Bij een Nederlandse webshop dient het btw-probleem zich zelden aan als Europese wetgeving. Het verschijnt als drie gewone bestellingen vóór de lunch: een Belgische consument, een Duitse zakelijke klant en een Franse koper van wie het btw-nummer maanden geleden is ingevoerd. Het pakket wordt ingepakt, de factuur gaat de deur uit en pas later vraagt iemand zich af of de btw-behandeling wel klopte.
Waar het werk terechtkomt
Het wetsvoorstel voor één btw-registratie, dat het ministerie van Financiën op 26 maart 2026 publiceerde, voert het onderdeel over één btw-registratie uit Richtlijn (EU) 2025/516 uit. Het gaat om een voorgestelde wijziging, niet om geldend recht. De praktische uitkomst is eenvoudig: voor bepaalde grensoverschrijdende activiteiten zijn minder buitenlandse btw-registraties nodig, maar de ondernemer wordt sterker afhankelijk van centrale rapportage en een sluitende administratie .
The timetable matters. The Wet op de omzetbelasting 1968 is planned to change in stages, with entry dates of 1 January 2027, 1 July 2028, and 1 July 2029. The wider ViDA package also includes electronic invoicing, digital reporting, and platform rules. Those run on separate tracks.
Vanaf 1 januari 2027 vallen grensoverschrijdende leveringen van gas, elektriciteit, warmte en koude die als intracommunautaire afstandsverkopen worden behandeld onder de uitbreiding. Vanaf 1 juli 2028 wordt de voorgestelde Unieregeling verder uitgebreid naar specifieke goederenleveringen. Daaronder vallen onder meer installatiewerkzaamheden, leveringen aan boord van schepen, vliegtuigen of treinen en bepaalde binnenlandse leveringen aan consumenten.
Voor een eigenaar van een webshop klinkt dat technisch. In de praktijk raakt het de verkoopadministratie, de tabel met btw-tarieven, het klantdossier en de tekst op de factuur. Voor één goederenstroom kan een buitenlandse registratie verdwijnen, maar het land van levering blijft van belang. Net als het bewijs.
De verkoop moet nog steeds aantoonbaar zijn
Belastingdienst guidance on the OSS scheme already shows the pace of this work. Union scheme VAT notifications are filed quarterly, including quarters with no relevant supplies. Corrections go into a later notification, usually within three years. Records must be kept for ten years after the year of supply.
Dat is geen lichte backoffice-taak. Het is een centrale btw-route met een klok eraan. Wie herhaaldelijk geen meldingen indient of na aanmaningen herhaaldelijk niet betaalt, kan voor twee jaar worden uitgesloten van de Unieregeling en de invoerregeling.
Voor de Opgaaf ICP geldt dezelfde nauwkeurigheid. Volgens de huidige uitleg moet het ICP-totaal aansluiten op het bedrag dat voor EU-leveringen en diensten in rubriek 3b van de btw-aangifte staat. Is het btw-nummer van de klant ongeldig of zijn de klantgegevens onjuist, dan kunnen een naheffingsaanslag en een boete volgen.
Voor een kleine verkoper ligt daar het werkelijke risico. De fiscus ziet geen hectische ochtend op kantoor. Die ziet gegevens, datums en het spoor achter elke verkoop.
Voorraad is geen voetnoot
Vanaf 1 juli 2028 stelt het wetsvoorstel een optionele overbrengingsregeling voor. Daarmee kunnen ondernemers hun eigen goederen via het éénloketsysteem naar een andere lidstaat overbrengen. De bestaande regeling voor call-off stock blijft beschikbaar voor goederen die uiterlijk op 30 juni 2028 zijn overgebracht en wordt uiterlijk op 1 juli 2029 beëindigd.
De overbrengingsregeling brengt ook een administratieplicht mee voor alle gedekte goederenbewegingen en een bewaartermijn van tien jaar. Dat is van belang voor veel meer dan klassieke e-commerce. Denk aan reserveonderdelen in een Belgisch magazijn, demonstratievoorraad in Duitsland, goederen voor installatiewerk in Frankrijk of voorraad die wordt verplaatst voordat een eindklant bekend is.
