Aan tafel bij de adviseur praat de ondernemer niet over fiscale theorie. Zij probeert haar privédossier opnieuw op te bouwen, terwijl de BV salarissen moet goedkeuren, facturen moet versturen en de liquiditeit op peil moet houden. Het beeld is herkenbaar: een verhuurd appartement, een effectenrekening en een oude lening in privé staan naast de onderneming, ook al is de BV zelf geen belastingplichtige voor box 3.
Van recht naar papierwerk
De herstelregeling voor box 3 gaat voor in aanmerking komende belastingplichtigen terug tot 2017. De regeling volgt op het Kerstarrest uit 2021 en latere arresten van de Hoge Raad, waaronder ECLI:NL:HR:2024:704 van 6 juni 2024. De Wet tegenbewijsregeling box 3 trad op 19 juli 2025 in werking. Wat begon als juridisch rechtsherstel, is inmiddels vooral een uitvoeringsdossier.
Het formulier Opgaaf werkelijk rendement, het OWR-formulier, kwam op 10 juli 2025 beschikbaar. Op 8 december 2025 waren meer dan 476.000 formulieren ingediend en waren ongeveer 2,8 miljoen brieven verstuurd over het gebruik ervan. De verwerking begon in het najaar van 2025 gefaseerd, te beginnen met de oudste jarenvanaf 2017.
Voor 2021 en later hoeft een belastingplichtige geen bezwaar te hebben gemaakt om het werkelijke rendement door te geven. Dat is relevant omdat de route openstaat, maar niet onmiddellijk resultaat oplevert. Een tegemoetkoming wordt pas geld nadat het formulier, de beoordeling en de aanslag voldoende ver zijn gevorderd.
Waarom het privédossier toch bij de onderneming uitkomt
Box 3 is een heffing in de inkomstenbelasting over privévermogen. Ondernemingen zijn geen belastingplichtige voor box 3. Het dossier hoort bij de natuurlijke persoon.
In het leven van een klein bedrijf blijkt die scheiding vaak minder strak. De ondernemer kan de BV financieren met privéspaargeld, geld aan de onderneming lenen, dividend afstemmen op de fiscale liquiditeit in privé of garant staan voor verplichtingen en rekening-courantverhoudingen. Vertraging in het privédossier kan daardoor ondernemingsbeslissingen beïnvloeden, ook als de onderneming zelf geen positie in box 3 heeft.
Terug aan tafel moeten nog steeds salarissen worden goedgekeurd en rekeningen worden betaald. Het privédossier vraagt om WOZ-gegevens, huurinkomsten, rente op schulden, portefeuillewaarden, leningsovereenkomsten en bewijs van waardeveranderingen. Het digitale formulier is slechts de voordeur. Daarachter zitten oude rekeningafschriften, bankportalen, brokeroverzichten en ontbrekende stukken.
Het bewijs staat niet in het formulier
De gegevens over het werkelijke rendement komen van de belastingplichtige en staan niet in de vooraf ingevulde aangifte. Voor ieder belastingjaar is een afzonderlijk OWR-formulier nodig. Voor 2020 tot en met 2024 staat dat in Mijn Belastingdienst. Voor 2017 tot en met 2019 loopt het via een afzonderlijke route op de website van de Belastingdienst.
Bijlagen kunnen niet met het formulier worden meegestuurd. Dat lijkt een detail, maar heeft grote gevolgen. Het bewijs moet per jaar wel beschikbaar zijn, ook als het niet bij de indiening wordt gevoegd. Komt het dossier in behandeling, dan moet de belastingplichtige nog steeds kunnen laten zien hoe de bedragen zijn opgebouwd.
Ook de termijnen zijn van belang. Als een uitgenodigde belastingplichtige geen OWR-formulier instuurt, wordt de definitieve aanslag gebaseerd op het forfaitaire rendement. De Belastingdienst verwacht die aanslag binnen 24 weken, of binnen 40 weken wanneer een belastingadviseur de aangifte heeft ingediend.
Ook de rekenregels beperken de ruimte. Het werkelijke rendement wordt berekend over het totale vermogen en de totale schulden in box 3, zonder toepassing van het heffingsvrije vermogen. Een negatief werkelijk rendement in het ene jaar kan niet worden verrekend met een ander jaar. Kosten zijn in het algemeen niet aftrekbaar, met uitzondering van beperkte posten, zoals rente op box 3-schulden en bepaalde investeringsaanpassingen die verband houden met de WOZ-waarde.
