Overslaan naar inhoud
Pavan Geraedts
  • Praktijk
    • Samenwerken met Pavan Geraedts
    • Onze beginselen
    • Over Pavan Geraedts
    • Veelgestelde vragen
  • Diensten
    • Fiscaal advies
    • Juridisch advies
    • Zakelijke mediation
    • Digitaal, data & IE
    • Vennootschapsstructuur & governance
    • Transacties & bedrijfswijziging
  • Bibliotheek
  • Academy
  • Contact
  • 0
  • 0
  • Nederlands English (US) Italiano
  • CLIENT AREA
Pavan Geraedts
  • 0
  • 0
    • Praktijk
      • Samenwerken met Pavan Geraedts
      • Onze beginselen
      • Over Pavan Geraedts
      • Veelgestelde vragen
    • Diensten
      • Fiscaal advies
      • Juridisch advies
      • Zakelijke mediation
      • Digitaal, data & IE
      • Vennootschapsstructuur & governance
      • Transacties & bedrijfswijziging
    • Bibliotheek
    • Academy
    • Contact
  • Nederlands English (US) Italiano
  • CLIENT AREA
  • Alle blogs
  • Ledger & Tax
  • Grensoverschrijdende ondernemer moet aftrekpost zorgvuldiger verdelen
  • Grensoverschrijdende ondernemer moet aftrekpost zorgvuldiger verdelen

    De Nederlandse winst uit de vaste inrichting is maar één deel van de totale ondernemingswinst.
    1 juli 2026 in
    Linda Pavan

    Denk aan een zelfstandig interieurbouwer die net over de grens woont, een kleine werkplaats in Noord-Brabant heeft en klanten in beide landen bedient. In die werkplaats staan gereedschap en voorraad, komen leveringen binnen, wordt huur betaald en gaan facturen de deur uit. Aan het einde van het jaar bepaalt één vraag de aangifte: als de Nederlandse winst in Nederlandwordt belast, welk deel van de ondernemersaftrek hoort daar dan bij?

    De Kennisgroepen van de Belastingdienst beantwoordden die vraag op 24 juni 2026 in standpunt KG:041:2026:5. In de voorgelegde situatie heeft een buitenlandse belastingplichtige zowel positieve winst in het buitenland als positieve winst via een Nederlandse vaste inrichting. De volledige ondernemersaftrek mag dan niet uitsluitend worden afgezet tegen de winst van de Nederlandse vaste inrichting. De aftrek moet worden verdeeld over de Nederlandse en buitenlandse winst.

    Op papier is dat technisch. In de praktijk is het vooral een waarschuwing voor de volgorde van de berekening.

    Hoe de berekening begint

    Het Nederlandse belastingstelsel behandelt de vaste inrichting als het Nederlandse deel van één grotere onderneming. Het standpunt van de Belastingdienst leest artikel 7.2, lid 2, onderdeel a, van de Wet IB 2001 in samenhang met artikel 3.2.

    In gewone taal: eerst wordt de ondernemingswinst van de hele onderneming vastgesteld. De ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling maken deel uit van die winstberekening. Pas daarna wordt het fiscale resultaat verdeeld in een Nederlands en een buitenlands deel.

    Die volgorde doet ertoe. Stel dat de totale positieve ondernemingswinst vóór aftrek €60.000 bedraagt en €20.000 daarvan aan de Nederlandse vaste inrichting toekomt. Het Nederlandse aandeel is dan een derde. In een vereenvoudigd beeld voor 2026 volgt een zelfstandigenaftrek van €1.200 dezelfde verdeling. Een derde hoort bij het Nederlandse deel; de rest volgt de buitenlandse winst.

    Ik lees dit eerst als een boekhoudkundige kwestie. Pas daarna wordt het een fiscaal voordeel. De vraag is niet alleen of de ondernemer aan de voorwaarden voldoet, maar ook of de administratie de winstverdeling kan dragen zonder dat na afloop moet worden geïmproviseerd.

    Waarom die kleinere aftrek toch telt

    De zelfstandigenaftrek is niet langer het grote bedrag dat veel ondernemers zich herinneren. Volgens de informatie van de Belastingdienst bedraagt die in 2026 €1.200 voor een ondernemer die aan het urencriterium voldoet en aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt. Het belastingvoordeel wordt berekend tegen een maximaal tarief van 37,56%. De startersaftrek blijft €2.123 als aan de voorwaarden is voldaan.

