Een ondernemer kan na een gesprek bij de bank met een volstrekt normale lening terugkeren naar kantoor, en daar alsnog tegen een fiscale vraag aanlopen. De aflossing past in de prognose. De rente staat vast. De zekerheden zijn duidelijk. Maar artikel 15b Wet Vpb 1969 stelt een andere vraag: welk deel van het saldo aan renten mag de bv dit jaar aftrekken?
Voor 2026 is het gewone kader helder. Het saldo aan renten is aftrekbaar tot het hoogste bedrag van 24,5 procent van de gecorrigeerde winst of € 1.000.000. Niet-aftrekbare rente mag worden doorgeschoven naar latere jaren. Daarmee is deze regel evenzeer een kwestie van kasritme als van financiering.
De lening is echt, de aftrek staat daar los van
Veel kleine bv's komen nooit in de buurt van € 1.000.000 aan saldo renten. Dat is de eerste geruststellende constatering. Dit is niet het dagelijkse probleem van ieder café, iedere winkel, studio of adviesbureau met een bescheiden bankfaciliteit.
De druk ontstaat bij zwaardere schulden, dunne winsten, vastgoed in de structuur of financiering die over meerdere entiteiten is verdeeld. Een lening kan voor de bank volstrekt normaal zijn en de onderneming toch fiscale frictie bezorgen. De aangifte ziet een berekening. De bank ziet een kredietdossier.
Neem een groothandels-bv die leende om meer voorraad aan te houden en extra magazijnruimte te huren. De omzet blijft op peil, maar de marges lopen terug. De rentelast blijft gelijk. De ondernemer kijkt naar omzet, brutomarge, lonen, huur en bankbetalingen. Artikel 15b kijkt naar de gecorrigeerde winst: een fiscale maatstaf, geen managementdashboard.
De verlichting van 2025 liet het stelsel ongemoeid
In 2023 en 2024 bedroeg het hoofdpercentage 20 procent. Vanaf 2025 werd dat 24,5 procent. In officiële fiscale stukken werd die wijziging als een versoepeling aangemerkt. Voor sommige ondernemingen biedt dat lucht. De structuur van de regeling bleef echter overeind.
De Nederlandse uitwerking gaat bovendien verder dan de minimumnorm van ATAD1: de drempel bedraagt € 1.000.000, waar de richtlijn uitgaat van € 3.000.000. De beleidsdoelstelling reikt verder dan alleen misbruikbestrijding. Het Nederlandse fiscale beleid beoogt ook vreemd en eigen vermogen gelijker te behandelen.
Dat is in de praktijk van belang. Artikel 15b is niet alleen een regel voor kunstmatige groepsstructuren waarover op seminars wordt gesproken. De bepaling raakt ook gewone financiering, omdat het Nederlandse fiscale beleid bewust naar schuldfinanciering als zodanig kijkt. De ondernemer kan terecht zeggen dat de banklening reëel is. De aftrektoets volgt niettemin zijn eigen spoor.
Vastgoed maakt het scherper. Vanaf 1 januari 2025 verloren kwalificerende vastgoedlichamen met aan derden ter beschikking gesteld vastgoed de aftrekruimte van € 1.000.000. Rond diezelfde tijd meldde DNB dat Nederlandse banken in maart 2026 € 340 miljard aan leningen aan Nederlandse bedrijven hadden uitstaan, waarvan iets minder dan de helft aan het mkb.
Waar het grootboek ertoe gaat doen
DNB meldde ook ongeveer € 149 miljard aan zakelijke kredietverlening aan ondernemingen die vastgoed exploiteren. Schuld is een beleidsterm, maar ook iets tastbaars. Zij zit in panden, voorraden, machines, grond, voertuigen en werkkapitaal.
In maart 2026 betaalde het mkb ongeveer 3,6 procent rente op uitstaand krediet, tegenover circa 3,1 procent voor niet-mkb-bedrijven. Dat is een nuchter financieringssignaal. Kleinere kredietnemers dragen vaak een iets hogere rentelast en hebben minder ruimte voor extra administratie.
De kwetsbaarheid begint meestal bij de aansluiting. De dga ziet bankrente, aandeelhoudersleningen, rekening-courantposities, leasecomponenten, factoringkosten, overnamefinanciering en vastgoedschulden. Het fiscale dossier moet uitmaken wat in het saldo aan renten thuishoort, wat de gecorrigeerde winst beïnvloedt en wat als doorgeschoven niet-aftrekbare rente moet worden bijgehouden.
Een uitspraak uit 2024 van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2024:2388, laat zien waarom etiketten alleen kunnen misleiden. De zaak ging over een Reference Rate-component bij non-recourse factoring. De rechtbank oordeelde dat het factoringresultaat een te ver verwijderd verband had met rentebaten uit een lening of vergelijkbare overeenkomst voor artikel 15b. Het beroep van de belastingplichtige op ATAD veranderde die uitkomst niet.
Voor een kleine onderneming is de les eenvoudig. Een betaling kan in de managementrapportage als rente aanvoelen en fiscaal toch anders worden gekwalificeerd. Daarom hoort het financieringsoverzicht niet alleen in de bankmap. Het hoort in het Vpb-werk vóór het boekjaar sluit.
De ochtendvraag voor de dga
Ik zou willen dat de ondernemer uit het bankgesprek vóór de volgende herfinanciering met één vel papier gaat zitten. Geen dik memo. Eén pagina met de leningen, leases, factoring, aandeelhoudersposities, vastgoedschulden, rentebaten, financieringskosten en eventuele uit eerdere jaren doorgeschoven rente van de bv.
Daarnaast wil ik een scenario met lagere winst zien. Wat gebeurt er als de marge daalt, debiteuren later betalen of een huurder vertrekt? Draagt de gecorrigeerde winst de renteaftrek dan nog? Staat de voorlopige Vpb nog op het juiste niveau? Is een dividendbesluit na de fiscale berekening nog steeds verantwoord?
Het antwoord kan geruststellend zijn. Voor veel kleine bv's zal dat ook zo zijn. Maar geruststelling is meer waard voordat het geld vastligt. Doorschuiven houdt de mogelijkheid van latere aftrek in stand. Het betaalt niet de bankrente, leveranciersfactuur, loonrun of Vpb-aanslag van dit jaar.
De earningsstrippingmaatregel vraagt ondernemers niet om bang te zijn voor schuld. Schuldfinanciering bouwt ondernemingen, mits zij goed is geprijsd, vastgelegd en gedragen door werkelijke winst. De regel vraagt wel om een tweede discipline: houd de commerciële financiering dicht bij het fiscale grootboek. Het gesprek bij de bank kan om twaalf uur eindigen. De vraag van artikel 15b wacht 's middags nog steeds.
Wilt u een een-pagina-check van de bv-financiering vóór de volgende fiscale afsluiting?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Earningsstrippingregeling onder vuur, ATAD wordt versoepeld - Taxence
- Wettenbank - Current statutory rule under article 15b Wet Vpb
- Belastingdienst - Belastingdienst 2026 taxpayer-facing Vpb update
- Belastingdienst - Belastingdienst direct page on the generic interest deduction limitation
- Rijksoverheid - Belastingplan 2025 policy frame and real estate anti-fragmentation
- Rijksoverheid - Official 2025 public tax changes summary
- Wettenbank - Besluit Earningsstrippingmaatregel 2025
- Rechtspraak - Court signal on factoring and article 15b
