Een kleine fabrikantkan een volle werkplaats hebben en toch de vervanging van een verouderde machine uitstellen. De orders komen binnen, de lonen moeten worden betaald en de orderportefeuille oogt behoorlijk. Maar een nieuwe machine betekent ook schuld, onderhoud en een vaste maandlast. De eigenaar wacht nog een kwartaal.
That tension sits inside the July economic picture from Statistics Netherlands, CBS. Its Conjunctuurklok indicator slipped from -0.30 in June to -0.33 in July. Nine of its thirteen indicators remained below their long-term trend. At the same time, Dutch GDP grew by 0.4 percent in the second quarter, according to the first estimate.
Dit is geen eenvoudige neergang. De consumptie van huishoudens en overheid droeg de groei. Ook de goederenexport, de bestedingen van huishoudens en de industriële productie namen toe in de meest recente beschikbare maandcijfers. De economie beweegt. De interessantere vraag is waarom zoveel ondernemingen terughoudend blijven met het vastleggen van kapitaal.
Activiteit zonder breed vertrouwen
Household consumption Het consumptievolume van huishoudens lag in mei 1,8 procent hoger dan een jaar eerder. De aankoop van duurzame goederen steeg met 6,4 procent, die van voeding en genotmiddelen met 2,0 procent en die van overige goederen met 1,4 procent. De consumptie van diensten nam slechts 0,3 procent toe. De uitgaven aan horeca, recreatie en cultuur daalden.
De goederenexport nam met 5,5 procent toe, terwijl de voor kalendereffecten gecorrigeerde industriële productie met 4,9 procent steeg. Dat zijn betekenisvolle toenames, maar ze zijn niet gelijkmatig verdeeld. De productie in de machine-industrie nam met 26,3 procent toe, terwijl die in de chemische industrie en de transportmiddelenindustrie beide met 6,2 procent daalde.
Een nationaal groeicijfer kan dus samengaan met een heel andere werkelijkheid voor een lokaal restaurant, een chemieleverancier of een transportwerkplaats. Het gemiddelde vertelt dat er activiteit is. Voor ondernemers is de relevante vraag waar zich daadwerkelijk betrouwbare vraag vormt.
Het consumentenvertrouwen verbeterde van -39 in juni naar -35 in juli, maar bleef ruim onder het twintigjarig gemiddelde van -11. De koopbereidheid steeg van -22 naar -19 en het oordeel over grote aankopen van -44 naar -40. Klanten vervangen wellicht een kapot apparaat of kopen iets dat zij lang hebben uitgesteld. Maar bij een verbouwing, een duur servicecontract of een niet-noodzakelijk weekend weg kunnen zij nog altijd aarzelen.
De druk komt via de kas
Het duidelijkste signaal van voorzichtigheid komt van de investeringen in materiële vaste activa. Het volume daarvan lag in mei 3,8 procent lager dan een jaar eerder, na een daling van 3,3 procent in april. Gebouwen, infrastructuur en machines waren verantwoordelijk voor een groot deel van de afname. De cijfers zijn voorlopig en mei telde twee werkdagen minder dan een jaar eerder, maar de richting verdient aandacht.
Voor een kleine leverancier verschijnt minder investeringsbereidheid zelden als economisch nieuwsbericht. Die meldt zich wanneer een klant om uitstel van de installatie vraagt. Een project wordt opgeknipt in fases. Over een aanbetaling valt ineens te onderhandelen. Materialen moeten worden gereserveerd voordat de definitieve goedkeuring er is. Een order die vrijdag nog vast leek, hangt volgende maand af van een bestuursvergadering.
De voorzichtigheid van de klant schuift vervolgens door naar de balans van de leverancier. De omzet kan er nog gezond uitzien, terwijl facturen langer openstaan, onderhanden werk oploopt en voorraad wacht op een besluit. De onderneming financiert de aarzeling van een ander.
Terug naar onze fabrikant. Het uitstellen van de machine kan vandaag de kas sparen, maar de oude apparatuur kan later de productie beperken. Aanschaf vergroot mogelijk de capaciteit, maar alleen als de orders bestendig zijn en de betalingsvoorwaarden deugen. De werkelijke keuze is niet die tussen optimisme en pessimisme. Het gaat erom of de verwachte kasstroom een onomkeerbare verplichting kan dragen.
