Het geld kan vandaag van de rekening verdwijnen, terwijl de fiscale waarde van de lening op een later jaar moet wachten.
Een ondernemer herfinanciert een pand. De huur dekt de maandelijkse betaling, de waardering lijkt redelijk en de bank is tevreden. Dan volgt de belastingberekening. In de administratie staat de rente als kostenpost, maar een deel ervan verlaagt mogelijk niet in hetzelfde jaar de belastbare winst.
Under the Dutch rule in force for 2026, Onder de Nederlandse regeling die in 2026 geldt, is het saldo aan rente niet aftrekbaar voor zover dit zowel 24,5% van de winst als € 1.000.000 overschrijdt. De vennootschap kan niet-afgetrokken rente meenemen naar latere jaren.
Voor de meeste kleine werkmaatschappijen met bescheiden financieringslasten zal deze generieke beperking doorgaans op de achtergrond blijven. Dat verandert wanneer de schulden omvangrijk zijn, vastgoed over afzonderlijke entiteiten is verdeeld of financiering over vennootschappelijke en landsgrenzen loopt.
Het liquiditeitsverschil
Rente leidt binnen een onderneming twee levens. De financier verwacht betaling op de afgesproken datum. De fiscale aftrek hangt af van de belastbare positie van de vennootschap en de wettelijke grens.
Die scheiding kan druk zetten op de liquiditeitsprognose. De vennootschap betaalt de rente nu, terwijl het fiscale voordeel mogelijk pas later komt. De belastbare winst kan daardoor hoger uitvallen dan de managementrapportage doet vermoeden. De Nederlandse vennootschapsbelastingtarieven geven extra gewicht aan dit tijdsverschil: in 2026 geldt 19% tot een belastbare winst van € 200.000 en 25,8% over het meerdere.
Voorwaartse verrekening helpt alleen als de vennootschap later voldoende ruimte heeft om de rente alsnog te benutten. Toekomstige winst wordt daarmee onderdeel van de financieringsbeslissing van vandaag. Een zwak handelsjaar, een herfinanciering of dalende huuropbrengsten kan die ruimte beperken op een moment dat de liquiditeit al krap is.
Ik zie dit in de eerste plaats als een prognosevraagstuk, niet als een technisch fiscaal detail. Een prognose die wel de betaalde rente toont, maar niet laat zien welk deel daarvan nu aftrekbaar is, geeft het management slechts de helft van het beeld.
Vastgoed verkleint de afstand
Vastgoedvennootschappen komen sneller met de regeling in aanraking. Sinds 2025 wordt de drempel van € 1 miljoen tot nihil teruggebracht voor kwalificerende entiteiten waarvan de bezittingen voor ten minste 70% bestaan uit vastgoed dat buiten de groep wordt verhuurd. De wettelijke voorwaarden bepalen of een entiteit onder deze regeling valt.
De maatregel moet voorkomen dat groepen extern verhuurd vastgoed en de bijbehorende financieringslasten over meerdere entiteiten verdelen, zodat iedere entiteit afzonderlijk de drempel van € 1 miljoen kan benutten.
Terug naar de vastgoedeigenaar. Commercieel kan de opzet eenvoudig lijken: één gebouw, één lening en stabiele huurders. Juridisch kan het pand echter in de ene BV zitten, de operationele activiteit in een andere en een deel van de schuld weer elders. Aan de keukentafel voelt de groep als één onderneming. De fiscale berekening ziet afzonderlijke belastingplichtigen met ieder hun eigen inkomsten- en rentepositie.
Dat verschil kan een comfortabele huurmarge veranderen in een veel krappere liquiditeitspositie. Huur, onderhoud, aflossing, rente en vennootschapsbelasting doen allemaal een beroep op hetzelfde geld. De waarde van het vastgoed betaalt op zichzelf de rekening van volgende maand niet.
Eén financieringsverhaal
De Nederlandse overheid meldde in december 2024 dat de earningsstrippingmaatregel de winstverschuiving via rentebetalingen naar schatting met € 5 miljard had teruggedrongen. Dat bedrag betreft verschoven winst, niet extra belastingopbrengst. Het laat zien waarom beleidsmakers renteaftrek als meer dan een administratief detail beschouwen.
