Een lening aan de aandeelhouder vraagt ieder jaar om een schuldeisersafweging, niet om een handige correctie achteraf.
De aangifte vennootschapsbelasting is bijna afgerond wanneer iemand nog eens naar de vordering op de aandeelhouder kijkt. Er is opnieuw rente bijgeschreven, maar er is geen geld bij de BV binnengekomen. De vordering is hoger, de belastbare winst is gestegen en de directeur-grootaandeelhouder is meer verschuldigd dan vorig jaar. Dan volgt de ongemakkelijke vraag: is de rente bij het aangaan van de lening goed getoetst en daarna ook periodiek beoordeeld?
Het is een herkenbaar beeld bij ondernemingen met een eigenaar aan het roer. Boekhoudkundig lijkt alles op orde, maarde liquiditeitspositie vertelt iets anders. Een latere herberekening kan op een lager rentepercentage uitkomen. Daarmee kan het verschil echter niet zonder meer in het meest recente openstaande belastingjaar worden verwerkt.
Een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2026:9007, maakt die spanning zichtbaar. De zaak ging over een historische correctie van rente op een DGA-vordering via de foutenleer. De betekenis reikt verder dan dit ene belastinggeschil. De foutenleer herstelt een specifieke balansfout, maar verplaatst een oud probleem in de winstberekening niet naar een fiscaal handiger jaar.
De balans is geen tijdmachine
De Hoge Raad heeft de grens duidelijk getrokken. De foutenleer is van toepassing als het eindvermogen van een eerder jaar volgens het Nederlandse belastingrecht en goed koopmansgebruik onjuist is vastgesteld. De leer moet voorkomen dat winst onbelast blijft of juist dubbel wordt belast.
Dat is iets anders dan een bedrag dat in een eerder jaar ten onrechte invloed heeft gehad op de winst. Een vordering of verplichting kan nog steeds juist op de balans staan, terwijl de fout in de eerdere winstberekening een eigen fiscale behandeling nodig heeft.
Het onderscheid klinkt technisch totdat het in de aangifte doorwerkt. Een ondernemer ziet één rekening-courantverhouding die door de jaren heen blijft doorlopen. Het belastingrecht ziet jaarlijkse winstberekeningen, aanslagdata en afzonderlijke correctiemogelijkheden. Dat een rekening-courant in de administratie doorloopt, maakt van meerdere jaren niet één openstaand belastingtijdvak.
Een berekening achteraf kan bedrijfseconomisch overtuigend zijn. Voor een correctie moeten het tijdstip en de juridische grondslag echter nog steeds kloppen.
Rentebaten zijn geen geld
Het meest directe bedrijfsrisico ligt vaak buiten de fiscale doctrine. Als de rente niet wordt betaald maar bij de DGA-schuld wordt opgeteld, verantwoordt de BV wel opbrengsten zonder geld te ontvangen. Er kan vennootschapsbelasting verschuldigd zijn terwijl de vordering op de aandeelhouder verder groeit.
Denk aan een holding die belasting, advieskosten en een investering in haar werkmaatschappij moet financieren. In de cijfers staan rentebaten van de aandeelhouder. Daar kan de holding geen factuur mee voldoen. De opbrengst bestaat alleen uit een grotere vordering op degene die de vennootschap beheerst.
De spanning neemt toe zodra lonen, huur en leveranciers moeten worden betaald. De ondernemer kan privé liquiditeit nodig hebben en als schuldenaar het liefst later aflossen. De BV heeft echter een eigen belang. Zij moet haar rekeningen kunnen betalen en kunnen uitleggen waarom het zakelijk verantwoord blijft om de lening te laten uitstaan.
Volgens de richtlijnen van de Belastingdienst moet een lening zakelijke voorwaarden hebben, waaronder een zakelijke rente. Eén universeel percentage bestaat niet. Marktrentes zijn van belang, net als het aflossingsrisico, de looptijd, de betaalmomenten, de zekerheden en de keuze voor een vaste of variabele rente.
Die omstandigheden horen bij het jaar waarin partijen hun beslissing namen. Een later rekenmodel kan de berekening verfijnen, maar vervangt niet de zakelijke beoordeling die aan de lening en de geboekte rente ten grondslag had moeten liggen.
