Een verwijzing van de Hoge Raad laat zien waarom erkende belastingverlichting de liquiditeit toch niet altijd beschermt.
Een lezer zit met het jaaroverzicht van de broker naast de Nederlandse aangifte. De buitenlandse dividenden staan erop. In het buitenland is belasting ingehouden. In de aangifte is een tegemoetkoming ter voorkoming van dubbele belasting opgenomen. Alles lijkt verwerkt. De bankrekening denkt daar anders over.
Een deel van het dividend is nooit binnengekomen, omdat aan de bron belasting is ingehouden. Een ander bedrag bestaat alleen als Nederlandse belastingverlichting.Een verrekening die op papier beschikbaar lijkt, kan in de praktijk grotendeels haar waarde verliezen wanneer eerst de tegemoetkoming voor buitenlandse belasting wordt toegepast.
Dat is het spanningsveld achter een verwijzing van de Hoge Raad van 4 september 2026. De zaak betreft een particuliere belegger. Hetzelfde kasverschil doet zich voor wanneer directeur-grootaandeelhouders privébeleggingsinkomsten als vrije ruimte rond de vennootschap beschouwen. Privévermogen en ondernemingsvermogen blijven juridisch gescheiden. Uit het fiscale dossier moet nog steeds blijken welke euro’s daadwerkelijk zijn ontvangen.
De volgorde verandert de uitkomst
Een inwoner van Nederland ontving in 2017 € 21.150 aan dividend van een Belgische vennootschap. België hield 30 procent in. Voor de Nederlandse berekening ter voorkoming van dubbele belasting werd € 3.173 erkend, oftewel 15 procent van het brutodividend. De zaak bij de Hoge Raad heeft nummer ECLI:NL:HR:2026:1417.
De belastingplichtige had in 2017 geen belastbaar box 3-inkomen. De inspecteur stelde de € 3.173 daarom formeel vast als voort te wentelen bedrag. In 2018 bedroeg de box 3-heffing € 3.266. De voortgewentelde tegemoetkoming werd als eerste afgetrokken, zodat € 93 resteerde.
De belastingplichtige beschikte daarnaast over € 2.396 aan mogelijk toepasbare heffingskortingen. Die konden alleen de resterende € 93 verminderen. De aanslag kwam uit op nihil, terwijl het grootste deel van de heffingskortingen geen praktisch voordeel opleverde.
Een nihilaanslag kan bevredigend lijken. Economisch ligt het anders. De Belgische belasting had het ontvangen dividend al verlaagd, terwijl de Nederlandse berekening de waarde van een afzonderlijk Nederlands recht beperkte. Het ene bedrag was in het buitenland betaald. Het andere verloor waarde door de volgorde van de berekening.
De Hoge Raad bevestigde dat buitenlandse bronbelasting geen Nederlandse voorheffing is. Nederland betaalt die belasting niet terug alsof het Nederlandse dividendbelasting betreft. De Hoge Raad heeft een beperktere vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie voorgelegd: benadeelt het toepassen van de tegemoetkoming voor buitenlandse belasting vóór de Nederlandse heffingskortingen een belegging in een andere EU-lidstaat en is dat in strijd met het vrije verkeer van kapitaal?
Twee routes vragen om twee registraties
De Nederlandse procedure is geschorst in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vraag. De verwijzing schept geen algemeen recht op terugbetaling en de bestaande berekeningswijze blijft voorlopig gelden. Zij legt wel een zwakke plek bloot die vaak voorkomt in grensoverschrijdende belastingdossiers: verschillende aanspraken worden behandeld alsof zij samen één terugvorderbaar bedrag vormen.
De eerste route loopt via het land dat de belasting heeft ingehouden. Als een belastingverdrag dat toestaat, kan de belegger verzoeken om een vrijstelling of vermindering aan de bron, dan wel om teruggaaf van het boven het verdragstarief geheven bedrag. Daarbij gelden de procedures, bewijsvereisten en termijnen van het bronland.
De tweede route ligt binnen de Nederlandse inkomstenbelastingberekening. De artikelen 25 en 25a van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 regelen de relevante begrenzingen en de voortwenteling. Een kwalificerend ongebruikt bedrag moet door de inspecteur worden vastgesteld in een voor bezwaar vatbare beschikking. Een bedrag in de werkdocumenten heeft niet dezelfde formele positie.
Dat onderscheid moet ook zichtbaar zijn in de administratie achter de aangifte. Brutodividend, buitenlandse inhouding, netto-ontvangst, verdragsmaximum, buitenlandse teruggaafclaim en Nederlandse voortwenteling hebben ieder een andere betekenis. Wie alleen de ontvangen betaling boekt, maakt de keten van aanspraken onzichtbaar. Alles samenvoegen onder “terug te ontvangen dividendbelasting” suggereert meer zekerheid dan er werkelijk is.