De selectiemodule voor OWR bekijkt ieder ingediend formulier. Zij werkt met deskundigenregels voor selectie en leert niet zelfstandig van eerdere uitkomsten. Een dossier kan rechtstreeks worden afgehandeld of worden doorgestuurd voor beoordeling door een medewerker. Voor adviseurs en belastingplichtigen is de boodschap eenvoudig: een ordelijke administratie levert niet per se snelheid op, maar hiaten leveren altijd extra werk op.
De grensjaren zijn niet gelijk
Voor de jaren 2017 tot en met 2020 ligt de belangrijkste drempel. Op 25 juni 2026 oordeelde de Hoge Raad in ECLI:NL:HR:2026:907 over de route van het Massaalbezwaarplus voor die jaren. De Belastingdienst stelt nu dat mensen die geen bezwaar hebben gemaakt, te laat bezwaar hebben gemaakt of te laat om ambtshalve vermindering hebben verzocht, voor 2017 tot en met 2020 geen recht hebben op herstel van box 3. Zij mogen voor die jaren ook geen OWR-formulier gebruiken.
Voor 2021 tot en met 2024 is de route ruimer. Belastingplichtigen met inkomen in box 3 kunnen voor die jaren het werkelijke rendement doorgeven. Vanaf 2025 kan het werkelijke rendement rechtstreeks in de aangifte inkomstenbelasting worden opgegeven. De oude herstelroute, de huidige aangifte en het geplande stelsel bestaan nu naast elkaar.
Het kabinet wil vanaf 1 januari 2028 een stelsel invoeren dat uitgaat van het werkelijke rendement. Volgens Rijksoverheid nam de Tweede Kamer het voorstel op 12 februari 2026 aan. Uit latere officiële informatie blijkt dat het nieuwe stelsel meer gegevens nodig heeft en tot een zwaardere administratie leidt. Dat is geen kleine wijziging. Ongeveer 3,9 miljoen belastingplichtigen hebben inkomen in box 3 en bij ongeveer 1,4 miljoen van hen kan de aangifte niet volledig vooraf worden ingevuld, bijvoorbeeld door bezit van onroerend goed en niet-beursgenoteerde aandelen.
Veel ondernemers zitten in die groep. Zij hebben vastgoed, leningen, beleggingen en geldstromen die door het huishouden en de onderneming lopen. Het privédossier is geen voetnoot. Het is onderdeel van de manier waarop de onderneming blijft draaien.
Geef de teruggave niet alvast uit
De parameters voor 2026 zetten extra druk. In de officiële begrotingsstukken staat het forfait voor overige bezittingen voor 2026 op 7,78 procent en wordt het heffingsvrije vermogen verlaagd naar €51.396. Ook wordt verwacht dat ongeveer 300.000 extra belastingplichtigen box 3-belasting moeten betalen door de lagere grens.
Daarom zullen meer mensen de route van het werkelijke rendement onderzoeken. Adviseurs moeten ordenen naar jaar, toegang tot de regeling, vermogensbestanddeel, kwaliteit van het bewijs en het vermoedelijke effect op de liquiditeit. Een formulier snel invullen en een reconstructie maken zijn niet dezelfde dienstverlening.
Voor de ondernemer is de praktische discipline eenvoudig. Houd per jaar één controleerbare bewijsvoering bij. Scheid ontvangen belastinggeld van een verwachte tegemoetkoming. Controleer eerst de formele positie voor 2017 tot en met 2020 voordat tijd wordt gestoken in een gesloten route. Beschouw 2021 tot en met 2024 als open, maar nog altijd zwaar afhankelijk van bewijs.
Herstel van box 3 gaat niet alleen over geld terugkrijgen. Het dwingt de vraag af of de privébalans zich kan verklaren wanneer het belastingstelsel daarom vraagt. Voor kleine ondernemers is dat de blijvende les. Privéadministratie staat dicht bij zakelijke besluitvorming. Zij bepaalt wanneer liquiditeit betrouwbaar genoeg is, wanneer dividend verstandig is en wanneer een tegemoetkoming nog slechts een bedrag op papier is.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
