Een transportondernemer heeft genoeg werk om een extra vrachtwagen te overwegen. De routes zitten vol, klanten blijven bellen en het orderboek ziet er beter uit dan afgelopen winter. Tegelijkertijd zijn de brandstofkosten gestegen, hebben verschillende contracten vaste tarieven en betaalt een grote klant traag. De vraag is dus niet of er vraag is. De vraag is of die vraag ook geld oplevert.
Daarin zit de bedrijfseconomische spanning achter de nieuwste faillissementscijfers van het CBS. In juli 2026 werden volgens het CBS 266 bedrijven failliet verklaard. Dat waren er 33 minder dan een jaar eerder en 36 minder dan in juni. Gecorrigeerd voor het aantal zittingsdagen daalde het aantal faillissementen van 8,1 naar 7,1 per 100.000 bedrijven.
Na de stijging in 2023 en een groot deel van 2024 is dat goed nieuws. Het CBS spreekt sinds het najaar van 2024 van een licht dalende trend. De acute druk neemt af. Ik zie daarin vooral wat lucht, niet het bewijs dat overleven alweer hetzelfde is als sterk staan.
De opluchting komt niet overal tegelijk
De bredere economie helpt het gunstiger faillissementsbeeld verklaren. De detailhandelsomzet lag in juni 2,9 procent hoger dan een jaar eerder; het verkoopvolume nam met 2,5 procent toe. Het volume van de huishoudelijke consumptie groeide met 1,7 procent. De industriële productie lag 4,6 procent hoger en de goederenuitvoer steeg met 3,1 procent.
Ook het ondernemersvertrouwen herstelde zich stevig: van -14,8 aan het begin van het tweede kwartaal naar -5,3 aan het begin van het derde kwartaal. Daarmee bleef het nog altijd onder het langjarig gemiddelde van -3,8. Achtenzeventig procent van de ondernemers zei dat de economische onzekerheid in het voorafgaande jaar was toegenomen.
Die cijfers laten een markt zien die beweegt, maar nog voorzichtig zijn evenwicht zoekt. In verschillende sectoren kopen klanten meer. Fabrieken produceren meer. De uitvoer trekt aan. Ondernemers hebben alleen nog niet hun gebruikelijke foutenmarge terug.
Dat onderscheid is voor de transportondernemer van belang. Meer ritten kunnen uitbreiding rechtvaardigen als de tarieven de kosten van brandstof, chauffeurs, onderhoud en financiering dekken. Doen ze dat niet, dan kan een vollere planning het liquiditeitsprobleem juist vergroten. Activiteit is niet hetzelfde als vooruitgang.
Eén land, verschillende bedrijfsklimaten
De cijfers per sector maken duidelijk waarom de landelijke verbetering voorzichtig moet worden gelezen. De industrie had in juli het hoogste faillissementspercentage: 25,0 per 100.000 bedrijven. Transport en opslag volgden met 20,2; de horeca kwam uit op 17,9. Deze percentages zijn niet gecorrigeerd voor het aantal zittingsdagen, maar de verschillen geven wel richting.
De industrie is de duidelijkste waarschuwing tegen brede conclusies. De productie lag in juni 4,6 procent hoger dan een jaar eerder, terwijl de sector in juli ook het hoogste faillissementspercentage had. Dat kan allebei waar zijn. De machine-industrie groeide sterk, terwijl de productie van voedingsmiddelen, chemische producten en elektrische apparaten, evenals reparatie en installatie van machines, afnam. Een landelijk productiecijfer kan zeer verschillende orderboeken verbergen.
In de horeca daalde het faillissementspercentage het sterkst: van 35,1 naar 17,9. Ook de huishoudelijke bestedingen aan diensten namen toe. Dat is betekenisvolle verlichting voor een sector die zwaar onder druk heeft gestaan. Toch bleef het vertrouwen in de horeca met -19,5 diep negatief. Boekingen kunnen terugkeren voordat arbeid, huur, inkoop en energie weer comfortabel in de begroting passen.
De bouw verdient een afzonderlijke blik. Het faillissementspercentage liep licht op, van 14,4 naar 14,9, hoewel het vertrouwen ten opzichte van het voorjaar verbeterde. Een bouwbedrijf kan volop werk hebben en toch kwetsbaar zijn als termijnen nog niet mogen worden gefactureerd, meerwerk wordt betwist of geld tussen oplevering en betaling vastzit.
De afstand tussen omzet en geld op de rekening
Een faillissement is een laat signaal. Lang daarvoor begint een onderneming meestal al iets anders te vertellen. Voorraad blijft langer liggen. Een klant vraagt opnieuw om uitstel. Een project dat op papier winstgevend lijkt, kost meer uren dan begroot. Btw, lonen, huur en leveranciers moeten worden betaald voordat de grootste factuur binnen is.
Daarom mogen minder faillissementen het sentiment verbeteren, maar niet de discipline verslappen. Een verstandige ondernemer vergelijkt de recente omzet met de brutomarge en met de werkelijk ontvangen bedragen. Is de omzet gestegen maar het geld niet, dan moet de volgende vraag worden gesteld op het niveau van klant, project, route of product.
In juli liep ook de kostendruk weer op. De inflatie steeg naar 3,2 procent. Motorbrandstoffen waren 22,0 procent duurder dan een jaar eerder; energieprijzen lagen 1,1 procent hoger. Consumentenprijsinflatie is geen directe maatstaf voor de kosten van iedere onderneming, maar brandstofintensieve en energiegevoelige bedrijven zullen de druk herkennen.
Of prijzen kunnen worden verhoogd, is vervolgens vooral een kwestie van timing. Een toeslag in een contract heeft weinig waarde als niemand hem toepast. Meerwerk ondersteunt de liquiditeit pas als het is goedgekeurd, gefactureerd en geïncasseerd. Een prijsverhoging die vandaag wordt afgesproken, kan pas weken later op de bankrekening verschijnen, terwijl de bedrijfskosten al zijn gestegen.
Dat is goed bestuur in een klein bedrijf. Het betekent weten wie de contractsbepaling controleert, wie de factuur verstuurt, wie de betaling opvolgt en welke verplichtingen als eerste vervallen. Het gaat minder om formele vergaderingen dan om het bijeenhouden van commerciële afspraken en de administratie.
Gebruik de ruimte zolang die er is
De transportondernemer die een extra vrachtwagen overweegt, hoeft geen somber antwoord te krijgen. De faillissementstrend is verbeterd, de vraag is aanwezig en het vertrouwen is hersteld van het dieptepunt in het voorjaar. Uitbreiding kan heel redelijk zijn. De beslissing verdient alleen meer dan een bemoedigende krantenkop.
De nuttige vragen zijn concreet. Welke marge blijft per route over bij de huidige brandstofprijzen? Welke klant betaalt de extra capaciteit? Wanneer verandert de eerste factuur in geld op de rekening? Kan de onderneming lonen, belastingen, financiering en leveranciers nog steeds betalen als de klant later betaalt?
Minder faillissementen geven Nederlandse bedrijven ruimte om te herstellen, te investeren en zorgvuldiger keuzes te maken. Dat is waardevol. De sterkste ondernemingen zullen die ruimte gebruiken om orders aan marge te koppelen, facturen aan incasso en groei aan verplichtingen die zij kunnen dragen.
De landelijke cijfers zijn beter. Morgenochtend blijft het beslissende getal het bedrag op de eigen bankrekening.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
