Bij een Ziektewetuitkering kan de contractstatus zwaarder wegen dan de naam op de loonstrook.
In de aangifte inkomstenbelasting stond € 4.008 aan arbeidskorting. De inspecteur stond € 915 toe. Tussen die twee bedragen lagen een ziekmelding, een uitzendovereenkomst en een uitkering die met werk verbonden leek, maar niet langer gold als inkomen uit tegenwoordige arbeid.
Het is een pijnlijk verschil om via een belastingaanslagte ontdekken. De werknemer had loon verdiend, zich ziek gemeld, een Ziektewetuitkering ontvangen en was later bij hetzelfde uitzendbureau teruggekeerd. Vanuit menselijk perspectief leek de arbeidsrelatie misschien eerder onderbroken dan verbroken. Het belastingrecht volgde de opeenvolging van contracten en data nauwkeuriger.
De Rechtbank Gelderland oordeelde op 2 september 2026 dat de uitkering niet meetelde voor de arbeidskorting. Volgens de overeenkomst die aan de rechter was voorgelegd, eindigde de eerste uitzendovereenkomst bij de eerste ziekmelding. Toen de werknemer terugkeerde, beschouwde de rechtbank dat als een nieuw contract. Ook die tweede arbeidsrelatie eindigde bij een volgende ziekmelding.
De datum bepaalt de fiscale uitkomst
De arbeidskorting wordt berekend over kwalificerend arbeidsinkomen. Sinds 1 januari 2020 valt een Ziektewetuitkering die na het einde van de arbeidsrelatie wordt ontvangen daar in het algemeen niet onder. Dat de betaling volgt op een periode waarin is gewerkt, houdt het fiscale karakter ervan niet in stand.
De precieze vraag voor het belastingdossier is of er nog een arbeidsrelatie bestond toen de werknemer de Ziektewetuitkering ontving. Dat is een beperktere vraag dan of de werknemer zich nog met het uitzendbureau verbonden voelde. Ook is het iets anders dan de vraag of hetzelfde bureau later opnieuw werk heeft aangeboden.
In deze zaak, geregistreerd als ECLI:NL:RBGEL:2026:6778, liet de latere terugkeer het eerste contract niet herleven. Er ontstond een nieuw contract onder dezelfde voorwaarden. De contractclausule, de ziekmelding en de einddatum van het dienstverband bepaalden hoe de latere betaling fiscaal werd behandeld.
Het ging om een uitspraak in eerste aanleg, waartegen binnen de geldende termijn nog hoger beroep openstond. De praktische waarde ervan ligt in de manier waarop de rechter de vastgelegde volgorde van gebeurtenissen heeft gelezen. Een contractbepaling kan rechtstreeks fiscale gevolgen hebben wanneer ziekte de arbeidsrelatie verandert.
Niet iedere zieke uitzendkracht komt in deze situatie terecht. UWV legt uit dat een uitzendovereenkomst tijdens ziekte kan eindigen als een uitzendbeding geldt, de opdrachtgever de opdracht beëindigt en het uitzendbureau zich op dat beding beroept. Voor uitzendbureaus die bij ABU of NBBU zijn aangesloten, gelden andere regels. Volgens UWV mag het contract in die gevallen niet tijdens ziekte worden beëindigd en blijft het uitzendbureau tot de contractuele einddatum verantwoordelijk voor loonbetaling en re-integratie.
Het etiket ‘zieke uitzendkracht’ zegt dus te weinig. Het contract, de collectieve afspraken en de daadwerkelijk genomen beslissingen zeggen veel meer.
Een bredere loonwijziging komt eraan
De rechtszaak ging over een aangifte inkomstenbelasting uit 2022. Het actuelere signaal komt van de Belastingdienst en geldt vanaf 1 januari 2027.
Vanaf die datum mogen werkgevers via de loonadministratie geen arbeidskorting meer toepassen op een aantal specifiek aangewezen uitkeringen die samen met loon of een werkgeversaanvulling worden betaald. Daaronder vallen Ziektewetuitkeringen die niet voortkomen uit de bestaande arbeidsrelatie, evenals verschillende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Een uitkering die UWV rechtstreeks betaalt, valt buiten deze specifieke wijziging voor de loonheffingen.
Ik lees hierin een scherpere scheiding tussen loon voor huidig werk en uitkeringsinkomen dat alleen via de werkgever wordt uitbetaald. De betaalroute gaat minder zwaar wegen dan de aard van de betaling.
