Een consultant draait een sterk kwartaal en laat de opbrengsten op de zakelijke rekening staan. Een deel is bestemd voor btw en inkomstenbelasting. Een ander deel biedt bescherming tegen laat betalende klanten. Weer een ander deel kan naar een kantoor of een nieuwe auto. De rest voelt vooral geruststellend.
Die keuze is niet onzorgvuldig. Maar in het hoofd van de ondernemer kan één banksaldo verschillende functies vervullen, terwijl de administratie geen daarvan verklaart.
Een uitspraak van Rechtbank Den Haag van 24 april 2026 zet het probleem scherp neer. In ECLI:NL:RBDHA:2026:11616 beoordeelde de rechtbank de fiscale positie over 2020 van een eenmanszaak in de consultancy.
De onderneming hield €451.050 aan bank- en spaartegoeden aan. De rechtbank accepteerde €165.000 als ondernemingsvermogen. €286.051 kwalificeerde zij als duurzaam overtollige liquiditeiten, die in box 3 thuishoorden.
De les is niet dat de fiscus zorgvuldig sparen bestraft. Een ondernemer met een eenmanszaak mag reserves opbouwen. De praktische vraag is of het bedrag, op het beoordeelde moment, nog behoort bij de onderneming die er dan staat.
Voorzichtigheid vraagt om cijfers
De fiscale regels laten liquide middelen toe voor lopende uitgaven, verwachte investeringen, ondernemingsrisico’s, reserves en versterking van de onderneming. Het bedrag moet redelijk blijven, gezien de aard en omvang van het bedrijf.
Geld is duurzaam overtollig wanneer de onderneming het niet nodig heeft voor de bedrijfsvoering, toekomstige investeringen of het opvangen van ondernemingsrisico’s. Dan verschuift het van ondernemingsvermogen naar privévermogen en box 3.
Een aannemer, winkelier en zelfstandig consultant hebben niet dezelfde reserve nodig. Zelfs twee consultants kunnen met heel verschillende omstandigheden te maken hebben. De een ontvangt maandelijks retainers van tien klanten. De ander leunt op twee grote projecten en wacht zestig dagen op betaling.
Hun banksaldi hebben dus een verschillende bedrijfseconomische logica. De bruikbare vraag is niet of een reserve verstandig voelt. De vraag is: welke uitgaven moet het geld dekken, wanneer kan die behoefte ontstaan en waarom past het aangehouden bedrag bij deze onderneming?
Daar kunnen emotionele zekerheid en een zakelijke reserve uit elkaar gaan lopen. Het gevoel van voorzichtigheid is begrijpelijk. De fiscale kwalificatie volgt het zakelijke doel van het geld op de relevante peildatum.
Een toekomstplan moet nu al bestaan
De ondernemer in de zaak uit 2026 wees op plannen voor kantoorruimte. De rechtbank vond die plannen voor 2020 onvoldoende concreet, mede gezien de beperkte omzet en omvang van de consultancy.
Veel van het onderbouwende materiaal stamde uit latere jaren. De voorgenomen investering was niet doorgegaan. Een later plan kan bedrijfseconomisch verstandig zijn, maar geeft een eerder banksaldo niet vanzelf een zakelijke functie.
Een plan krijgt gewicht zodra het sporen nalaat. Denk aan een begroting, correspondentie over vastgoed, offertes van leveranciers, gesprekken over financiering of een gedateerd investeringsbesluit. Voor elk plan is geen getekend contract nodig. Maar de onderneming moet wel voldoende kunnen onderbouwen waarom een concreet bedrag in de onderneming is gebleven.
Ook de eerdere verwerking in de administratie speelde mee. Eind 2017 was overtollig geld via een privéonttrekking aan het ondernemingsvermogen onttrokken. Volgens de rechtbank werkte die positie door naar latere jaren, waaronder 2020.
Een keuze op de balans kan verder reiken dan het jaar waarin zij voor het eerst wordt gemaakt. Voor de consultant die naar een geruststellend saldo kijkt, verandert dat het gesprek. ‘Misschien heb ik het nodig’ is een eerste gedachte. Het is nog geen liquiditeitenbeleid.
Geef het saldo zichtbare lagen
Zakelijke liquide middelen zijn beter te beheren wanneer ze uit herkenbare lagen bestaan. Eén laag dekt de gewone bedrijfsvoering. Een andere de bekende belastingverplichtingen. Een derde ondersteunt benoemde investeringen. Een vierde vangt meetbare ondernemingsrisico’s op.