Schuld kan echte bedrijfsactiviteiten financieren. Zij kan ook beïnvloeden waar binnen een groep de belastbare winst terechtkomt. Het antwoord hangt af van de feiten: wie heeft geleend, waarom bestaat de lening, waar wordt het inkomen verdiend, wie ontvangt de rente en sluiten de voorwaarden aan bij de commerciële werkelijkheid?
Bij grensoverschrijdende betalingen komt daar nog een laag bij. De Nederlandse conditionele bronbelasting kan van toepassing zijn op bepaalde rente-, royalty- en dividendbetalingen aan gelieerde entiteiten in laagbelastende jurisdicties en in specifieke misbruiksituaties. Het tarief bedraagt in 2026 25,8%. Dit is een gerichte regeling, geen algemene heffing op iedere betaling tussen EU-vennootschappen.
Het management heeft één samenhangend financieringsverhaal nodig. Het entiteitenschema, de leningsovereenkomsten, bankmutaties, eigendom van het vastgoed, managementrapportages en fiscale positie moeten dezelfde structuur beschrijven. Als ieder document een ander verhaal vertelt, kan die zwakte aan het licht komen bij herfinanciering, due diligence of het opstellen van de aangifte vennootschapsbelasting.
Wat nu aandacht verdient
Een praktische beoordeling begint bij iedere materiële lening. Welke entiteit is de schuld aangegaan? Waar valt het bijbehorende inkomen? Welk rentepercentage en welke aflossingsdatum gelden? Is de financier een externe partij, een aandeelhouder of een andere groepsvennootschap? Hoeveel rente zal de vennootschap betalen, aftrekken en meenemen naar volgende jaren?
Bij vastgoedstructuren verdienen de samenstelling van de bezittingen en de verhuurrelaties evenveel aandacht als het rentepercentage. Grensoverschrijdende groepen moeten ook kijken naar eigendomspercentages, betaalroutes en de status van het land waarin de ontvanger is gevestigd. Voor de Nederlandse deelnemingsvrijstelling begint een deelneming doorgaans bij een belang van ten minste 5% van het nominaal gestorte aandelenkapitaal, al gelden aanvullende voorwaarden. Een klein procentueel verschil kan daardoor gevolgen hebben die verder reiken dan het rekenblad.
Dit alles maakt schuld niet ongewenst. Een lening kan een verstandige overname, een bruikbaar pand of productieve apparatuur financieren. Het punt is beperkter en menselijker: de commerciële kosten en de fiscale aftrek vallen niet altijd op hetzelfde moment.
Terug naar de ondernemer die de huur ziet binnenkomen en de rente ziet vertrekken. Het belangrijke cijfer is niet alleen het percentage in de leningofferte. Het gaat om de liquiditeitskosten nadat rekening is gehouden met wanneer — en of — de vennootschap de fiscale aftrek kan benutten.
De beheerste reactie is om financiering, fiscaliteit en liquiditeit met elkaar te verbinden voordat de documenten worden ondertekend. Een vennootschap moet kunnen uitleggen waarom de schuld bestaat en waar het bijbehorende rendement wordt verdiend. Als dat verhaal zowel uit de contracten als uit de cijfers blijkt, kan de ondernemer de werkelijke prijs van de lening beoordelen.
Breng vóór ondertekening of herfinanciering de leningstructuur, fiscale positie en liquiditeitsprognose met elkaar in lijn om de werkelijke kosten van de schuld te beoordelen.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Kabinet kritisch op versoepeling Europese renteaftrekbeperking - Taxence
- Belastingdienst - Current Dutch generic interest-deduction limitation
- Rijksoverheid - Purpose and demonstrated effect of the earnings-stripping measure
- Rijksoverheid - Anti-fragmentation pressure in externally rented real estate
- Belastingdienst - Current Dutch withholding tax on cross-border group payments
- Belastingdienst - The continuing significance of the 5% participation boundary
- Rijksoverheid - Recent official scrutiny of abuse around the interest-deduction limitation
- Wettenbank - Wet Vpb 1969, artikel 15b