Voor werknemers kan het verschil aanzienlijk zijn. In 2026 kan de arbeidskorting voor iemand onder de AOW-leeftijd oplopen tot € 5.685, voordat deze boven een arbeidsinkomen van € 45.592 begint af te bouwen. Die bedragen mogen niet met terugwerkende kracht op de zaak over 2022 worden toegepast, maar ze laten wel zien waarom de kwalificatie ertoe doet.
In de praktijk blijven inhoudingen via de loonstrook bovendien voorlopig. De werkgever past de korting gedurende het jaar toe, terwijl de Belastingdienst het definitieve recht vaststelt bij de jaarlijkse aanslag inkomstenbelasting. De loonstrook kan daardoor een andere verwachting wekken dan de latere aanslag waarmaakt.
In die ruimte ontstaan doorgaans vragen van werknemers, correctiewerk en beschadigd vertrouwen. De onderneming hoeft niet aansprakelijk te zijn voor de persoonlijke belasting van de werknemer, maar kan wel moeten uitleggen waarom een betaling op een bepaalde manier is verwerkt.
Wat een kleine onderneming zelf kan beheersen
Neem een klein magazijn dat uitzendkrachten inzet. De opdrachtgever laat het uitzendbureau weten dat een plaatsing stopt. Rond hetzelfde moment meldt de werknemer zich ziek. Het uitzendbureau moet vervolgens bepalen of het dienstverband doorloopt, of een contractuele bepaling geldt, wie betaalt, wie de ziekte bij UWV meldt en hoe de betaling in de loonadministratie terechtkomt.
Maanden later moeten die afzonderlijke handelingen nog steeds hetzelfde verhaal vertellen. Als de e-mail van de opdrachtgever één einddatum noemt, de uitzendovereenkomst een andere en de loonadministratie een derde, wordt de fiscale behandeling moeilijker uit te leggen. Bekendheid met de werknemer kan een onduidelijke tijdlijn niet herstellen.
De opdrachtgever heeft geen zeggenschap over de loonadministratie van het uitzendbureau, maar wel over de eigen communicatie. Een roosterwijziging, het einde van een opdracht of een later verzoek om iemand opnieuw in te zetten, moet duidelijk worden vastgelegd. Voor het uitzendbureau en de salarisverwerker moet het onderscheid tussen doorbetaald loon, een uitkering tijdens het dienstverband en een uitkering na het dienstverband overeind blijven bij overdrachten tussen operatie, verzuimadministratie en payroll.
Ik zou willen dat een voorbeelddossier over ziekte van begin tot eind leesbaar is zonder mondelinge reconstructie. De ondertekende overeenkomst, de status van de opdracht, de ziektedatum, de contractuele beslissing, de UWV-melding, de betalingsregistratie en een eventuele latere plaatsing moeten met elkaar overeenstemmen. Dat is geen administratie om de administratie. Zo voorkomt een onderneming dat één operationele gebeurtenis meerdere, onderling onverenigbare fiscale verhalen oplevert.
De werknemer aan het begin van deze column verloor de arbeidskorting niet omdat de ziekte minder werkelijk werd gevonden. De uitkomst volgde uit de status van de arbeidsrelatie op het moment dat de uitkering werd ontvangen.
Wie het onderscheid pas op de belastingaanslag ziet, kan het als hard ervaren. Wie het eerder ziet, op het moment dat contract, ziekmelding en loonboeking samenkomen, kan ermee werken. De rustige reactie is daarom om juist dat moment zichtbaar te maken en zorgvuldig vast te leggen.
Als ziekte, contractbeëindiging en loonverwerking binnen uw onderneming samenkomen, kunnen wij helpen de vastgelegde tijdlijn helder en consistent te maken.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Geen arbeidskorting over ziektewetuitkering na einde dienstverband - Taxence
- Rechtspraak - Court ruling on Ziektewet benefits after termination of an agency contract
- UWV - Operational boundary for sick agency workers and Ziektewet applications
- Belastingdienst - Current 2026 employment-tax-credit scale
- Belastingdienst - 2027 removal of payroll employment-tax-credit treatment for certain benefits
- Rijksoverheid - Policy basis for equalising employer-paid and UWV-paid incapacity benefits
- Belastingdienst - Income qualifying for the employment tax credit
