Imagine a founder standing In een vrijwel voltooide werkplaats staat een ondernemer met geleverde machines, getekende arbeidsovereenkomsten en een opgezegd oud pand. Op de projectplanning staat de elektriciteitsaansluiting als besteld, met een geaccepteerde offerte. Aan tafel leest iedereen die regel als voortgang.
Het hernieuwde ACM-besluit in het geschil tussen WoonFriesland en Liander laat zien waarom dat vertrouwen voorbarig kan zijn. ACM nam het besluit op 16 juli 2026 en publiceerde het op 28 juli. Daaraan ging de uitspraak van het CBb van 28 april 2026, ECLI:NL:CBB:2026:180, vooraf. Die vernietigde de eerdere motivering van ACM en verplichtte tot een nieuwe beoordeling.
WoonFriesland accepteerde op 22 december 2022 Lianders offerte voor twaalf 3x25A-aansluitingen. Vier woningen werden op 19 juli 2023 aangesloten. De overige acht sloot Liander aan tussen 25 en 31 maart 2024. De doorslaggevende vraag was niet simpelweg hoeveel weken er waren verstreken. Het ging erom of in die periode transportcapaciteit beschikbaar was geweest.
Een aansluiting is iets anders dan bruikbare stroom
ACM found that transport capacity was unavailable and treated that shortage as an important circumstance. In this case, the connection period was suspended until sufficient capacity became available. Liander installed a transformer station. Once capacity was available, it completed the requested connections within one week.
Dit is een concreet geschil, geen algemene kalenderregelvoor elk project. De bredere betekenis is praktischer. Een geaccepteerde aansluitofferte legt niet per se de datum vast waarop een gebouw daadwerkelijk elektriciteit kan gebruiken.
Juist die onderscheiding is gemakkelijk te missen, omdat het papierwerk geruststellend oogt. Er ligt een offerte, een technische specificatie en mogelijk een gereguleerd tarief. Het projectteam kan naar een document wijzen. Maar de onderneming heeft nog antwoord nodig op een afzonderlijke vraag: kan het net op deze locatie de benodigde elektriciteit transporteren?
Voor de ondernemer in de werkplaats bepaalt dat antwoord veel meer dan de planning van de installateur. Het raakt het moment waarop machines kunnen worden getest, medewerkers kunnen werken, klanten kunnen worden geholpen en omzet kan worden gemaakt. Een locatie kan fysiek gereed zijn en commercieel toch nog niet inzetbaar.
De verkeerde mijlpaal werkt door in de hele onderneming
Ik lees het besluit-WoonFriesland als een governancewaarschuwing tegen schijnzekerheid. Eén optimistische mijlpaal kan ongemerkt in meerdere dossiers terechtkomen. Het bouwplan meldt gereed. De huurovereenkomst noemt de ingangsdatum. De prognose voor de financier rekent op inkomsten. Facturen voor apparatuur vervallen. De werving loopt door. Intussen verwijst de correspondentie met de netbeheerder nog steeds naar congestie of netverzwaring.
Elk document kan binnen zijn eigen beperkte doelstelling juist zijn. Samen vertellen ze tegenstrijdige verhalen.
Daar wordt een vertraging in de infrastructuur een managementprobleem. De aansluitbijdrage is zichtbaar en begrensd. De kosten van wachten zitten verspreid over rente, tijd van aannemers, tijdelijke voorzieningen, stilstaande apparatuur, uitgestelde huurinkomsten en later gerealiseerde omzet. Die bedragen staan zelden onder één post. Daardoor kan het management de blootstelling onderschatten, totdat de kas sneller leegloopt dan voorzien.
Een betere liquiditeitsprognose maakt onderscheid tussen bouwkundige oplevering en het moment waarop elektriciteit beschikbaar is. Die data kunnen uiteindelijk samenvallen. Ze mogen niet als identiek worden behandeld alleen omdat een offerte is geaccepteerd.
