Een oprichter kan er klaar voor zijn om waarde aan een kind over te dragen, zonder al afstand te willen doen van het stuur. In veel Nederlandsefamiliebedrijven zit precies daarin de aantrekkingskracht van een STAK, de stichting administratiekantoor. De stichting houdt de aandelen. Het kind krijgt certificaten. De onderneming draait door.
In een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 mei 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1492, kwam die constructie onder druk van de overdrachtsbelasting te staan. Een vader had aandelen in een bv ondergebracht in een STAK. De STAK gaf certificaten uit. De bv exploiteerde via dochtervennootschappen vastgoed. Op 26 januari 2017 schonk hij alle certificaten aan zijn kind.
De aangifte volgde op 20 februari 2017. Het dossier ging over een fictieve verkrijging van onroerende zaken op grond van artikel 4 WBR en deed een beroep op de vrijstelling voor bedrijfsopvolging binnen de familie van artikel 15, lid 1, onderdeel b, WBR. De inspecteur legde later een naheffingsaanslag van miljoenen op, met aanzienlijke belastingrente. Het hof bevestigde de lagere uitkomst.
Daar zit de spanning voor de onderneming. Een familie kan denken dat zij binnen een concern slechts papier verschuift. Voor de Nederlandse overdrachtsbelasting kan het om een veel groter object gaan.
Waar de fiscus begint
Artikel 4 WBR merkt bepaalde belangen in vastgoedrijke lichamen aan als fictieve onroerende zaken. Simpel gezegd: een aandeel of certificaat kan overdrachtsbelasting oproepen, ook als er geen pand van eigenaar wisselt en geen huurder merkt dat hij een andere verhuurder heeft.
Artikel 15, lid 1, onderdeel b, WBR biedt onder voorwaarden een vrijstelling voor bedrijfsopvolging binnen de familie. Die geldt voor kwalificerende familieleden die ondernemingsvermogen verkrijgen van een ondernemer, mits de gehele onderneming door de verkrijger of verkrijgers wordt voortgezet, ook gefaseerd.
Op die woorden komt het aan. Wie draagt over, wie verkrijgt, wat behoort tot de onderneming en wordt die onderneming voortgezet? In de Amsterdamse uitspraak dreef de bv een materiële onderneming. Dat stond niet ter discussie.
De voorlichting van de Belastingdienst is over de geldkant helder. Bedrijfsvermogen, en aandelen in een bv of nv waarvan de bezittingen hoofdzakelijk uit vastgoed bestaan, kunnen overdrachtsbelasting oproepen. In 2026 bedraagt het tarief voor niet-woningen 10,4 procent. Ook de economische eigendom van echte of fictieve onroerende zaken moet binnen twee weken worden aangegeven.
Een klein familiebedrijf kan aan de keukentafel rustig ogen en toch een groot risico meedragen. Het personeel komt maandag gewoon werken. Facturen gaan de deur uit. De bank ziet hetzelfde pand. Maar één verkeerde aanname over certificaten kan het dossier van bedrijfsopvolging naar overdrachtsbelasting doen kantelen.
Zeggenschap is het lastige deel
Een STAK is nuttig omdat zij zeggenschap en economische waarde van elkaar scheidt. Juist daarom kijkt de fiscus er scherp naar. De stichting houdt de juridische aandelen en het stemrecht. De certificaathouder heeft doorgaans het economische belang.
Voor goed familiebestuur kan die scheiding nodig zijn. Het beleid rond overdrachtsbelasting is er vaak minder van gecharmeerd.
Het Besluit Ondernemingsfaciliteiten, dat sinds 1 juli 2025 geldt, is streng. Daarin staat dat de vrijstelling kan gelden voor familiale overdrachten van aandelen in een onroerendezaaklichaam waarin een materiële onderneming wordt gedreven. Ook staat er dat de volledige zeggenschap moet overgaan door de verkrijging van alle aandelen, al dan niet gefaseerd.
Voor certificaten in zo’n vastgoedrijk lichaam geldt volgens het beleid geen vrijstelling. Certificaten dragen economisch belang over, maar geen zeggenschap. Voor bepaalde certificeringssituaties bestaan afzonderlijke goedkeuringen, maar dat is geen algemeen geruststellend oordeel.
De Amsterdamse uitspraak ligt precies op die breuklijn. Economisch belang, voortzetting van de onderneming en formele zeggenschap lopen niet altijd gelijk op. Dat alleen al maakt het de moeite waard het dossier tweemaal te lezen voordat de notaris tekent.
De Hoge Raad trok nog een grens in ECLI:NL:HR:2026:568 van 10 april 2026. De doorkijkarresten brengen geen algemene fiscale transparantie voor de overdrachtsbelasting. Zij gaan over het verkregene, zoals aandelen in een onroerendezaaklichaam in plaats van rechtstreeks vastgoed. Zij bieden geen vrijbrief om door iedere persoon en iedere stap heen te kijken.
