Een monteur neemt iedere avond de bestelauto van de zaak mee naar huis. De werkgever laat naast de woning een laadpaal plaatsen, de leasemaatschappij regelt de installatie en de salarisadministratie vergoedt de stroom. Iedereen ziet een praktische oplossing. Niemand denkt eraan dat die laadpaal drie jaar later ineens onderwerp van een arbeidsrechtelijk gesprek kan zijn.
Het Handboek Loonheffingen van de Belastingdienst van maart 2026 biedt werkgevers een helder vertrekpunt. De plaatsing of vergoeding van een thuislaadpaal voor een elektrische auto die de werkgever ter beschikking stelt, behoort tot kostprijs niet tot het loon. Hetzelfde geldt voor noodzakelijke elektrische aanpassingen, zoals een extra groep in de meterkast of een verbruiksmeter.
A Belastingdienst ruling published on 3 August 2026 adds a newer layer. Employees with eligible home chargers may receive compensation through ERE certificates. That compensation is not wages when it relates to charging a company electric car. It can affect how much electricity the employer may reimburse.
I read this as a human resources Ik zie hierin vooral een hr-vraagstuk met een loonheffingenantwoord, en niet alleen een loonheffingenvraagstuk. Werknemer, woning, auto van de zaak en dienstverband raken met elkaar verbonden door apparatuur die vastzit aan privé-eigendom.
Dezelfde laadpaal kan in twee werelden staan
Het eerste onderscheid is eenvoudig, maar doorslaggevend: van wie is de auto?
Bij een elektrische auto die de werkgever ter beschikking stelt, valt de thuislaadpaal binnen de regels voor de auto van de zaak. De werkgever mag ook de werkelijke stroomkosten thuis vergoeden als intermediaire kosten, mits de vergoeding niet hoger is dan de daadwerkelijke uitgaven van de werknemer. De bijtelling wegens privégebruik van de auto blijft een afzonderlijke kwestie.
De positie verandert wanneer de werknemer een eigen auto oplaadt. Een afzonderlijke vergoeding voor stroom, de laadpaal of bijbehorende elektrische werkzaamheden kan loon zijn als deze boven op de onbelaste kilometervergoeding komt. De wallbox kan er precies hetzelfde uitzien, maar de uitkomst voor de loonheffingen is dat niet.
Dat verschil verdient heldere taal in het mobiliteitsbeleid. De mededeling dat de onderneming ‘thuisladen ondersteunt’ is te vrijblijvend als de ene werknemer in een leaseauto rijdt en de andere een kilometervergoeding voor zijn eigen auto ontvangt.
Kleine werkgevers regelen dit soort zaken vaak per persoon. De eerste werknemer krijgt via de leasemaatschappij een installatiepakket. De tweede heeft al zonnepanelen. De derde vraagt een vast tarief per kilowattuur. Losse oplossingen lijken redelijk, totdat de salarisadministratie moet uitleggen waarom vergelijkbare werknemers verschillend worden behandeld.
Stroom is niet langer één eenvoudige vergoeding
Een werkgever mag de werkelijke stroomkosten voor het laden van een auto van de zaak vergoeden. De officiële benadering gaat uit van de integrale kostprijs per kilowattuur. Daarin zitten de relevante variabele en vaste energiekosten. Ook een evenredig deel van de afschrijving op zonnepanelen kan meetellen.
Een landelijk gemiddelde stroomtarief beslecht geen individuele regeling. Energiecontracten van huishoudens verschillen, net als vaste kosten, opbrengsten uit zonnepanelen en verbruik. De werkgever heeft daarom een verdedigbaar verband nodig tussen de laadregistratie en de integrale kostprijs van het huishouden.
Er is nog een route. Werkgever en werknemer kunnen een zakelijke overeenkomst sluiten voor doorlevering van elektriciteit. Het tarief en de looptijd moeten op het moment van sluiten zakelijk zijn. Dat kan de maandelijkse administratie voorspelbaarder maken, maar de werkgever doet er goed aan datum, looptijd en zakelijke onderbouwing van het tarief te bewaren.