Een zachter arbeidssignaal
De arbeidsmarktcijfers laten een vergelijkbare tweedeling zien. De werkloosheid daalde van 3,9 procent in mei naar 3,8 procent in juni. Het aantal mensen met betaald werk was in de drie voorafgaande maanden gemiddeld met 6.000 per maand afgenomen. Het totaal aantal gewerkte uren daalde in het tweede kwartaal met 0,4 procent en het aantal vacatures nam opnieuw af, tot 375.000.
Voor een werkgever kan dat meer ruimte geven om personeel te werven dan het werkloosheidscijfer doet vermoeden. Toch moet aanname van personeel gekoppeld blijven aan werk dat is bevestigd en uitvoerbaar is. De loonsom is een van de lastigst terug te draaien verplichtingen, met kosten voor mensen en onderneming. Een veelbelovende orderportefeuille vervangt geen gecontracteerde vraag.
Ook het risico verschilt sterk per sector. Het CBS registreerde in juni 302 faillissementen, twaalf minder dan een jaar eerder maar vijftien meer dan in mei. Vervoer en opslag kenden het hoogste gemelde sectorcijfer, gevolgd door de industrie. Het landelijke cijfer is geen algemeen alarmsignaal. Wel is het reden om alert te zijn op klanten met hoge kosten voor materieel, dunne marges of lange betalingstermijnen.
Goed bestuur is hier gewoon en concreet. Voordat een eigenaar nieuwe voorraad, machines, bedrijfsruimte of personeel goedkeurt, moet duidelijk zijn welk deel van de verwachte omzet is getekend, gefinancierd en uitvoerbaar. Diezelfde beoordeling moet laten zien welke facturen achterstallig zijn, welke klanten het grootste deel van de debiteuren bepalen en welke projecten geld vragen voordat de eerste factuur kan worden verstuurd.
Kiezen wat een ja verdient
Deze markt vraagt niet om terugtrekking. De export ondersteunt delen van de industrie. Huishoudens geven in verschillende goederencategorieën meer uit. Producenten werden in juli positiever: hun vertrouwen steeg van 1,3 naar 2,4 en kwam boven het langjarige gemiddelde uit. Het bbp bleef groeien. Kansen zijn er, maar ze zijn ongelijk verdeeld.
Discipline is daarom nuttiger dan vertrouwen alleen. Een ondernemer die een machine overweegt, kan het verwachte effect op de kasstroom, de financieringskosten en het neerwaartse scenario bij late orders vastleggen. Een aannemer kan om aanbetalingen en gefaseerde facturering vragen. Een retailer kan onderscheid maken tussen snel verkopende voorraad en voorraad die vooral op hoop is ingekocht. Een werkgever kan de ingeplande uren koppelen aan bevestigd werk, in plaats van aan brede omzetverwachtingen.
Daarvoor is geen groots voorspelmodel nodig. Wel is een helder beeld nodig van orders, marges, debiteuren, voorraad en vaste kosten. Met die gegevens kan een onderneming ja zeggen waar de vraag geloofwaardig is en wachten waar de klant zich nog niet werkelijk heeft vastgelegd.
Het beeld voor juli is iets zwakker, maar de onderliggende boodschap is nuttiger dan dat etiket. De Nederlandse groei is niet verdwenen. Wat wel is afgenomen, is de bereidheid om stevig in te zetten op het voortduren ervan.
Voor een kleine onderneming is de juiste reactie noch angst noch geforceerde groei. Het is om voor iedere nieuwe verplichting één rustige vraag te stellen: als de verkoop later komt dan verwacht, kan de onderneming de kosten dan nog steeds met waardigheid dragen?
Wilt u orders, kaspositie en geplande verplichtingen praktisch laten beoordelen? Wij helpen bepalen wat verantwoord door kan gaan
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
Bronnen
- Economisch beeld wat negatiever in juli | CBS
- CBS - Consumer demand and household confidence
- CBS - Observed household consumption
- CBS - Private investment and capital commitment
- CBS - Exports and industrial production
- CBS - Industrial recovery is concentrated
- CBS - Labour market cooling and capacity use
- CBS - Insolvency pressure and sector exposure