Dit is geen wettelijk voorgeschreven indeling. Het is een praktische controlemethode om te toetsen of het totale saldo een samenhangende zakelijke functie heeft.
Een liquiditeitsprognose voor twaalf maanden kan die lagen zichtbaar maken. Btw en inkomstenbelasting moeten niet verdwijnen in één algemene reserve. Geplande apparatuur hoort aan te sluiten bij een vervangingsschema of offerte. Een risicobuffer moet verband houden met een concreet risico, zoals klantconcentratie, seizoensomzet, beroepsaansprakelijkheid of de vervanging van essentiële apparatuur.
Die discipline verbetert zowel de bedrijfsvoering als de fiscale positie. Een bankrekening met €200.000 kan de indruk wekken van grote vrijheid. Zodra belasting, vastgelegde uitgaven en een onderbouwde risicobuffer apart worden gezet, kan het werkelijk beschikbare bedrag veel kleiner blijken.
Het omgekeerde komt ook voor. Een ongedefinieerde reserve kan groter zijn dan de onderneming nodig heeft, ook als de eigenaar haar nooit als privévermogen heeft gezien.
De fiscale oudedagsreserve verdient in de huidige discussie bijzondere aandacht. In de historische feiten van deze zaak maakte €95.000 die samenhing met de FOR deel uit van het als ondernemingsvermogen geaccepteerde bedrag. Nieuwe toevoegingen aan de FOR zijn in 2023 gestopt.
Bestaande saldi blijven onderworpen aan de regels voor afname en vrijval. De FOR is nu een erfenis uit het verleden, geen nieuwe grondslag om extra zakelijk vermogen op te potten.
Eerst kwalificeren, dan rekenen
Zodra geld in box 3 valt, volgt de toepasselijke berekening. Voor de aangifte inkomstenbelasting 2025 kunnen belastingplichtigen het werkelijk rendement opgeven. De Belastingdienst vergelijkt dat met de forfaitaire rendementsberekening en past de gunstigste uitkomst toe.
Die ontwikkeling betreft een latere stap. Eerst komt de kwalificatie: behoort het geld tot de onderneming of tot het privévermogen? Het opgeven van het werkelijk rendement vervangt die eerdere beslissing niet.
Ondernemers kunnen zich vastbijten in de belastingberekening en daarbij het zwakkere punt in de jaarrekening over het hoofd zien. Vaak viel de beslissende keuze al eerder, toen geld zonder duidelijke bestemming in de onderneming bleef.
Dezelfde uitspraak bevatte een tweede les over administratie. De ondernemer maakte niet aannemelijk dat hij aan het urencriterium voldeed, zodat de zelfstandigenaftrek werd geweigerd. De gebruikelijke grens is 1.225 uur in het kalenderjaar.
Administratie, offertes en werk aan de website kunnen meetellen naast werk voor klanten. De opgevoerde tijd moet wel aannemelijk blijven naast agenda’s, facturen, correspondentie en opgeleverd werk.
Een administratie van liquide middelen en een urenregistratie lijken los van elkaar te staan. In een kleine onderneming drukken ze dezelfde discipline uit: de aangifte moet te reconstrueren zijn uit de manier waarop het bedrijf feitelijk is gevoerd.
Morgenochtend heeft de consultant geen ingewikkeld nieuw systeem nodig. Begin met het benoemen van het doel van elk wezenlijk deel van het saldo. Koppel voorgenomen uitgaven aan actuele stukken. Vergelijk de reserve met omzet, kosten, belastingverplichtingen en identificeerbare risico’s.
Geef ook de urenregistratie vóór het einde van het jaar die aandacht, niet pas tijdens een later geschil. Een hoog banksaldo kan getuigen van geduld en gezond verstand. Het kan ook privévermogen bevatten dat zijn zakelijke verklaring is ontgroeid.
Het onderscheid wordt bepaald door de functie die het geld aantoonbaar en geloofwaardig vervult.
Wilt u uw kasreserve, administratie en fiscale positie laten beoordelen vóór u aangifte doet?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak - Taxence
- Rechtspraak - The submitted court judgment: surplus cash and carry-through from an earlier year
- Belastingdienst - Official classification rule for durably surplus cash
- Rechtspraak - Judicial test: freedom to build reserves has limits
- Belastingdienst - Hours records and the zelfstandigenaftrek
- Belastingdienst - The fiscal old-age reserve is now a legacy balance-sheet item
- Belastingdienst - Current box 3 consequences once cash is outside the business
- Belastingdienst - Box 3 access and processing for older years
