Op een ochtend in juli komt het investeringsklimaat bij een klein Nederlands bedrijf neer op een stroomvraag. Een ondernemer heeft een offerte openstaan, de verhuurder kan extra capaciteit niet toezeggen, een klant wil later een machine bestellen en de bank vraagt wanneer de vergunning er is. Op papier ziet het project er nog altijd goed uit. Alleen de planning niet.
Volgens het CBS groeide het bbp in het eerste kwartaal van 2026 met 0,2 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal en met 1,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. DNB verwacht voor 2026 een groei van 0,8 procent. Dat is een bodem, geen sprint. Bij een klein bedrijf kan één vertraagde handtekening nog altijd bepalen of de maand eindigt met een order of met afwachten.
Wat Nederland nog altijd te bieden heeft
In February, Rijksoverheid said the Invest in Holland network supported 180 foreign investment projects in 2025. R&D was the largest category at 30 percent, or 53 projects. That points to a country still attractive for work that needs knowledge, not just a mailbox. NFIA ondersteunt bedrijven die zich hier willen vestigen of uitbreiden en zegt brievenbusmaatschappijen en papieren structuren niet te ondersteunen.
In dezelfde officiële mededeling worden schaarse ruimte, schaars personeel en beperkte netcapaciteit als knelpunten genoemd. Een serieus project heeft bedrijfsruimte, mensen, stroom en vergunningen nodig. Een goede reputatie opent de deur. Leveringsvermogen houdt die deur open.
De Monitor Ondernemingsklimaat 2025 gaf het ondernemingsklimaat een 6,1, iets hoger dan in 2024. Dat cijfer klinkt stabiel genoeg. De onderliggende cijfers zijn minder geruststellend. Voorspelbaarheid van beleid, politieke stabiliteit, personeelstekorten, schaarste aan energie en regeldruk bleven zwakke punten. Ongeveer een vijfde van de bedrijven overwoog activiteiten gedeeltelijk of volledig naar het buitenland te verplaatsen.
Waar vertraging zichtbaar wordt in de kas
Zo ziet dat er in de praktijk uit. Een verspaningsbedrijf bij Eindhoven krijgt belangstelling van een buitenlandse klant. De koper vindt de Nederlandse leverancier goed, de prijs klopt en de onderdelen passen in de planning. Vervolgens vraagt de internationale groep naar de netaansluiting, operators en vergunningen. De order verdwijnt niet. Hij blijft alleen liggen, en wachten kost geld.
Het CBS rapporteerde aan het begin van het tweede kwartaal van 2026 een ondernemersvertrouwen van -14,8, de grootste daling sinds begin 2022. In alle onderzochte sectoren was het vertrouwen negatief. In hetzelfde kwartaal bleef het tekort aan personeel de meest genoemde belemmering, met 30,1 procent. 19,6 procent noemde onvoldoende vraag. Dat zijn geen abstracte stemmingen. Ze bepalen hoe bedrijven werven, offertes maken en de volgende investeringsbeslissing nemen.
De cijfers over industriële investeringen zeggen hetzelfde, maar dan zonder omhaal. Het CBS meldde op 18 juni dat industriële producenten verwachten in 2026 3 procent minder te investeren dan in 2025. Afgelopen najaar rekenden zij nog op ruim 5 procent extra. Producenten van basismetaal en metaalproducten verwachten een daling van 19 procent. Voor een kleine toeleverancier betekent dat minder vaste orders, meer voorlopige offertes en uitgesteld onderhoudswerk.
Omzet kan de verkeerde regel op de jaarrekening flatteren. Volgens het CBS lag de industriële omzet in het eerste kwartaal van 2026 2,3 procent hoger dan een jaar eerder. De buitenlandse omzet steeg met 4,0 procent, terwijl de binnenlandse omzet met 0,5 procent daalde. In april lag de productie in de industrie 4,7 procent hoger dan een jaar eerder; de machine-industrie groeide sterk, terwijl de chemie met 4,1 procent kromp. Eén sectorcijfer kan prijsbewegingen, vroege orders of buitenlandse vraag verhullen. De marge is een andere kwestie.