Contracten verdienen dezelfde aandacht. Een verhuurder kan oplevering op een bepaalde datum toezeggen, terwijl de huurder ervan uitgaat dat het pand vanaf dag één ruimte biedt voor koeling, laden, elektrische verwarming of productieapparatuur. Een ontwikkelaar kan een opleverschema afspreken dat nauwelijks iets zegt over netcapaciteit. Dan kunnen de juridische tekst en de operationele aanname uit elkaar gaan lopen.
Bewijs weegt zwaarder dan een gemiddelde wachttijd
De ingreep van het CBb verscherpt ook de bewijspositie. Het eerdere besluit van ACM leunde zwaar op gemiddelde aansluittermijnen van ongeveer 18 tot 22 weken. De rechter oordeelde dat de motivering onvoldoende inging op de feiten, omstandigheden en belangen van het concrete geval.
Verstreken tijd blijft relevant, maar vertelt niet het hele verhaal. Een degelijk projectdossier moet laten zien wanneer transportschaarste bekend werd, welke netverzwaring nodig was, wanneer capaciteit terugkeerde en hoe snel de netbeheerder daarna handelde. Ook moet blijken wat het management met die informatie heeft gedaan.
Daarvoor is geen groot rapportagesysteem nodig. Voor een kleine onderneming kan één actueel overzicht volstaan. Daarin kunnen de geaccepteerde offerte, de gevraagde capaciteit, de bevestigde transportsituatie, het resterende fysieke werk, de verwachte exploitatiedatum en de verantwoordelijke voor de volgende beslissing apart staan. De waarde zit in het dateren van die gegevens en in de koppeling met de huurovereenkomst, de begroting en de klantverplichtingen.
Per 28 juli 2026 werkte ACM nog met netbeheerders en marktpartijen aan nieuwe, concrete aansluittermijnen voor kleinverbruikers. Eerdere codetermijnen van 12, 18 en, bij congestie, maximaal 52 weken waren gebaseerd op een codebesluit dat later grotendeels is vernietigd. Binnen een project moeten die cijfers niet worden gepresenteerd als actuele, vaste aanspraken.
Verantwoordelijkheid begint vóór de vertraging
Het landelijke beleid zet in op snellere netuitbreiding en flexibeler gebruik van capaciteit. De Energiewet trad op 1 januari 2026 in werking en ook de overheidsmaatregelen om energie-infrastructuur te versnellen gingen die maand van start. Die richting is van belang, maar landelijk beleid is geen bevestigde opleverdatum voor één werkplaats, winkel of woningbouwproject.
De ondernemer in onze werkplaats heeft nog steeds een lokaal antwoord nodig. Voordat hij het oude pand opzegt, de laatste machine bestelt of klanten een openingsweek belooft, moet iemand de netpositie naast de commerciële planning leggen. Dat is niet alleen een technische taak voor de installateur. Het is een besluit over liquiditeit, contracten en verantwoordelijkheid.
De nuchtere les van WoonFriesland is dat ‘aansluiting besteld’ als managementconclusie te mager is. Een onderneming moet weten of elektriciteit bruikbaar zal zijn voor de activiteit die zij wil uitvoeren, en wat nog onzeker is als dat niet zo is.
Een getekende offerte is waardevol. Maar zij staat niet gelijk aan een operationele onderneming. Goed bestuur begint met de weigering die twee door elkaar te halen.
Wilt u weten wat een netvertraging betekent voor uw kas, contracten en openingsplanning?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Geschilbesluit WoonFriesland – Liander, na uitspraak CBb | ACM
- College van Beroep voor het bedrijfsleven - CBb correction of the earlier ACM reasoning
- Autoriteit Consument en Markt - Missing fixed connection terms for small electricity connections
- Autoriteit Consument en Markt - Current practical connection position for small users
- College van Beroep voor het bedrijfsleven - Contracted transport capacity as a recorded entitlement
- Rijksoverheid - Current policy pressure on grid expansion and flexible capacity use
- Rijksoverheid - Energiewet and the shift toward flexible network use
- Autoriteit Consument en Markt