Dat is van belang, omdat gemakkelijke taal over substance over form een dossier eenvoudiger kan laten lijken dan het is. De juridische route moet het ondernemingsverhaal nog altijd kunnen dragen.
Opvolging is een reeks handelingen
Familieopvolging verloopt zelden in één keurige beweging. Een oprichter kan eerst aandelen certificeren, vervolgens certificaten schenken, daarna bestuursbevoegdheden aanpassen, herfinancieren en ten slotte activa of belangen in een andere bv inbrengen. Iedere stap kan op zichzelf logisch zijn. Samen vormen zij het fiscale en bestuurlijke dossier.
Een standpunt van een kennisgroep van de Belastingdienst uit januari 2026 laat het risico van de kalender zien. Het kind moet de gehele onderneming voortzetten. Een gefaseerde overdracht kan voorwaardelijk zijn vrijgesteld als er een concreet overnameplan ligt. Een tussentijdse inbreng in een bv vóór afronding kan in dat feitenpatroon leiden tot intrekking van de eerdere vrijstelling voor het betreffende deel.
Dat standpunt gaat niet over de STAK-certificatencasus. Maar de praktische les is dezelfde. De volgorde van handtekeningen, notulen, schenkingen, inbrengen, aangiften en herstructureringen kan even zwaar wegen als de bedoeling van de familie.
Ook in het taalgebruik schuilt een valkuil. Families spreken vaak over de BOR alsof één regeling iedere bedrijfsopvolging dekt. Dat is niet zo. De bedrijfsopvolgingsregeling voor de erf- en schenkbelasting staat los van de vrijstelling in de WBR voor de overdrachtsbelasting. Het ene regime vervangt het andere niet stilzwijgend.
Terug aan de familietafel verandert dat onderscheid het gesprek. De dochter kan de economische waarde krijgen. De vader kan via de STAK invloed houden. De onderneming kan vanuit hetzelfde pand blijven werken. De financier kan later om een helderder eigendomsbeeld vragen. Dat is allemaal niet automatisch verkeerd. Het vraagt wel om één samenhangend verhaal.
Het dossier wordt een gesprek over geld
Daarom lijkt opvolging via een STAK eerst een zeggenschapsvraag en pas daarna een fiscale notitie. De bruikbare vraag is wat het dossier laat zien aan vier lezers: de opvolger, de notaris, de inspecteur en de bank.
DNB meldde in mei 2026 dat Nederlandse banken per maart €340 miljard aan het bedrijfsleven hadden uitgeleend, waarvan net geen helft aan het mkb. DNB merkte ook op dat mkb-bedrijven vaak iets hogere rentes betalen, mede door kleinere leningen en informatiehiaten bij de risicobeoordeling. Een betwist standpunt over overdrachtsbelasting kan precies zo’n informatiehiaat worden.
CBS plaatst die druk in een bredere context. Aan het begin van het tweede kwartaal van 2026 was het ondernemersvertrouwen gedaald tot -14,8. Personeelstekort was voor 30,1 procent van de ondernemingen de belangrijkste belemmering, onvoldoende vraag voor 19,6 procent en financiële beperkingen voor 10,9 procent. CBS meldde in het eerste kwartaal van 2026 ook een hogere omzet bij juridische dienstverlening en hogere notaristarieven.
Goede voorbereiding is niet goedkoop. Te laat herstellen is doorgaans duurder.
De praktische toets is eenvoudig, ook al is de wet dat niet. Kan de familie uitleggen wat er is overgedragen, waarom dat gebeurde, wie de zeggenschap heeft, waar de economische waarde zit, hoe de onderneming wordt voortgezet en welk geldbedrag op het spel staat als de vrijstelling wordt betwist?
Als dat verhaal vóór de akte helder is, kan de STAK de opvolging dienen in plaats van vertroebelen. Ontstaat het verhaal pas nadat de vragen binnenkomen, dan heeft de familie meer dan een fiscaal probleem. Dan heeft zij een bestuursprobleem met een belastingtarief eraan vast.
Wilt u helder krijgen of uw STAK-opvolgingsdossier klaar is voordat de volgende stap wordt ondertekend?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Uitspraak ECLI:NL:GHAMS:2026:1492 - Semantius
- Rechtspraak - Submitted court case: certificates, OZR, and article 15(1)(b) WBR
- Rechtspraak - Latest Hoge Raad limit on doorkijkarresten
- Wettenbank - Current policy: Besluit Ondernemingsfaciliteiten on OZR shares and certificates
- Belastingdienst - Belastingdienst knowledge group on phased family transfer and later BV contribution
- Wettenbank - Statutory basis: family business succession exemption in WBR
- Wettenbank - Statutory basis: OZR shares as fictitious real estate
- Belastingdienst - Belastingdienst public guidance on transfer tax for business assets and OZR shares