    Door dat lagere bedrag lijkt de kwestie misschien beperkt. In de aangifte is zij dat niet. Een verkeerde toerekening kan nog steeds gevolgen hebben voor de Nederlandse belastbare winst, de latere benutting van niet-gebruikte zelfstandigenaftrek en de grondslag voor de MKB-winstvrijstelling.

    Voor 2025 en 2026 bedraagt die vrijstelling 12,7% van de winst na toepassing van de ondernemersaftrek. Ook in 2026 is het voordeel gemaximeerd op 37,56%.

    De volgorde is dus bepalend. Eerst het recht op aftrek. Dan de juiste winstgrondslag. Vervolgens de verdeling. Daarna de vrijstelling. Een klein bedrag op de verkeerde plek kan de aangifte nog steeds een onjuist verhaal laten vertellen.

    De herinnering aan Gielen

    Sommige adviseurs en ervaren ondernemers zullen zich de zaak-Gielen herinneren, ECLI:NL:HR:2010:BN0666. In 2010 aanvaardde de Hoge Raad dat uren die voor het buitenlandse deel van de onderneming waren gewerkt, konden meetellen voor het urencriterium. De Hoge Raad keek bovendien naar de wereldwinst voor de toen nog van de winst afhankelijke hoogte van de aftrek.

    Dat blijft van belang, omdat het de benadering van de onderneming als geheel laat zien. Uren in het buitenland kunnen meetellen. De wereldwinst kan van belang zijn. Het standpunt van de Belastingdienst uit 2026 trekt daar een scherpere consequentie uit: zodra de aftrek onderdeel is van de berekening van de totale winst, volgt die aftrek ook de verdeling tussen de Nederlandse en buitenlandse winst.

    Voor de interieurbouwer met een werkplaats in Noord-Brabant is dat gemakkelijk verkeerd te begrijpen. Hij kan redeneren dat de Nederlandse werkplaats de Nederlandse belasting heeft veroorzaakt en daarom recht heeft op de volledige aftrek. De fiscale berekening is minder gevoelsmatig. Eerst wordt gekeken waar de winst binnen de hele onderneming is ontstaan; daarna wordt het resultaat verdeeld.

    Een klantenlijst zegt niet alles

    De KvK schetste in juni 2026 een nuttig onderscheid voor de registratie. Nederlandse klanten zijn iets anders dan een Nederlandse bedrijfsactiviteit. Een onderneming in het buitenland kan Nederlandse klanten hebben zonder automatisch een in Nederland ingeschreven onderneming te zijn.

    Betaald werk in Nederland, een Nederlands bedrijfsadres of een echte bedrijfsbasis kan het beeld veranderen. Het belastingrecht kent eigen regels en verdragen kunnen van belang zijn. Toch helpt het onderscheid in de praktijk. Een lijst met Nederlandse klanten is één ding. Een Nederlandse werkplaats, verkooplocatie, personeelsbasis of vaste vertegenwoordiger is iets anders.

    Zodra de Nederlandse aanwezigheid sterk genoeg is om een vaste inrichting te vormen, moet de administratie de Nederlandse winst laten zien die daaraan toekomt.

    Daar maken veel kleine ondernemingen het zichzelf lastig. Ze weten welke facturen Nederlands waren. Ze weten waar ze hebben geslapen. Ze weten welke klanten belden. Maar uit de administratie blijkt soms niet welke kosten de Nederlandse activiteiten ondersteunden, welke uren bij welk deel van de onderneming hoorden en hoe gezamenlijke kosten zijn verdeeld.

    Wat in het dossier moet staan

    Een goed onderbouwde aangifte begint met het ondernemingsverhaal. Waar is het werk uitgevoerd? Welke locatie heeft welke omzet opgeleverd? Welke kosten hoorden rechtstreeks bij de Nederlandse vaste inrichting? Welke kosten waren gemeenschappelijk? Hoe zijn de uren voor de ondernemersaftrek bijgehouden? Sluit een eventuele Nederlandse registratie aan bij de feitelijke activiteiten?

    Daar hoeft geen drama van te worden gemaakt. Wel is samenhang nodig. De facturenadministratie, agenda, kilometerregistratie, huur, werkplaatskosten, website, contracten en inkomstenbelastingaangifte moeten hetzelfde bedrijf beschrijven.

