Een klein aannemersbedrijf sluit het tweede kwartaal af met meer facturen dan vorig jaar. Het orderboek ziet er gezond uit. Er wordt gepraat over een extra medewerker, misschien een bestelbus, en in elk geval over minder zorgen voor het najaar. Dan stelt de accountant een minder feestelijke vraag: hoeveel heeft elke afgeronde klus echt opgeleverd?
Die vraag hangt boven de nieuwste bouwcijfers van het CBS. De omzet, exclusief projectontwikkeling, steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 5,2 procent ten opzichte van een jaar eerder. Volgens het CBS kwam een groot deel van die stijging echter door twee extra werkdagen in juni. Ook lagen de prijzen in de hout- en bouwmaterialenindustrie 4,5 procent hoger.
The fuller picture is less buoyant than the revenue headline. Construction value-added volume fell 0.7 per cent year on year after calendar adjustment in the second quarter. It also fell 0.7 per cent from the previous quarter after seasonal adjustment. Turnover rose, but underlying production did not risewith it.
Omzet is geen productie
This distinction matters in construction because price, time and physical work travel through the accounts differently. Two extra working days support invoicing. Higher material prices lift the value of sales. Neither automatically improves the return on a fixed-price renovation, a delayed installation or a project carrying unpaid variations.
Alle hoofdtakken van de bouw rapporteerden hogere omzet. Gespecialiseerde bouwwerkzaamheden liepen voorop met 6,0 procent groei, gevolgd door grond-, water- en wegenbouw met 5,9 procent. Burgerlijke en utiliteitsbouw groeide met 3,8 procent. Voor een installateur of afbouwbedrijf kan dat voelen als echte vraag. Het kan ook meer afstemming, meer rijden en duurdere arbeid betekenen, geperst in dezelfde marge.
De arbeidsmarkt blijft krap: 28.600 openstaande vacatures in de bouw in het kwartaal. Die druk komt bij kleine bedrijven snel binnen. Een ondernemer kan werk hebben voor zes mensen en er maar vijf beschikbaar hebben. De zesde verschijnt dan als overwerk, een dure onderaannemer, een uitgestelde klus of een teleurgestelde klant.
Ik lees de omzetstijging als bewijs van een drukke markt, niet per se van een sterker bedrijf. Het verschil zit in contractvoorwaarden, inkoopmomenten, bestede uren en de snelheid van innen.
Vergunningen, start en oplevering
De woningcijfers leveren weer een verleidelijke kop op. De vergunde bouwsom voor woningen kwam in het tweede kwartaal uit op 6,27 miljard euro, 97 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens het CBS hangt die uitzonderlijke beweging waarschijnlijk samen met gewijzigde regels voor het verdelen van schaarse netcapaciteit vanaf 1 juli. Gemeenten kunnen projecten sneller door de vergunning hebben gejaagd.
Daardoor is het cijfer belangrijk, maar niet eenvoudig. Het CBS hield de totalen van vergunde nieuwbouwwoningen voor juni en het hele kwartaal achter, omdat recente wijzigingen in regelgeving en gemeentelijke werkwijzen de betrouwbaarheid aantastten. April en mei telden nog ongeveer 8.500 respectievelijk 10.800 vergunde woningen, boven het maandgemiddelde van 7.100 sinds januari 2022.
Eind mei stonden bijna 234.000 woningen in de nieuwbouw met een openstaande vergunning. In het tweede kwartaal werden 16.430 nieuwe woningen opgeleverd. Dat zijn verschillende stadia van de woningmarkt. Een woning in die voorraad kan in aanbouw zijn, of nog wachten op financiering, aansluitcapaciteit, inkoop en een werkbare startdatum.
Voor de aannemer uit de openingsalinea is dat verschil doorslaggevend. Een ontwikkelaar kan over 80 vergunde woningen praten en capaciteit vragen voor het voorjaar. De aannemer kan mensen en leveranciersslots gaan reserveren. Maar zolang het project niet is gefinancierd, aangesloten, gecontracteerd en ingepland, zijn die 80 woningen commercieel potentieel — geen betrouwbare omzet.
Zo’n voorraad kan vertrouwen geven en tegelijk gaten tussen klussen opleveren. Die gaten kosten geld. Personeel, geleasd materieel en magazijnruimte lopen door in weken waarin het verwachte project nog niet is gestart.
Wat voor een klein bedrijf echt telt
Een bruikbaar orderboek heeft daarom lagen. Werk in bespreking, vergund werk, gecontracteerd werk, startklaar werk, afgerond werk en betaald werk. Die als één getal behandelen geeft de ondernemer rust, maar weinig sturing.
Diezelfde discipline hoort in de projectadministratie. Omzet moet naast brutomarge, onderhanden werk, openstaande meerwerken, retenties en debiteurentermijnen worden gelezen. Een sterke factuurmaand kan samengaan met een zwakke bankrekening wanneer leveranciers betaald moeten worden voordat de opdrachtgever de volgende fase goedkeurt.
Materiaalprijzen verdienen aparte aandacht. De CBS-stijging van 4,5 procent betreft producentenprijzen in de hout- en bouwmaterialenindustrie, dus die beschrijft niet iedere inkoopmand van een aannemer. Ze laat wel zien dat prijsdruk aanhoudt. Een offerte van maanden geleden kan een andere marge dragen zodra materialen worden besteld.
Hier beschermt bescheiden administratie het commercieel oordeel. Een vaste review kan prijseffecten scheiden van extra volume en extra werkdagen. Ze laat ook zien welke vaste-prijsprojecten nog fors moeten inkopen, welke meerwerken op schriftelijke goedkeuring wachten en welke opdrachtgevers de betaling rekken.
Het kwartaal telde ook 133 faillissementen in de bouw, vijf meer dan in het eerste kwartaal. Dat is geen beeld van algemene ineenstorting. Het is een herinnering dat drukke bedrijven alsnog kunnen omvallen wanneer marges dun zijn, geschillen factureren vertragen of groei sneller kasgeld opeet dan klanten het aanvullen.
Geduld zonder stilstand
De Nederlandse woningvoorraad in aanbouw kan veel toekomstig werk bieden. Kleine aannemers, installateurs en toeleveranciers moeten dat niet wegwuiven. Ze moeten het ook niet uitgeven voordat het er is. Personeel, busjes en materieel hebben vooral zin wanneer ze zijn gepland op realistische projectstadia, niet op de brede waarde van vergunde bouw.
Terug aan tafel bij de aannemer: de extra bestelbus mag nog steeds een ja worden. Maar de onderbouwing hoort te rusten op winstgevend gecontracteerd werk, beschikbare mensen en geloofwaardige betaaldata. Een stijgende markt kan groei steunen. Ze kan de rekenkunde erachter niet vervangen.
De nieuwste cijfers schetsen een bouwsector met meer omzet, aanhoudende arbeidsschaarste en een grote woningvoorraad die nog door meerdere deuren moet. De kalme reactie is noch somberheid, noch feest. Het is weten welk werk vandaag echt is, welk werk morgen kan komen, en welke factuur daadwerkelijk op de bank is binnengekomen.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
