Een verdedigbare lening begint bij aflossing, zekerheid en kasstromen, niet bij een percentage dat pas na de betaling is gekozen.
De renteboeking verschijnt in de administratie en oogt volkomen normaal. De aandeelhouder heeft geld verstrekt, de bv heeft het gebruikt en in de overeenkomst staat een rentepercentage. Misschien boekt de accountant al jaren hetzelfde bedrag. Niets lijkt dringend, totdat iemand de lastigere vraag stelt: waarom zou een onafhankelijke financier deze voorwaarden hebben aanvaard?
Die vraag stond centraal in een Nederlandse vastgoedzaak over de aankoop van een kantoorpand voor € 76,25 miljoen. De vennootschap leende € 49,202 miljoen van haar aandeelhouders, voor een looptijd van vijftien jaar en tegen 7 procent rente. Tussentijdse aflossingen waren niet verplicht, er was geen hypotheekrecht en er gold geen convenant voor de verhouding tussen lening en vastgoedwaarde. Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat financiering door derden mogelijk was geweest, maar dat een deel van de rente bovenmatig was en een verkapte winstuitdeling vormde.
De bedragen zijn groot, maar het vraagstuk is ook voor kleinere ondernemingen herkenbaar. Een oprichter leent geld aan de onderneming om groei te financieren, een moeilijke winter te overbruggenof aan een eis van de bank te voldoen. Iedereen weet waarom het geld nodig is. Juist dat gezamenlijke begrip kan formele kredietdiscipline overbodig doen lijken.
Het rentepercentage is niet de hele beslissing
Artikel 8b van de Wet op de vennootschapsbelasting verlangt dat gelieerde partijen voorwaarden hanteren die onafhankelijke partijen zouden zijn overeengekomen. Ook moet uit de administratie blijken hoe de prijs tot stand is gekomen en waarom de voorwaarden zakelijk verdedigbaar zijn.
Ik lees die verplichting ruimer dan het zoeken naar een vergelijkbaar rentepercentage. De rente maakt deel uit van een totaalpakket. Looptijd, aflossing, zekerheden, rangorde, kasstromen en bescherming van de geldverstrekker beïnvloeden allemaal de prijs. Een keurig onderbouwd percentage kan geen financiering dragen waarvan de commerciële logica ontbreekt.
De voorlichting van de Belastingdienst stelt bij zakelijke leningsvoorwaarden eveneens concrete vragen. Is er een schriftelijke overeenkomst? Hoe wordt de lening afgelost? Zijn er voldoende zekerheden? Kan de bv haar eigen verplichtingen blijven nakomen? Zou dezelfde lening onder vergelijkbare omstandigheden ook aan een onafhankelijke partij zijn verstrekt?
Dat zijn fiscale vragen, maar ook managementvragen. In dertig jaar Nederlandse ondernemingspraktijk heb ik vaak gezien hoe een gezonde commerciële bedoeling werd verzwakt door een administratie die wel de uitkomst vastlegde, maar niet de beslissing. Het geld was overgemaakt en de rente geboekt, maar niemand had de kasprognose bewaard of bekeken wat er in een minder goed jaar zou gebeuren.
Wanneer vertrouwen van de aandeelhouder kredietdiscipline vervangt
Aandeelhouders kunnen risico’s aanvaarden die banken niet willen nemen. Dat kan precies de reden zijn waarom hun financiering waardevol is. Maar vertrouwdheid met de onderneming is geen zekerheid, en vertrouwen in toekomstige omzet is geen aflossingsschema.
De Kennisgroep van de Belastingdienst omschrijft een onzakelijke lening als een lening waarbij geen vaste, niet-winstafhankelijke rente het kredietrisico kan vergoeden dat een onafhankelijke derde niet zou accepteren. Eenvoudig gezegd: een hogere rente herstelt het probleem niet altijd. Soms is de wezenlijke vraag of dit risico onder deze voorwaarden überhaupt als vreemd vermogen thuishoort.
Neem een handels-bv die bij haar eigenaar leent om voorraad en nieuwe medewerkers te financieren. Zolang de omzet stijgt, blijft de rente betaalbaar. Zes maanden later betalen twee klanten te laat. Dezelfde rente concurreert dan met lonen, btw en leveranciers. Als de aflossing afhankelijk is van een nieuwe lening of een toekomstige verkoop, had die afhankelijkheid al zichtbaar moeten zijn toen de financiering werd goedgekeurd.
