Een BV met activa kan ondanks winstgevende leasing toch onverwacht vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.
De koper heeft de prognose voor zich op tafel. Iedere maand komen leasebetalingen van groepsmaatschappijen binnen. De BV bezit de bedrijfsmiddelen, de activa hebben een duidelijke functie en het fiscale overzicht vermeldt aanzienlijke verliezen uit het verleden.
De rekensom lijkt eenvoudig. Toekomstige winst wordt lager, de belastingdruk blijft beperkt en de overnameprijs ziet er aantrekkelijker uit. Tot iemand vraagt wat voor verliezen het eigenlijk zijn.
Die vraag kan de transactie veranderen. Een verlies in een fiscaal overzicht is niet vanzelfsprekend verrekenbaar met iedere latere winst. Kennisgroepstandpunt KG:011:2026:5 van de Belastingdienst maakt dat voor operational lease bijzonder duidelijk.
De gepubliceerde casus ging over beperkte houdster- en financieringsverliezen uit de jaren 2014 tot en met 2018. Sinds 2021 behaalde de BV uitsluitend winst met operational-leaseactiviteiten voor verbonden vennootschappen. Die winst kon niet met de oude verliezen worden verrekend.
Het bedrag heeft een juridische identiteit nodig
Het voormalige artikel 20, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 beperkte de verrekening van verliezen van vennootschappen die zich vrijwel uitsluitend bezighielden met het houden van deelnemingen of het financieren van verbonden lichamen.
De regeling verviel op 1 januari 2019. Haar verleden werkt echter door, omdat artikel 34i Wet Vpb 1969 het regime in stand houdt voor kwalificerende verliezen van vóór 2019. Een onderneming kan haar bedrijfsmodel wijzigen, terwijl een oud verlies zijn oorspronkelijke fiscale karakter behoudt.
De Kennisgroep maakt een helder onderscheid. Financieren ziet op het aantrekken of verstrekken van geldmiddelen. Bij operational lease wordt tegen betaling het gebruik van een bedrijfsmiddel verleend, terwijl de lessor juridisch en economisch eigenaar blijft.
Voor de voormalige houdsterverliesregeling geldt operational lease niet als financiering. De huidige winst heeft daardoor niet het karakter dat nodig is om het oude beperkte verlies te verrekenen.
Dit is meer dan een technisch onderscheid tussen leasevormen. Fiscale verliezen mogen niet worden gewaardeerd alsof het liquide middelen zijn. Hun waarde hangt af van hun oorsprong, formele status en de activiteit waarmee de huidige winst wordt behaald.
Het contract vertelt het fiscale verhaal
Dit is relevant voor groepen waarin activa in afzonderlijke vennootschappen zijn ondergebracht, en ook voor vastgoedstructuren. In een managementpresentatie kan een BV worden omschreven als financieringsvehikel van de groep, omdat zij machines, voertuigen of installaties koopt en voor het gebruik daarvan kosten aan een andere groepsmaatschappij berekent.
Commercieel kan die omschrijving logisch klinken. De overeenkomsten kunnen fiscaal een ander verhaal vertellen.
Wie is eigenaar van het bedrijfsmiddel? Wie draagt het restwaarderisico? Wie regelt onderhoud en verzekering? Betaalt de klant voor het gebruik, of financiert hij feitelijk een aankoop?
Dat zijn geen bijkomstigheden in de contracttekst. De antwoorden bepalen de bron en het karakter van de inkomsten.
Dezelfde zorgvuldigheid is nodig bij vastgoedstructuren. Huur, servicekosten, managementvergoedingen, leningen en gebruiksrechten kunnen binnen één groep naast elkaar bestaan. Een fiscale bepaling kan deze posten verschillend behandelen, ook als de groep ze allemaal als vastgoedinkomsten presenteert.
Terug naar de koper aan tafel. De huurinkomsten kunnen solide zijn en de leasetermijnen stipt binnenkomen. Toch kan de verwachte fiscale bescherming onbereikbaar blijven, omdat de huidige winst en het historische verlies juridisch niet bij elkaar horen.