Eén vraag voor de hele onderneming
De kernvraag is eenvoudig: welk bedrag verwacht de BV daadwerkelijk van de aandeelhouder te ontvangen, op welke datum, en wat gebeurt er als dat geld niet komt?
Die vraag begint bij de rente, maar raakt de hele onderneming. Zij laat zien of de vordering de bedrijfsvoering ondersteunt of daar ongemerkt mee concurreert. Ook wordt duidelijk of de vennootschap zich als schuldeiser gedraagt of achteraf vooral privéopnamen administreert.
Bij een goede jaarlijkse beoordeling wordt het administratieve saldo naast de afgesproken voorwaarden, de werkelijk ontvangen betalingen, de beschikbare zekerheden en de actuele aflossingscapaciteit gelegd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ontvangen rente en rente die alleen aan de schuld is toegevoegd. Leg ook vast waarom het rentepercentage nog steeds passend is en wanneer de volgende beoordeling plaatsvindt.
Verandert de rente, dan verdienen de zakelijke reden en de ingangsdatum aandacht vóór de volgende eindejaarsboeking. Zodra meerdere aangiften definitief vaststaan, wordt de ruimte voor een zuivere fiscale en boekhoudkundige oplossing kleiner.
Deze discipline is van belang in de gewone bedrijfsvoering. Bij financiering, bedrijfsopvolging of verkoop wordt zij nog zichtbaarder. Een bank of koper kijkt verder dan de nominale waarde van de vordering. Die wil weten wanneer het geld binnenkomt en of de aandeelhouder kan terugbetalen zonder afhankelijk te zijn van een volgende uitkering door diezelfde BV.
Fiscale routes vervangen het oordeel van de schuldeiser niet
De regels voor excessief lenen voegen een extra laag toe. Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, kan een deel van de schuld tot belastingheffing in box 2 leiden. Daarmee verdwijnt de civielrechtelijke lening niet. De volledige vordering blijft bestaan en de BV moet de rente en de overige leningsvoorwaarden blijven administreren.
Ook procedurele termijnen hebben hun eigen betekenis. Voor bezwaar tegen een belastingaanslag geldt doorgaans een termijn van zes weken. In bepaalde situaties binnen de vennootschapsbelasting kan binnen de toepasselijke vijfjaarstermijn nog een verzoek om ambtshalve vermindering mogelijk zijn. Voor die route gelden afzonderlijke voorwaarden.
Een verzoek om ambtshalve vermindering en de foutenleer dienen verschillende doelen. Het eerste is een procedurele route die betrekking heeft op een aanslag. De foutenleer gaat over de verwerking van een fout in de jaarlijkse winst en het eindvermogen.
Terug bij de aangifte is een automatische correctieboeking dus niet het antwoord. De vennootschap moet de vragen uit elkaar halen. Was de eerdere fiscale verwerking verdedigbaar? Staat er nog een procedurele route open? Vertegenwoordigt het huidige saldo een reële en inbare schuld? Kan de BV het zich veroorloven om deze financiering voort te zetten?
Het stille gevaar van een DGA-lening zit zelden alleen in het rentepercentage. Het ligt vooral in het ontbreken van een jaarlijkse beslissing vanuit de positie van de schuldeiser. Wordt die beslissing zorgvuldig genomen, dan vertellen de aangifte, de administratie en de liquiditeitsplanning hetzelfde verhaal. Wordt zij uitgesteld, dan kunnen bruikbare mogelijkheden al zijn verdwenen voordat iemand aan een correctie toekomt.
Loopt de aandeelhouderslening verder op zonder dat de BV geld ontvangt, beoordeel dan vóór de volgende jaarafsluiting de voorwaarden, fiscale verwerking en inbaarheid.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Te hoge rente op dga-lening niet herstelbaar via foutenleer - Taxence
- Rechtspraak - Submitted court case
- Hoge Raad - Foutenleer: balance error versus earlier profit error
- Belastingdienst, Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb - Current Belastingdienst position on the foutenleer
- Wettenbank - Statutory profit framework
- Belastingdienst - Business terms and pricing of a loan from the BV
- Belastingdienst - Loan documentation, repayment and security
- Belastingdienst - Current DGA debt pressure: excess borrowing does not end the loan
