Aan het eind van de dag kan een winkelier naar een drukke kassa kijkenen toch aarzelen met de volgende bestelling. Meer verkochte artikelen zouden geruststellend moeten zijn. Maar het banksaldo kan al zijn bestemd voor lonen, huur, btw, leveranciers en voorraaddie niet van de plank komt.
De nieuwste retailcijfers van het CBS vangen precies die spanning. De omzet van de Nederlandse detailhandel , exclusief tankstations, lag in juni 2026 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. Het verkoopvolume nam met 2,5 procent toe. De cijfers zijn gecorrigeerd voor de samenstelling van winkeldagen. Dit was dus echte volumegroei, niet alleen een hogere omzet door prijsstijgingen.
Dat is goed nieuws, maar nog geen oordeel over de marge. Het CBS meet hier omzeten volume. Wat resteert na inkoop, lonen, huur, kortingen, retouren, bezorging en voorraadverlies, staat in de eigen administratie van iedere retailer.
De gemiddelde winkel bestaat niet
De detailhandel groeide als geheel, maar de verschillende branches deden dat in uiteenlopende tempo’s. De omzet in de non-food steeg met 3,1 procent; het volume nam met 2,6 procent toe. Consumentenelektronica en witgoed groeiden met 6,3 procent, terwijl drogisterijen een groei van 4,5 procent noteerden.
Elders was het beeld minder rooskleurig. De omzet van meubelzaken en winkels in woninginrichting daalde met 0,5 procent. Schoenen en lederwaren zakten met 4,6 procent. De omzet in de voedingsmiddelen steeg met 2,5 procent, maar supermarkten groeiden met 2,7 procent tegenover 0,9 procent bij gespecialiseerde voedingswinkels.
Een schoenenwinkel met seizoensvoorraad kan niet sturen op de landelijke kop van 2,9 procent. Een gespecialiseerde voedingswinkel kan evenmin aannemen dat de groei bij supermarkten iets zegt over zijn eigen klantenstroom. De bruikbare vergelijking begint veel dichter bij huis: bij branche, locatie, prijsniveau, gemiddelde besteding en ouderdom van de voorraad.
Ook het consumentenvertrouwen blijft terughoudend. Het CBS meldde dat het vertrouwen van consumenten verbeterde van -39 in juni naar -35 in juli. De bereidheid om aankopen te doen steeg van -22 naar -19. Consumenten waren minder negatief, ook over grote aankopen, maar van breed vertrouwen was geen sprake.
Ik lees hierin een markt die weer beweegt, zonder dat hij eenvoudig wordt. Klanten kopen meer goederen, maar hebben nog altijd redenen om te vergelijken, aankopen uit te stellen of voor een goedkoper alternatief te kiezen. Dat maakt de keuze van het assortiment en de prijsdiscipline belangrijker dan een verhaal over breed herstel.
Onlinegroei kent een ander kostenprofiel
De online omzet steeg in juni met 7,5 procent. Retailers met zowel winkels als een webshop boekten bijna 10 procent groei, sneller dan retailers die hoofdzakelijk online verkopen, met bijna 6 procent. De officiële online-reeks heeft betrekking op retailers met ten minste tien werknemers. Een kleine winkel moet deze percentages daarom vooral zien als richting voor de markt, niet als persoonlijke maatstaf.
Die richting doet er wel toe. Een verkoop via een webshop brengt betalingskosten, verpakkingskosten, bezorging, klantenservice en retouren met zich mee. Voorraad kan bovendien verdeeld liggen over de winkelvloer, een magazijn en een externe fulfilmentlocatie. De omzet beweegt snel door verschillende systemen. De kosten volgen vaak afzonderlijk.
Neem een winkel die hetzelfde artikel van €90 aan de toonbank en online verkoopt. De omzet is gelijk. De bijdrage hoeft dat niet te zijn. De ene bestelling gaat direct met de klant mee. De andere vraagt om een doos, betalingsverwerking, een vervoerder en misschien twee weken later een terugbetaling. Als die kosten verborgen blijven in de algemene overhead, kan online groei sterker lijken dan zij werkelijk is.
Hier krijgt ondernemingsbestuur een plaats in een alledaagse verkoopbeslissing. Voordat de eigenaar meer gaat adverteren, het assortiment uitbreidt of snellere bezorging belooft, moet hij kunnen zien wat elk kanaal bijdraagt. Geen perfect rapport dat maanden later verschijnt, maar een tijdig verband tussen verkopen, directe kosten, retouren en geïncasseerd geld.
Ook drukke uren moeten hun geld opbrengen
Personeelskosten voegen daar een laag aan toe. In alle sectoren met een cao lagen de contractuele arbeidskosten per uur in juni 4,1 procent hoger dan een jaar eerder. Dat is een landelijk cijfer, geen berekening van de loonsom in de detailhandel. Toch is het een goede reden voor winkeliers om de omzet en brutobijdrage per betaald uur te bekijken.
Een langere openingstijd kan de omzet verhogen en tegelijk nauwelijks extra bijdrage opleveren. Hetzelfde geldt voor fulfilmentdiensten die zijn ingericht op een groeiend aantal kleine onlinebestellingen. Personeelsinzet moet aansluiten bij de momenten en kanalen die een gezonde marge opleveren, niet alleen bij de omzet.
Het ondernemersvertrouwen in de detailhandel verklaart de terughoudendheid verder. Exclusief motorvoertuigen daalde het vertrouwen van 1,4 in het eerste kwartaal van 2026 naar -11,8 in het tweede kwartaal. Dat kan samengaan met hogere verkopen in juni. Ondernemers ervaren de markt niet alleen via kassabonnen. Zij zien ook leveranciersvoorwaarden, loonverplichtingen, langzaam lopende voorraad en de volgende belastingbetaling.
Voor de eigenaar die juni en juli beoordeelt, is een compact wekelijks overzicht nuttiger dan een feestelijk maandtotaal. Omzet hoort naast brutomarge, voorraadwaarde, voorraadouderdom, afprijzingen, retouren, geïncasseerd geld en bijdrage per betaald uur te staan. Winkel- en onlineactiviteiten verdienen aparte regels als hun kosten uiteenlopen.
Ook de administraties moeten op elkaar aansluiten. Terugbetalingen uit de webshop, afrekeningen van betaaldienstverleners en voorraadmutaties moeten goed in het grootboek terechtkomen. Anders kan de online groei van gisteren volgende maand veranderen in een onverklaard verschil.
Groei vraagt om een afgewogen reactie
De winkelier aan het einde van de dag hoeft een betere verkoopmaand niet te wantrouwen. Meer volume kan een bedrijf sterker maken als bestaande voorraad tegen een gezonde marge wordt verkocht en het geld snel binnenkomt. Maar het kan ook liquiditeit vastleggen wanneer grotere bestellingen worden geplaatst voordat de eerdere voorraad volledig in geld is omgezet.
Juni geeft Nederlandse retailers een geloofwaardig signaal dat de vraag aantrekt. Het is geen vrijbrief om breed in te kopen, achteloos korting te geven of de openingstijden te verruimen zonder het rendement te controleren. De verstandige reactie is noch pessimisme, noch euforie. Het is vaststellen welke producten, uren en kanalen het bedrijf na de verkoop daadwerkelijk sterker maken.
Een vollere kassa is welkom. De vervolgvraag is of het geld lang genoeg in het bedrijf blijft om de volgende maand met vertrouwen te financieren.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