Dat verandert de kasstroom die beschikbaar is voor rente en aflossing, uitkeringen en de koopprijs.
Formele beschikkingen tellen ook mee
Alleen het fiscale overzicht vertelt niet het hele verhaal. Om een verlies van vóór 2019 de beperkte status van houdsterverlies te laten behouden, moest die kwalificatie zijn vastgelegd in een formele, voor bezwaar vatbare beschikking naast de verliesvaststelling.
De aanslag- en beschikkingshistorie is daarom net zo belangrijk als het spreadsheet waarin het resterende saldo staat.
Een gedegen onderzoek verbindt verliesbeschikkingen, aangiften vennootschapsbelasting en correspondentie met de huidige contracten, de activastaat en de groepsstructuur. Als een BV is overgestapt van het houden van deelnemingen naar kredietverlening, het bezit van activa of operational lease, moet die tijdlijn zichtbaar zijn.
Zonder die tijdlijn kan het management het bedrag van het verlies kennen, maar de daaraan verbonden voorwaarden over het hoofd zien.
Zelfs een juridisch verrekenbaar verlies kan in een sterk winstjaar nog tot een belastingaanslag leiden. Voor winsten vanaf 2022 is de jaarlijkse verliesverrekening beperkt tot € 1 miljoen, vermeerderd met 50 procent van de belastbare winst boven € 1 miljoen.
Een BV kan dus verliezen voorwaarts verrekenen en toch vennootschapsbelasting betalen. Dat onderscheid hoort thuis in de liquiditeitsplanning. Een saldo dat over meerdere jaren kan worden benut, is niet hetzelfde als een aftrek die dit jaar volledig beschikbaar is.
Een transactie vormt een extra toegangspoort
Een aandelenverkoop of herstructurering kan een afzonderlijke beperking meebrengen. Volgens de voorlichting van de Belastingdienst zijn verliezen in beginsel niet langer voorwaarts verrekenbaar wanneer het uiteindelijke belang in een vennootschap met 30 procent of meer wijzigt, met inachtneming van de wettelijke toetsen en uitzonderingen.
De vraag rond operational lease en de vraag rond een belangenwijziging staan naast elkaar. Eerst moet de vennootschap vaststellen of de huidige winst het vereiste karakter heeft om met het oude verlies te worden verrekend. Daarna moet zij beoordelen of een verkoop, opvolging of reorganisatie dat verlies afzonderlijk heeft geraakt.
Governance wordt hier concreet. Het bestuur moet begrijpen welke fiscale waarde aan een financier, investeerder of koper wordt gepresenteerd, wie die waarde heeft getoetst en welke aannames eraan ten grondslag liggen.
Een oud verlies hoort als een voorwaardelijk fiscaal attribuut in een waardering thuis. Het is geen kortingsbon die aan de BV vastzit.
Degelijke Nederlandse zakelijke besluitvorming berust vaak op zuivere onderscheidingen. Eigendom is niet hetzelfde als gebruik. Lease-inkomsten zijn niet automatisch financieringsinkomsten. Een boekhoudkundig saldo is niet noodzakelijk beschikbare fiscale aftrek.
Een winstgevende vennootschap kan nog steeds belasting moeten betalen terwijl zij oude verliezen heeft. De beheerste aanpak is om die verliezen eerst hun juridische geschiedenis terug te geven voordat ze in een prognose of prijs worden verwerkt.
De lease-inkomsten kunnen volledig reëel zijn. De verwachte fiscale bescherming kan desondanks buiten bereik blijven.
Laat vóór verwerking van oude verliezen in een prognose of waardering hun juridische status, oorsprong en benutbaarheid toetsen aan de huidige activiteiten en transactiegeschiedenis van de BV.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan vóór publicatie.
Bronnen
- KG:011:2026:5 Operational lease en de houdsterverliesregeling | Kennisgroepen Belastingdienst
- Kennisgroepen Belastingdienst - Old holding-loss status depends on a formal loss decision
- Belastingdienst - Current annual ceiling on corporate loss set-off
- Belastingdienst - Share sales and restructurings can independently impair losses
- Gerechtshof Den Haag via Rechtspraak.nl