Daar bewijst de administratie haar waarde. Ik zou prijs, volume, klantregio en betaalgedrag uit elkaar trekken voordat ik een goede omzetmaand als toestemming voor uitbreiding zie. Een hogere omzet betaalt een extra productielijn niet als het geld later wordt geïncasseerd.
Het net bepaalt de planning
Het elektriciteitsnet maakt die discipline tot een planningskwestie. De ACM stelde de tarieven voor 2026 vast voor regionale netbeheerders en TenneT. Huishoudens en bedrijven met een regionale gas- en elektriciteitsaansluiting betalen gemiddeld 3,38 procent meer voor transport. De ACM verwacht bovendien verdere stijgingen, omdat netbeheerders fors moeten investeren. Door netcongestie kunnen scholen, woningbouwprojecten en bedrijven nog altijd worden tegengehouden bij een nieuwe aansluiting of uitbreiding.
Stikstof is naast het net een tweede bron van vertraging. Op 26 juni presenteerde de Rijksoverheid een pakket om vergunningverlening weer op gang te brengen en ruimte te creëren voor landbouw, natuur en bouw. Het pakket bevat €2,2 miljard voor natuurherstel en natuurbeheer, waarvan €250 miljoen is gereserveerd voor stikstofmaatregelen in industrie en mobiliteit. Dat is beweging, maar een beleidsmaatregel moet nog wel worden vertaald naar een bruikbare planning voor een locatie, een contract en een financier.
De arbeidsmarkt blijft krap genoeg om ertoe te doen. Aan het einde van het eerste kwartaal telde het CBS 378.000 vacatures, 91 vacatures op elke 100 werklozen en een werkloosheid van 4,0 procent. Een landelijke verhouding last geen onderdeel en schrijft geen technische specificatie. Het verspaningsbedrijf bij Eindhoven kan de klant dus wel binnenhalen en toch de leverdatum missen als de tweede operator niet wordt gevonden.
Belasting en steun vervangen geen capaciteit
Belasting bepaalt niet het volledige investeringsklimaat, maar beïnvloedt wel de timing. Volgens de Belastingdienst bedraagt de vennootschapsbelasting in 2026 19,0 procent over de eerste €200.000 belastbare winst en 25,8 procent over het meerdere. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek geldt bij een investeringsbedrag tussen €2.901 en €398.236. Die bedragen bieden een kader, geen geld op de bankrekening.
Er is steun voor bedrijven die hun plannen ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Bijna 19.000 bedrijven maakten in 2025 gebruik van de WBSO; 97 procent daarvan was mkb. Het budget voor 2026 stijgt naar €1,8 miljard. De voorgenomen verhoging van het Deep Tech Fonds met €360 miljoen brengt het fonds op €610 miljoen, als het parlement instemt met de EZK-bijdrage. Daarmee worden fotonica, halfgeleiders, AI, kwantumtechnologie en nanotechnologie ondersteund.
De praktische reactie is niet stilzitten. Het is beter om investeringsplannen eerlijker te maken. Een ondernemer kan elk project langs zeven vragen leggen: klantvraag, marge, stroom, bedrijfsruimte, vergunningen, mensen en financiering. De aannames moeten zichtbaar zijn. Dat geldt ook voor de afhankelijkheid van een verhuurder, gemeente, netbeheerder, financier, fiscale positie of buitenlandse moedermaatschappij.
Nederland heeft nog altijd kapitaal, kennis en serieuze projecten. De druk zit in de omzetting. Kan een idee een getekend contract worden, vervolgens een locatie met stroom, daarna productie met personeel en uiteindelijk een factuur die op tijd wordt betaald? Dat is de test achter het investeringsklimaat. Voor kleine bedrijven begint het antwoord morgenochtend, in het orderboek, de liquiditeitsprognose en de toezeggingen die zij durven te doen.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
