Stel: een ondernemer maakt zich op om vermogen aan de volgende generatie over te dragen. De kinderen krijgen rechten die samenhangen met een lening aan de familie-bv. Een STAK houdt de vordering, certificaten verdelen het economisch belang en elders in de structuur zit een particuliere stichting.
Op papier lijkt alles netjes gescheiden. Maar de ondernemer bepaalt nog steeds wanneer geld wordt overgemaakt, of rente wordt betaald en wat er na aflossing gebeurt. De kinderen hebben misschien certificaten , maar feitelijk ligt de regie in de familie nog altijd bij één persoon.
In de Nederlandse fiscale voorlichting past dit in een bekend ondernemingsrechtelijk kader. Een vordering kan onder de terbeschikstellingsregeling vallen, doorgaans het TBS-regime genoemd. Die regeling kan ook gelden voor ongebruikelijke samenwerkingsverbanden tussen ouders, kinderen, grootouders of kleinkinderen.
De vraag is niet of een STAK of stichting geoorloofd is. Beide kunnen een zinnig doel dienen bij eigendom en bedrijfsopvolging. Waar het om gaat, is of de juridische vorm aansluit bij de economische werkelijkheid eronder.
Wie loopt het risico? Wie kan betaling afdwingen? Wie ontvangt het rendement? Wie beheerst de bankrekening zodra familiebelangen uiteenlopen?
De regeling als geheel telt
De Nederlandse regels kijken niet alleen naar een afzonderlijke overdracht. De financiering, contractvoorwaarden, samenhangende handelingen en overige omstandigheden kunnen één geheel vormen. Een structuur kan ongebruikelijk worden doordat het gezamenlijke resultaat tussen onafhankelijke partijen niet zou voorkomen, ook al oogt iedere losse stap op zichzelf vertrouwd.
Daarmee komt het familiegesprek terug bij de gewone zakelijke werkelijkheid. Zou een onafhankelijke schuldeiser dezelfde rente, zekerheden, beperkingen en aflossingstermijnen aanvaarden? Zou die schuldeiser de vordering kunnen verkopen of betaling kunnen afdwingen? En als een aflossing onmiddellijk weer moest worden uitgeleend, zou de schuldeiser dan nog werkelijk aanspraak op het geld hebben?
Dit is eerst een kwestie van bestuur en pas daarna van belastingheffing. Een familie kan de kinderen als schuldeisers aanduiden, terwijl de ondernemer feitelijk de touwtjes in handen houdt. De bv kan een schuld opnemen, terwijl niemand verwacht dat het saldo het familiesysteem daadwerkelijk verlaat.
De stukken leggen dan één machtsverdeling vast. Het dagelijks handelen laat een andere zien.
Als de administratie een ander verhaal vertelt
Bij een kleine bv komt de zwakte vaak het eerst aan het licht in de administratie. Rente wordt bij de lening opgeteld, maar nooit betaald. Aflossingsdata verstrijken geruisloos. Zekerheden staan in de overeenkomst, maar niemand kijkt ernaar om. De administratie van de schuldeiser, het grootboek van de bv en de bankmutaties gaan vervolgens elk een andere versie van dezelfde transactie tonen.
Als het TBS-regime van toepassing is, behoort het inkomen in box 1. De belastingplichtige moet een administratie voeren en voor de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen een balans en winst-en-verliesrekening opstellen. Ontbreekt het overeengekomen rendement of is het ontoereikend, dan wordt het belastbare resultaat bepaald aan de hand van een zakelijke vergoeding.
Terug naar de ondernemer en de kinderen. De bv kan op papier winstgevend zijn, maar weinig vrij beschikbaar geld hebben. Opgelopen familierente laat de schuld groeien zonder dat er geld uitgaat. Dat kan de liquiditeit van vandaag ontzien, maar beperkt de keuzeruimte van morgen.
Dividendruimte, gesprekken met de bank en plannen voor bedrijfsopvolging worden allemaal lastiger wanneer de familielening geen geloofwaardig betalingsgedrag kent. Een contract kan aflossing beloven, maar bankrekening en grootboek tonen of aflossing werkelijk onderdeel is van het leven van de onderneming.
Een stichting beëindigt toerekening niet
Een Curaçaose Stichting Particulier Fonds kan onder de Nederlandse regels voor een afgezonderd particulier vermogen, of APV, vallen. Volgens de algemene wettelijke hoofdregel worden de bezittingen, schulden, inkomsten en uitgaven van een APV toegerekend aan degene die het vermogen heeft afgezonderd. Na diens overlijden gaat die toerekening in beginsel over op de erfgenamen, naar rato van hun erfrechtelijke aandeel.
Juridische eigendom en fiscale toerekening zijn verschillende vragen. Een stichting kan het vermogensbestanddeel formeel houden, terwijl de Nederlandse inkomstenbelasting het vermogen of de opbrengst toerekent aan de inbrenger of diens erfgenamen. Een andere juridische houder betekent niet vanzelf dat ook verandert wie het vermogensbestanddeel of rendement aangeeft.
Ook de huidige box 3-systematiek speelt mee in adviesgesprekken. Voor de voorlopige aanslag 2026 vallen de meeste overige vorderingen onder beleggingen en andere bezittingen. Het forfaitaire rendementspercentage bedraagt 6,00 procent en het tarief is 36 procent.
Deze cijfers geven de actuele context voor de planning. De kwalificatie van een familievordering hangt nog steeds af van de regeling zelf, waaronder de vraag of de TBS- of APV-regels gelden. De cijfers voor 2026 beantwoorden niet de vraag hoe eerdere belastingjaren moeten worden behandeld.
Eerst duidelijkheid, dan complexiteit
Een bruikbare beoordeling begint met één sluitend overzicht van de regeling. Hoofdsom, opgelopen rente, betalingen, aflossingsdata en zekerheden moeten in overeenkomsten, bankafschriften en administraties op elkaar aansluiten. Uit datzelfde overzicht moet blijken wie de economische rechten heeft, de bankrekening beheerst, het bestuur van een stichting kan vervangen en de beslissingen over de lening neemt.
Ook het zakelijke doel moet zonder etiketten overeind blijven. Als rente oploopt, moet daar een geloofwaardige reden voor zijn, met een reëel vooruitzicht op betaling. Wordt aflossing uitgesteld of opnieuw uitgeleend, dan moeten de gevolgen voor de bv en de schuldeiser zichtbaar blijven in de geldadministratie en het fiscale dossier.
Een notariële akte kan geen gedrag verklaren dat door de administratie wordt tegengesproken.
Dat geldt in het bijzonder als de werk-bv weinig vrij beschikbare liquiditeit heeft. Een lening kan formeel opeisbaar zijn, maar voor de schuldeiser feitelijk onbereikbaar blijven. De schuld beperkt dan nog steeds de ruimte van de onderneming voor loon, investeringen, bancaire financiering, dividend en de volgende lastige handelsmaand.
Familiestructuren werken het best wanneer zeggenschap, geld en verslaglegging in dezelfde richting bewegen. Certificaten kunnen rechten verdelen. Stichtingen kunnen continuïteit organiseren. Geen van beide neemt het fiscale gewicht weg van een vordering waarvan risico, rendement en zeggenschap binnen dezelfde familiekring blijven.
De sterkste structuur is niet de meest ingewikkelde. Het is de structuur waarvan de stukken, het grootboek en het dagelijks handelen hetzelfde rustige, geloofwaardige verhaal vertellen.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