De voorgestelde ruimere verleggingsregeling laat een oude vraag in stand: wie is de btw verschuldigd en kunnen de factuur, de ICP-opgaaf en de klantgegevens dat bewijzen? Vanaf 1 juli 2028 moet de verleggingsregeling volgens het voorstel ruimer en verplicht worden toegepast wanneer de leverancier niet voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is en de klant daar al wel voor btw is geïdentificeerd.
Ook daardoor komt de ICP-formulier weer nadrukkelijk in beeld. Ondernemers moeten voor de desbetreffende verlegde leveringen en diensten een Opgaaf ICP indienen. Het werk verdwijnt dus niet. Het verschuift.
Groei maakt dit alledaags
Het CBS meldde dat de Nederlandse detailhandelsomzet in mei 2026 2,9 procent hoger lag dan een jaar eerder. De online omzet lag 4,8 procent hoger. In 2024 had 27 procent van de Nederlandse bedrijven met tien of meer werkzame personen elektronische verkopen via een website, app of EDI. In de handel was dat 50 procent.
Die cijfers maken niet van iedere Nederlandse webshop een grensoverschrijdend btw-dossier. Ze laten wel zien waarom dit onderwerp de specialistische hoek heeft verlaten. Door digitaal te verkopen voelt afstand kleiner. De btw trekt zich daar niets van aan. Die volgt de klant, het land, de levering en het bewijs daarachter.
Een ondernemer die over de grens verkoopt, merkt die verschuiving in het dagelijkse ritme van de onderneming. De bestelling lijkt eenvoudig. De administratie is dat niet.
Wat u vóór de wijziging moet controleren
In een kleine onderneming zou ik beginnen bij de transacties, niet bij het wetboek. Welke EU-verkopen zijn B2C-goederen, B2B-diensten, installatiewerkzaamheden, binnenlandse leveringen in het buitenland of overbrengingen van eigen goederen? Welke buitenlandse btw-registraties bestaan er nu en welke transactie heeft die veroorzaakt? Welke buitenlandse btw-tarieven staan in de webshop? Hoe worden correcties, nihil-OSS-aangiften en de opslag gedurende tien jaar verwerkt?
Een steekproef van EU-facturen aan zakelijke klanten laat het zwakke punt vaak snel zien. Is het bewijs van het btw-nummer aanwezig? Sluit de tekst op de factuur aan bij de gekozen behandeling? Komt het ICP-totaal overeen met rubriek 3b? Voor een microbedrijf dat de EU-KOR toepast, kan de beoordeling nog altijd per land plaatsvinden. Volgens de huidige uitleg van de Belastingdienst is de Unieregeling in bepaalde gevallen toegestaan bij een EU-omzet van maximaal €100.000, terwijl de invoerregeling niet gelijktijdig kan worden gebruikt.
Het effect op de liquiditeit is beperkt, maar wel reëel. Minder administratie kan tijd en kosten voor externe aangiften besparen. Dat verbetert de liquiditeit niet automatisch. Btw-tarieven in het land van bestemming kunnen drukken op vaste consumentenprijzen inclusief btw. Kwartaalbetalingen via OSS kunnen btw-uitgaven clusteren. Buitenlandse voorbelasting vraagt mogelijk nog steeds om een afzonderlijke teruggaafprocedure.
Terug bij de webshop is de beste voorbereiding geen paniek en ook geen dik memo. Het is een betere verkoopinrichting, een actuele tabel met btw-tarieven, gecontroleerde klantgegevens en software die de stappen in 2027, 2028 en 2029 in gewone taal kan uitleggen. Eén btw-registratie kan het aantal deuren dat een Nederlandse onderneming moet openen verkleinen. Maar achter elke verkoop moet nog altijd duidelijk zijn wat er precies gebeurt.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
