At the counter of a small café, inflation is not a national percentage. It is the price of coffee beans, the next energy instalment, the kitchen roster and the question of whether a customer will still order lunch after seeing the new menu.
CBS gaf dat gesprek aan de toonbank op 1 juli een nieuw cijfer. Volgens de snelle raming daalde de Nederlandse inflatie volgens de consumentenprijsindex in juni 2026 naar 2,9 procent, tegen 3,5 procent in mei. Consumentenprijzen lagen 0,6 procent lager dan in mei. Dat helpt het humeur. De ondernemer zit nog steeds met de lonen van juli, de leveranciersfacturen en een klant die de menukaart twee keer bekijkt.
Het cijfer aan de toonbank
The useful part of the CBS release is not only the fall in the total. It is the split underneath it. Food, drinks and tobacco were flat in the June flash estimate. Industrial goods excluding energy and motor fuels rose only 0.7 percent. Those are the calmer lines.
Diensten werden 4,1 procent duurder. Energie, inclusief motorbrandstoffen, steeg 6,0 procent. Consumptie in het buitenland nam met 5,7 procent toe. Veel kleine ondernemingen zitten dichter bij dat tweede verhaal dan bij het rustige gemiddelde. story than to the calm average.
Een kapper verkoopt tijd. Een schoonmaakbedrijf verkoopt uren. Een bezorgbedrijf verkoopt routes. Een reparatiebedrijf verkoopt vakmanschap en onderdelen die via een hele kostenketen binnenkomen. Voor zulke ondernemingen is het algemene inflatiecijfer een weerbericht dat je door een raam bekijkt. De echte storm, of juist de rust, zit in de lonen, brandstof, huur, leveranciersfacturen en aarzeling bij klanten.
Ik lees het junicijfer als afkoeling, niet als normalisering. De temperatuur is gedaald, maar de kamer is nog steeds warm.
Waar de druk bleef
De timing doet ertoe. Sinds 1 juli 2026 bedraagt het wettelijke brutominimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder €14,99, tegen €14,71 in de eerste helft van het jaar. CBS meldde ook dat de overeengekomen uurlonen, inclusief bijzondere beloningen, in het eerste kwartaal 4,5 procent hoger lagen dan een jaar eerder. De contractuele loonkosten stegen met 4,4 procent.
Die percentages komen de onderneming binnen via de loonrun van juli, de reservering voor vakantiegeld, premies, sectorale tarieven en de lastige keuze tussen langer openblijven en een krapper rooster.
De caféhouder aan de toonbank kan klanten horen zeggen dat de inflatie daalt. Tegelijk ziet zij dat de bezetting op zaterdag meer kost, de reparatie van de vaatwasser duurder is en de bezorgtoeslag niet is verdwenen. Verhoogt zij de prijzen, dan loopt zij het risico bestellingen kwijt te raken. Vangt zij alles zelf op, dan verdwijnt de marge stilletjes.
Producentenprijzen voegen daar nog een laag aan toe. CBS meldde dat de afzetprijzen in de industrie in mei 5,8 procent hoger lagen dan een jaar eerder. De prijzen van aardolieproducten stegen met 46,7 procent en die van chemische producten met 18,9 procent, terwijl voedingsmiddelen goedkoper werden geproduceerd. Een klein bedrijf dat verpakkingen, schoonmaakmiddelen, brandstofgevoelige goederen of aangevoerde voorraad koopt, kan dus nog steeds leveranciersdruk voelen terwijl het consumentenprijsindexcijfer afzwakt.
De vraag is wakker, maar voorzichtig
De Nederlandse markt ligt niet stil. CBS meldde dat de detailhandelsomzet in mei 2,9 procent hoger was dan een jaar eerder; het verkoopvolume nam met 2,3 procent toe. De non-foodsector deed het beter dan de foodsector en de onlineomzet steeg met 4,8 procent. Er wordt besteed.
Maar bestedingen zijn niet hetzelfde als vertrouwen. Het consumentenvertrouwen verbeterde in juni scherp, van -46 naar -39, maar bleef ver onder het twintigjaarsgemiddelde van -11. Ook de koopbereidheid nam toe, maar bleef zwak. De indicator voor grote aankopen stond nog altijd diep in de min.
Dat is de klant die veel ondernemers herkennen. Niet afwezig. Niet roekeloos. Selectief.