Hier raken fiscale discipline en governance elkaar. De onvermijdelijke vraag luidt: wat aanvaarden we vandaag, wat stellen we uit en wat betekent die keuze voor liquiditeit, belasting, medewerkers en zeggenschap?
Een renteconflict kan zich uitbreiden
Een zwakke financieringsregeling blijft niet binnen de aangifte vennootschapsbelasting. Als een deel van een rentebetaling als verkapte winstuitdeling wordt aangemerkt, kunnen verplichtingen voor de dividendbelasting ontstaan. Een vennootschap die dividend uitkeert, moet in het algemeen dividendbelasting inhouden, aangeven en afdragen. Het standaardtarief is 15 procent, al kunnen vrijstellingen en grensoverschrijdende regels tot een andere behandeling leiden.
Ook het tijdstip is van belang. De aangifte en betaling van dividendbelasting moeten doorgaans plaatsvinden binnen één maand nadat het dividend ter beschikking is gesteld. Als een betaling als rente is geboekt, heeft de vennootschap dat proces mogelijk niet gestart. Een latere herkwalificatie kan daarom naast de aftrekbaarheid ook vragen oproepen over inhouding, belastingrente en boetes.
Buitenlandse aandeelhouders voegen nog een laag toe. Onder bepaalde voorwaarden kan een inhoudingsvrijstelling voor deelnemingsdividend gelden, maar de ontvanger, de verdragspositie, het belang en de antimisbruikvoorwaarden moeten met bewijs worden onderbouwd. De vennootschap moet kunnen reconstrueren wie de betaling ontving, waarom deze als rente is verwerkt, wie haar goedkeurde en welke inhoudingsanalyse aan die behandeling ten grondslag lag.
Dit is geen administratie omwille van de administratie. Zo blijven bestuur, jaarrekening en fiscale positie verbonden met dezelfde economische gebeurtenis.
Terug naar de dag waarop het geld werd overgemaakt
Een zinvolle beoordeling begint bij de werkelijkheid en niet bij de formulering van het contract. Heeft de bv de rente volgens afspraak betaald? Is er ooit op de hoofdsom afgelost? Zijn de toegezegde zekerheden daadwerkelijk gevestigd? Hebben de bestuurders de convenanten en kasruimte bewaakt? Hield de onderneming voldoende ruimte voor lonen, leveranciers en belasting?
Bij een materiële aandeelhouderslening verwacht ik dat de vennootschap naast de overeenkomst een korte kredietbeoordeling bewaart. Daarin horen het zakelijke doel, de aflossingsbron, de looptijd, de zekerheden, de rangorde en realistische financieringsalternatieven te staan. Het grootboek, de bankbetalingen, het aandeelhoudersregister en de fiscale verwerking moeten vervolgens hetzelfde verhaal vertellen.
De eigenaar die de onderneming in een moeilijke maand financierde, kan een verantwoorde beslissing hebben genomen. De zwakte ontstaat wanneer goede wil het oordeel vervangt, of wanneer een achteraf gekozen rentepercentage moet bewijzen dat een nooit gedocumenteerde beslissing zakelijk was.
Ga terug naar die eerste renteboeking. Die kan nog steeds volkomen juist zijn. Haar kracht komt niet van het etiket in het grootboek, maar van een financieringsbeslissing die de onderneming tegenover een onafhankelijke geldverstrekker kan verdedigen, terwijl zij de liquiditeit en de mensen beschermt die nodig zijn om het bedrijf overeind te houden.
Als een aandeelhouderslening niet meer aansluit bij de economische werkelijkheid, toets dan de voorwaarden, liquiditeit en fiscale verwerking vóór de volgende renteboeking.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Onzakelijke aandeelhoudersleningen leiden tot dividendboetes - Taxence
- Wettenbank - Arm's-length pricing of related-party finance
- Belastingdienst - What makes a loan commercially supportable
- Belastingdienst Kennisgroepen - Uncommercial loans can create a benefit outside the interest line
- Belastingdienst - Dividend-tax withholding and reporting exposure
- Belastingdienst - Timing of dividend-tax compliance
- Belastingdienst - Foreign shareholder and participation-dividend route
- Ondernemersplein - Market benchmark for business finance