Een erkend bedrag is nog geen geld
Ik beschouw een voort te wentelen bedrag als een voorwaardelijke belastinglatentie, niet als beschikbare liquiditeit. De bruikbaarheid ervan hangt af van toekomstige Nederlandse heffingsruimte in box 3 en van de regels die in dat latere jaar gelden. Deze zaak maakt het verschil duidelijk: juridische erkenning waarborgt niet dat ieder samenhangend belastingvoordeel zijn economische waarde behoudt.
Dat is relevant wanneer privébeleggingsinkomsten als veiligheidsmarge worden gezien. Een spreadsheet kan brutodividenden en verwachte belastingteruggaven tonen. Alleen geld dat daadwerkelijk is binnengekomen, kan een rekening, een storting of een rustig kwartaal financieren.
Een zorgvuldige beoordeling verbindt het jaaroverzicht van de broker met de Nederlandse aangifte en aanslag. Ook worden alle formele beschikkingen over voort te wentelen bedragen geïdentificeerd en blijven claims in het bronland afzonderlijk geregistreerd. Dividendnota’s, bewijs van inhouding, woonplaatsverklaringen, verdragsformulieren en correspondentie behoren tot dezelfde dossierhistorie, ook wanneer verschillende autoriteiten ze behandelen.
De huidige box 3-regels voegen nog een laag toe. De Belastingdienst hanteert de forfaitaire berekening, tenzij de belastingplichtige volgens de tegenbewijsregeling een lager werkelijk rendement opgeeft. Dividenden en waardeveranderingen van beleggingen kunnen deel uitmaken van dat werkelijke rendement. Dit beïnvloedt de box 3-grondslag, maar beslist niet over de afzonderlijke vraag naar de volgorde van de tegemoetkoming voor buitenlandse belasting en de heffingskortingen.
Vanaf belastingjaar 2025 kunnen belastingplichtigen hun werkelijke rendement in de aangifte inkomstenbelasting opgeven. Voor 2024 en eerdere jaren gebruiken daarvoor in aanmerking komende belastingplichtigen de procedure Opgaaf werkelijk rendement. Nieuwe box 3-wetgeving wordt per 1 januari 2028 verwacht, al blijft die ingangsdatum afhankelijk van het wetgevingsproces.
Houd verwachtingen gekoppeld aan de procedure
Oudere jaren vragen om bijzondere zorg. De toegang tot box 3-rechtsherstel hangt af van het jaar en van het procedurele verloop. Voor 2017 tot en met 2020 beperkt het officiële standpunt over Massaal Bezwaar Plus het herstel voor mensen die geen of te laat bezwaar hebben gemaakt. Een toekomstig antwoord uit Luxemburg hoort daarom nog niet als vordering op een oude aanslag in de boeken.
De Belastingdienst staat belastingplichtigen met box 3-inkomen toe om volgens de aangegeven procedure voor 2021 tot en met 2024 het werkelijke rendement te rapporteren. Die route behoort tot een ander deel van het fiscale dossier dan de prejudiciële verwijzing over de tegemoetkoming voor buitenlandse belasting. Door deze vragen gescheiden te houden, wordt voorkomen dat een mogelijke ontwikkeling als oplossing voor een ander probleem wordt gezien.
Terug bij de aangifte stel ik een eenvoudigere vraag. Heeft de portefeuille een dividend ontvangen, of is er daadwerkelijk geld binnengekomen? Daarna volgen de vragen hoeveel is ingehouden, welk land mogelijk een deel terugbetaalt, wat Nederland heeft erkend en of die erkenning nog waarde kan opleveren.
Belastingverlichting volgt een volgorde. Geld volgt een route. De administratie verbindt die twee. Bij buitenlands dividend begint goede beheersing met het onderscheid tussen een aanspraak en geld dat al is terugontvangen.
Breng de route, timing en formele status van iedere belastingclaim op buitenlands dividend in kaart voordat u erkende tegemoetkomingen als beschikbare liquiditeit behandelt.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Uitspraak ECLI:NL:HR:2026:1417 - Semantius
- Rechtspraak - Preliminary reference on foreign dividend withholding tax and Dutch tax credits
- Wettenbank - Statutory credit ceiling and carry-forward of foreign withholding tax in box 3
- Belastingdienst - Recovery or relief at source for excess foreign withholding tax
- Belastingdienst - Current box 3 calculation and the counter-evidence regime
- Belastingdienst - Access to box 3 repair for older years
- Wettenbank - Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, artikel 25
- Wettenbank - Besluit voorkoming dubbele belasting 2001, artikel 25a