De ERE-vergoeding voegt een derde geldstroom toe. Het huishouden ontvangt een energierekening, de werkgever betaalt een vergoeding en de laadvoorziening kan certificaatinkomsten opleveren. Vergoedt de werkgever de werkelijke kosten, dan verlaagt die certificaatvergoeding de integrale stroomkostprijs per kilowattuur. Bij een zakelijke overeenkomst voor doorlevering kan zij buiten de overeengekomen berekening blijven.
Voor de monteur met de bestelauto gaat het dus niet meer alleen om het aantal kilowatturen op de laadregistratie. De salarisadministratie moet weten welke vergoedingsmethode geldt en of certificaatinkomsten het bedrag beïnvloeden.
Bij uitdiensttreding blijken de verborgen afspraken
Het lastige gesprek komt vaak pas als de werknemer vertrekt, verhuist of een andere auto krijgt. De laadpaal zit nog steeds aan de woning vast. Van wie is die eigenlijk, en mag iemand hem terughalen?
Het Nederlandse goederenrecht kan ertoe leiden dat de eigenaar van de woning door natrekking eigenaar wordt, afhankelijk van de installatie en de bedoeling dat deze duurzaam ter plaatse blijft. Een opstalrecht kan het eigendom juist bij een leasemaatschappij houden. De uitkomst hangt af van de installatie, het doel en de contractuele structuur.
Ook de loonheffingen bij vertrek hangen af van wat partijen eerder hebben afgesproken. Als de werknemer bij plaatsing al eigenaar werd van de laadpaal en geen terugnamebeding gold, levert het laten hangen ervan op dat moment geen nieuw voordeel op. Had de werkgever wel een recht op terugname en ziet hij daar later van af, dan kan de resterende waarde een arbeidsgerelateerd voordeel vormen.
Hier kan een vriendelijk, praktisch besluit ongemakkelijk uitpakken. Hr denkt misschien dat de laadpaal van de werknemer is, finance heeft hem als bedrijfsmiddel geboekt en het leasecontract zegt iets anders. Het exitgesprek is een slecht moment om die drie lezingen naast elkaar te leggen.
Eén regeling die iedereen begrijpt
Een kleine onderneming heeft geen dik mobiliteitshandboek nodig. Wel is een gezamenlijk beeld nodig van wat precies is afgesproken.
Een bruikbare inventarisatie begint met iedere thuislaadpaal die is gekoppeld aan een auto van de zaak. Per regeling moet de werkgever vaststellen om welke auto, werknemer, adres, betalende partij, beoogde eigenaar en vergoedingsmethode het gaat. De afspraken moeten ook voorzien in verhuizing, vervanging van de auto, het einde van het leasecontract en het einde van het dienstverband.
De salarisadministratie heeft laaddata nodig die passen bij de gekozen methode. Finance moet weten of zij werkelijke kosten betaalt of een overeengekomen zakelijk tarief. Hr heeft afspraken nodig die openlijk met de werknemer kunnen worden besproken. Een eventuele ERE-vergoeding hoort een vast omschreven plaats te krijgen in diezelfde regeling.
De monteur hoeft niet ieder fiscaal detail te begrijpen. Hij heeft wel recht op een duidelijk antwoord op de vraag wat er bij hem thuis wordt geplaatst, hoe de stroom wordt betaald en wat er later gebeurt.
De laadpaal zelf is zelden het echte probleem. De moeilijkheden ontstaan in de ruimte tussen een leaseopdracht, een loonstrook, een energieberekening en een arbeidsovereenkomst. Dicht die kieren terwijl de arbeidsrelatie nog goed is. Dan blijft thuisladen wat het aanvankelijk voor iedereen moest zijn: een praktische manier om de auto rijdend te houden.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