    Voor micro-ondernemers is dat de praktische les uit het standpunt van de Belastingdienst. In de heldere situatie van positieve winst blijft de ondernemersaftrek onderdeel van de bredere berekening. De aftrek volgt vervolgens de winstverdeling. Daarmee is die verdeling belangrijker dan veel ondernemers verwachten.

    De interieurbouwer in Noord-Brabant hoeft niet bang te zijn voor de regel. Hij moet de Nederlandse werkplaats alleen niet langer behandelen als een afzonderlijk fiscaal potje. Het is onderdeel van één onderneming, en de Nederlandse aangifte krijgt slechts het Nederlandse deel van die onderneming toegerekend.

    Zo kun je rustig naar grensoverschrijdende belasting kijken. Het gaat niet om een zoektocht naar de gunstigste regel. Het gaat om een gedisciplineerde vastlegging van de plaats waar de onderneming haar geld daadwerkelijk heeft verdiend.

    Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?

    NEEM CONTACT OP

    De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.

    Bronnen

    • Belastingdienst Kennisgroepen - Direct Belastingdienst position on allocation of entrepreneurs' deduction
    in Ledger & Tax
    # Dutch branch profit Dutch entrepreneurs deduction split Dutch tax LEDGER & TAX Linda Pavan cross-border business cross-border tax entrepreneurs deduction income tax permanent establishment self-employed deduction
    Linda Pavan 1 juli 2026
    Deel deze post

    Delen

    Labels
    Dutch branch profit Dutch entrepreneurs deduction split Dutch tax LEDGER & TAX Linda Pavan cross-border business cross-border tax entrepreneurs deduction income tax permanent establishment self-employed deduction
    Onze blogs
    • Market Pulse
    • Ledger & Tax
    • Human Resources
    • Compliance
    • Governance
    • Real Estate

    Volgende lezen
    Het pakket van €150 krijgt een echte douanerekening
    Vanaf 1 juli 2026 vervalt de oude douanevrijstelling voor goedkope pakketten van buiten de EU.

    Aankomende Evenementen

    Ontdek wat er als volgende gebeurt en sluit je aan bij de momenten die ertoe doen.

    Bekijk Alles
    Your Dynamic Snippet will be displayed here... This message is displayed because you did not provide enough options to retrieve its content.

    Pavan Geraedts

    Pavan Geraedts is een boutique professionele praktijk in Amersfoort voor fiscaal advies, juridisch advies en zakelijke mediation. Wij adviseren ondernemingen, ondernemers, bestuurders en aandeelhouders over de besluiten, overeenkomsten, fiscale posities en zakelijke relaties die hun werk vormgeven.

    Kamer van Koophandel: 56530021
    BTW: NL 852171936 B 01
    BECON: 746393

    2012-2026 © Altroverso
    All rights reserved.

    Praktijk

    Over Pavan Geraedts
    Samenwerken met Pavan Geraedts
    Onze professionele beginselen
    Veelgestelde vragen
    Contact

    Praktijkgebieden

    Fiscaal advies en belastingzaken
    Juridisch advies en contracten
    Zakelijke mediation
    Vennootschapsstructuur en governance
    Digitaal, data & IE
    Transacties & bedrijfswijziging

    Kennis en contact
    • Bibliotheek
      Academy
      Klantenportaal
    • Professionele updates en uitnodigingen worden gedeeld met cliënten en contacten wanneer zij relevant zijn voor het werk van de praktijk.
    Pavan Geraedts
    • +31 (0)85 40 19 174

    • Rigaweg 9
    • 3825 PP Amersfoort
      The Netherlands
    Juridisch
    • Algemene voorwaarden
    • Privacy Manifesto
    • Cookiebeleid
    • Salaris- en werkgelegenheidsbeleid

    Uw privacy is belangrijk.

    Mag deze website cookies gebruiken in deze browser?

    Essentiële cookies ondersteunen de werking van de website. Met uw toestemming kunnen aanvullende cookies worden gebruikt om uw ervaring te verbeteren. Meer informatie vindt u in ons Cookiebeleid en u kunt uw keuze later wijzigen.

    Alle cookies toestaanAlleen essentiële cookies toestaan