Ook het ondernemersvertrouwen geeft een waarschuwing. CBS rapporteerde aan het begin van het tweede kwartaal een ondernemersvertrouwen van -14,8, tegen -1,8 aan het begin van het eerste kwartaal. Per saldo verwachtte 29,7 procent van de ondernemers de verkoopprijzen in de komende drie maanden te verhogen. De discussie over het doorberekenen van kosten speelt dus nog altijd in gewone facturen.
De juniraming van DNB past bij hetzelfde beeld. DNB verwacht voor Nederland in 2026 een bbp-groei van 0,8 procent en een inflatie van 2,7 procent. Ook rekent de bank erop dat de consumptie van huishoudens dit jaar stagneert, terwijl bedrijfsinvesteringen worden geremd door hogere kosten, onzekerheid en rentetarieven. CBS meldde voor het eerste kwartaal een bescheiden bbp-groei van 0,2 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De economie beweegt, maar niet krachtig genoeg om iedere marge te redden.
De boekhouding spreekt de waarheid
Voor een micro- of kleinbedrijf begint de beste inflatiemeting in de boekhouding. Welke vijf posten bewegen het geïncasseerde geld daadwerkelijk? Lonen, huur, energie, vervoer, voorraad, financieringskosten en betalingstermijnen van debiteuren zijn vaak belangrijker dan het landelijke gemiddelde.
Er is ook een contractueel punt dat meer aandacht verdient dan het doorgaans krijgt. Vanaf 2026 gebruiken CPI en HICP 2025 als basisjaar. CBS adviseert voor indexering de CPI-reeksen te gebruiken, tenzij in een contract of regeling uitdrukkelijk HICP wordt genoemd. Voor aanpassingsperioden die eindigen in januari 2026 of later verwijst CBS naar de reeks met 2025=100.
Dat klinkt technisch totdat een factuur uitgaat met het verkeerde indexcijfer, de verkeerde periode of het verkeerde basisjaar. Dan wordt het een klantgeschil, een huurdiskussie of een te laag verantwoorde omzet. Inflatie is niet alleen een marktvraagstuk. Het is ook een kwestie van beheersing.
Horeca en logies hebben nog een extra spanningsveld. Vanaf 2026 bedraagt de btw op logies in hotels, pensions en kortdurende vakantieaccommodatie 21 procent. De Belastingdienst rekent ook voorzieningen die bij de logiesverstrekking horen, zoals gas, elektriciteit, water en parkeren in combinatie met logies, tegen dat tarief. Wanneer klanten all-inprijzen vergelijken, komen belasting, personeel, energie en inkoop samen in één zichtbaar bedrag.
Dezelfde discipline geldt buiten de horeca. Een schoonmaker moet nagaan of het uurtarief reizen, administratie en uitval nog dekt. Een kleine winkel moet een hogere omzet onderscheiden van meer kasgeld. Een vervoerder moet weten of brandstofclausules, routeplanning en betalingstermijnen de marge nog beschermen.
Wat ondernemers ermee kunnen
Dalende inflatie is nuttig. Het kan gesprekken met klanten versoepelen en de druk op sommige toekomstige indexeringen verminderen. Het betaalt niet vanzelf de lonen van juli en verlaagt niet iedere leveranciersfactuur in hetzelfde tempo.
Het praktische werk is niet ingewikkeld, maar moet wel concreet zijn. Vergelijk het junicijfer voor de CPI met de eigen kostenposten. Controleer geïndexeerde contracten. Kijk de instellingen voor de loonrun van juli na. Herbereken marges waar brandstof, energie, geïmporteerde goederen of personeelintensieve bezorging de werkelijke kosten bepalen.
Voor dienstverleners moet het uurtarief betaalde tijd, onbetaalde administratie, reizen, uitval en werkgeverslasten blijven dekken. Voor winkels moet omzetgroei worden onderscheiden van margingroei. In de horeca en bij logies moeten all-inprijzen voor klanten aansluiten op de werkelijkheid van btw, personeel, inkoop en energie.
De rustige conclusie is eenvoudig. Zie het cijfer van 2,9 procent als een signaal dat de koorts is gezakt. Zie het niet als toestemming om te stoppen met meten. De ondernemingen die deze fase het best doorkomen, zijn niet de luidste prijsverhogers en ook niet de meest optimistische kostenabsorbeerders. Het zijn de bedrijven die de markt lezen aan de hand van hun eigen kas, contracten en roosters, en vervolgens kleine beslissingen nemen voordat de druk zichtbaar wordt aan de toonbank.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
