Stel: een ouder woont na het overlijden van een volwassen kind in de aangepaste kamers op de begane grond van het ouderlijk huis. De dagelijkse zorg gaat door. De ouder kent de keuken, de rekeningen, de buren en de kleine reparaties die het huis draaiend houden. Jarenlang zijn de erfbelasting geen partners samen gedragen. Dan valt de brief over de erfbelasting op de mat.
De uitleg van de Belastingdienst trekt een harde streep door dit herkenbare huishouden. Ouder en kind zijn bloedverwanten in de rechte lijn. Zij kunnen voor de erfbelasting geen partners zijn, ook niet als zij samenwoonden en voor elkaar zorgden.
Dat verschil wordt vooral voelbaar wanneer de nalatenschap uiteen woning, een woonrecht en weinig vrije liquiditeit bestaat. Eerst is dit een kwestie van nalatenschap en financiering; pas daarna een discussie over de rechtvaardigheid van de belasting.
De familierelatie is het vertrekpunt
Bij overlijden in 2026 bedraagt de vrijstelling voor een echtgenoot, geregistreerd partner of kwalificerende samenwonende partner €828.035. Een ouder die van een kind erft, heeft een vrijstelling van €62.110.
Het verschil bedraagt €765.925, nog voordat de waarde van de bezittingen, aftrekbare schulden en persoonlijke omstandigheden in beeld komen. Een aanduiding die aan de keukentafel onbelangrijk leek, kan na een overlijden dus bepalend zijn voor de liquiditeitspositie.
Ook het tarief verschilt. Partners en kinderen betalen 10% over het belastbare bedrag tot €158.669 en 20% over het meerdere. Een ouder die van een kind erft, valt in de categorie overige verkrijgers. Daar gelden tarieven van 30% en 40% boven dezelfde grens.
De berekening begint met drie nuchtere vragen: wie heeft geërfd, wat heeft die persoon gekregen en welke wettelijke categorie is van toepassing? Jarenlang samenwonen kan het huishouden verklaren. Het maakt een ouder-kindrelatie fiscaal nog geen partnerschap.
Het gerechtshof Den Haag kwam in een afzonderlijk geschil over de erfbelasting tot dezelfde conclusie. Het handhaafde de uitsluiting van bloedverwanten in de rechte lijn. De regel is streng omdat de uitsluiting besloten ligt in de wettelijke indeling zelf.
Een woning kan veel waard zijn en toch geen geld opleveren
De volgende vraag is niet alleen wie eigenaar is van het huis. Het gaat er ook om welk recht ieder van de betrokkenen heeft. Vol eigendom, een aandeel in de eigendom, bloot eigendom, vruchtgebruik en een recht van gebruik of bewoning zijn verschillende rechtsposities.
Een ouder kan het recht hebben om in de woning te blijven. Dat biedt reële woonzekerheid. Tegelijkertijd kan een andere erfgenaam eigenaar zijn van de woning of van een aandeel daarin, dat voor de erfbelasting moet worden gewaardeerd. Het testament of de akte is daarom bepalend: die stukken maken duidelijk wat is overgegaan, aan wie en onder welke beperking.
Bij een woning die in 2026 wordt geërfd, mag de erfgenaam doorgaans de laagste van de WOZ-waarden van 2026 en 2027 gebruiken zodra beide waarden beschikbaar zijn. Een overgenomen hypotheekschuld kan de belaste verkrijging verlagen. Als de woning vóór het overlijden ingrijpend is verbouwd, kan de waarde in het economische verkeer relevant worden.
Vruchtgebruik en bloot eigendom vragen om een eigen waardering. De methode van de Belastingdienst voor levensafhankelijk vruchtgebruik werkt met een jaarlijkse waarde van 6% en een leeftijdsafhankelijke factor. Dat klinkt abstract, totdat de uitkomst betrekking heeft op een huis waarin iemand moet kunnen blijven wonen en op een bedrag dat een ander moet zien te financieren.
De ouder uit het begin kan dus wel een woning hebben, maar geen geld. Een woonrecht kan voortgezet verblijf mogelijk maken en tegelijk een snelle verkoop of herfinanciering bemoeilijken. De waarde zit in de stenen. De aanslag moet met geld worden betaald.
Wanneer de rekening bij de onderneming belandt
Bij een directeur-grootaandeelhouder blijft druk uit een privé-nalatenschap zelden netjes privé. Een oprichter kan een dividenduitkering, een lening aan de aandeelhouder of een snelle verkoop van activa overwegen omdat de nalatenschap wel vastgoed maar weinig geld bevat.
Zo'n besluit raakt de balans van de onderneming. Het kan het werkkapitaal aantasten dat nodig is voor lonen, leveranciers, huur en btw. Ook kan de grens vervagen tussen een privéprobleem binnen de familie en een bestuursbesluit dat schuldeisers en de onderneming zelf raakt.
Juist hier is een strikte scheiding nodig. De familie moet eerst een helder beeld krijgen van de woning en de nalatenschap. Wie bezit welk deel van het huis? Wie mag er wonen? Welke schuld gaat met de nalatenschap over? Welke onderbouwing van de waarde is beschikbaar? Hoeveel privéliquiditeit is er?
Pas daarna kan een ondernemer beoordelen of een uitkering uit de BV of een financieringsbesluit bedrijfseconomisch verantwoord is. Verdriet zorgt voor haast. Het maakt een overhaaste liquiditeitsbeslissing niet beter.
De termijn biedt ruimte, maar geen onbeperkte ruimte. Bij een overlijden in 2026 vermeldt de aangiftebrief van de Belastingdienst als uiterste indieningsdatum twintig maanden na het overlijden. Belastingrente kan in het algemeen vanaf hetzelfde moment gaan lopen, ook als uitstel is verleend.
Twintig maanden zijn snel voorbij wanneer een familie een testament moet opsporen, kadastrale gegevens controleert, waarderingen laat uitvoeren en een hypotheek moet doorgronden. Een huis met een uitbouw, een zorgregeling of een voorbehouden woonrecht past zelden in een eenvoudig dossier.
Zorgvuldigheid is ook zorg
Een bruikbaar familiedossier is niet één map met het opschrift ‘erfenis’. Het is een helder verband tussen het testament, de eigendomsakte, hypotheekstukken, WOZ-informatie, facturen van verbouwingen, afspraken over bewoning en beschikbare liquiditeit.
Elk document beantwoordt een andere vraag. De akte legt de eigendom vast. Het testament kan een woonrecht creëren. De hypotheekstukken laten schuld en zekerheid zien. De waarderingsstukken geven het bezit een bedrag. Samen voorkomen zij dat de bedoeling van de familie wordt verward met juridische eigendom.
Deze voorbereiding beschermt ook de onderneming. Besluiten over de privé-nalatenschap moeten gescheiden blijven van bestuursbesluiten, dividendbesluiten en bedrijfsfinanciering. Op een rustige doordeweekse dag is die grens eenvoudig te bewaken. Dat wordt lastiger wanneer de familie geld nodig heeft en de zakelijke rekening binnen handbereik is.
De Nederlandse regel is streng, maar de praktische reactie hoeft niet kil te zijn. Een zorgvuldig dossier is onderdeel van de zorg voor de achterblijver, de erfgenamen en de onderneming die anders de druk kan gaan dragen.
In een familiehuis bepaalt liefde wie erbij hoort. De erfbelasting stelt andere vragen: wie bezit wat, op grond van welk recht, tegen welke waarde en met welk geld kan de aanslag worden voldaan?
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
