netto minder overhoudt.
Eén betaling, twee inkomstenverhoudingen
Het lastige is dat een werknemer tegelijk loon en een uitkering kan ontvangen. Aan de buitenkant lijkt er weinig te veranderen. In de loonadministratie wordt het onderscheid juist doorslaggevend.
De kwalificerende uitkering moet worden opgenomen onder een afzonderlijke inkomstenverhouding, doorgaans afgekort tot IKV. Het lopende loon en de uitkering worden voor de loonheffing nog steeds samengevoegd. De loonadministratie moet de witte tabel toepassen op loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en de groene tabel op inkomen uit vroegere dienstbetrekking. De arbeidskorting geldt alleen voor kwalificerend loon uit tegenwoordige dienstbetrekking.
Het gaat onder meer om WAO, WAZ, Wajong, WIA-uitkeringen zoals IVA en WGA, kwalificerende Ziektewetuitkeringen, Wamil, BNO, WTV en een toeslag op grond van de Toeslagenwet. De regel geldt ook als de werkgever eigenrisicodrager is. De betaalwijze weegt zwaarder dan het opschrift op een bankafschrift.
Voor een kleine onderneming komt hier een beperkte fiscale wijziging ineens de personeelspraktijk binnen. De salarissoftware moet de twee inkomstenverhoudingen herkennen. UWV-informatie moet bij de juiste persoon terechtkomen. Het salarisbureau moet begrijpen hoe de betaling is ingericht. En iemand moet de uitkomst kunnen uitleggen zonder zich achter fiscaal jargon te verschuilen.
Ik lees dit vooral als een vraag van verantwoordelijkheid. Wie de loonadministratie uitbesteedt, besteedt de berekening uit, niet de relatie met de werknemer. Daalt het nettobedrag, dan belt die werknemer doorgaans eerst de werkgever, niet de softwareleverancier of de wetgever.
Een correcte loonstrook kan toch vertrouwen kosten
Neem een onderneming met tien werknemers en zonder HR-afdeling. Eén werknemer ontvangt via de maandelijkse loonadministratie een gedeeltelijke WGA-uitkering. De oprichter kent de afspraken over werkhervatting, de verzuimadviseur kent de uitkeringsgeschiedenis en het salarisbureau kent de codes. Niemand overziet het hele dossier.
In januari klopt de berekening technisch. Toch kan de werknemer denken dat er iets mis is gegaan. Misschien worstelt die al met een beperkte belastbaarheid en krappere financiën thuis. Een lager bedrag dat zonder waarschuwing binnenkomt, voelt dan minder als fiscale gelijkheid en meer als een onverklaarde loonsverlaging.
UWV wijst erop dat het individuele effect afhangt van de uitkering, het lopende loon, de instellingen voor heffingskortingen en de feitelijke loonberekening. Het kabinet schatte in maart 2025 dat ongeveer 11.000 uitkeringsgerechtigden een financieel effect zouden ondervinden, vooral mensen met een volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat aantal gaat over mensen, niet over werkgevers.
Landelijk oogt dat aantal misschien bescheiden. In een klein bedrijf is één getroffen werknemer geen klein onderwerp. De loonstrook is maandelijks een van de duidelijkste signalen of een werkgever zijn zaken op orde heeft en betrouwbaar is. Een verwarrende loonstrook kan dat vertrouwen aantasten, ook als ieder bedrag rechtmatig is.
De voorbereiding hoort vóór de januariverloning
De eerste bruikbare vraag is eenvoudig: betaalt de onderneming nu een UWV-uitkering of toeslag op grond van de Toeslagenwet via de eigen loonadministratie? Werkgevers zonder betaling die onder deze regeling valt, hebben voor deze specifieke wijziging geen verwerkingsplicht. Wie één betrokken geval heeft, moet de overdracht zorgvuldiger organiseren.
Een goede inventarisatie brengt vier onderdelen bijeen die vaak los van elkaar worden behandeld: de betaalafspraak met UWV, het lopende loon van de werknemer, de looncomponenten en de software-inrichting voor 2027. Het salarisbureau moet kunnen uitleggen hoe twee IKV's, twee tabellen en één samengevoegde inhoudingsberekening uitwerken.
Die uitleg moet de werknemer bereiken vóór de eerste aangepaste betaling. Het is niet nodig om al te vroeg een exact nettobedrag te voorspellen, zolang de definitieve tarieven voor 2027 nog niet beschikbaar zijn. Wel moet duidelijk zijn dat het recht op uitkering en het brutoloon gelijk kunnen blijven, terwijl de arbeidskorting anders wordt berekend.
Daar zit ook een klein, maar wezenlijk punt van bedrijfsvoering in. De onderneming moet vastleggen waarop de looninrichting is gebaseerd en wat aan de werknemer is uitgelegd. Dat is geen defensieve papierwinkel. Het is een betrouwbaar overzicht van wie de informatie heeft aangeleverd, hoe de uitkering is ingedeeld en waarom het nettobedrag veranderde.
De oprichter van onze onderneming met tien werknemers kan de landelijke regeling niet voorkomen. Wel kan die voorkomen dat de werknemer er thuis aan de keukentafel, na het openen van een loonstrook, voor het eerst mee wordt geconfronteerd.
Daar zit de eigenlijke HR-opgave achter deze fiscale wijziging. Van de werkgever wordt niet gevraagd een nieuwe heffing op te vangen. De opgave is om een correcte loonadministratie te verbinden met het juiste menselijke moment. In januari 2027 telt allebei. Een correcte berekening rekent af met de fiscus. Een helder gesprek beschermt de arbeidsrelatie.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
