Voor de Nederlandse bpm weegt het feitelijke gebruik zwaarder dan de registratiehistorie, en het verschil raakt de liquiditeit nog voordat de auto de weg op kan.
De auto staat bij de importeur op het terrein, met buitenlandse kentekenplaten, een smetteloos interieur en nauwelijks kilometers op de teller. Op papier heeft hij al een eigenaar gehad. Commercieel noemt iedereen hem tweedehands. In de aankoopprijs is ervan uitgegaan dat afschrijving de Nederlandse bpm zal verlagen.
Dan verandert de berekening. De buitenlandse registratie bewijst een deel van de historie van de auto, maar bepaalt niet of hij voor de bpm als gebruikt geldt. De verwachte marge blijkt ineens geen marge meer te zijn. Het is belastinggeld dat beschikbaar moet komen voordat de Nederlandse registratie kan worden afgerond.
Daar ligt de praktische spanning bij de import van bijna nieuwe auto’s. Een aanduiding van de verkoper, bemiddelaar of koper kan volkomen logisch aanvoelen en toch geen antwoord geven op de Nederlandse fiscale vraag..
Registratie en gebruik zijn verschillende feiten
De Belastingdienst omschrijft een nieuwe personenauto als een auto die niet of nauwelijks is gebruikt. Een auto met ten minste 3.000 kilometer op de teller geldt in ieder geval als gebruikt. Onder die grens geeft de kilometerstand niet automatisch uitsluitsel. Het feitelijke gebruik en de staat van de auto blijven van belang.
In de Nederlandse rechtspraak geldt een buitenlandse registratie al langer als relevant, maar niet als doorslaggevend. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch kwam in 2018 tot die conclusie op basis van eerdere arresten van de Hoge Raad. Een auto kan in het buitenland geregistreerd zijn en toch nagenoeg ongebruikt in Nederland aankomen.
Dat onderscheid is belangrijk, omdat voor een gebruikte auto mogelijk afschrijving op de bruto bpm kan worden toegepast. Het kan ook invloed hebben op de historische tariefgegevens die voor de berekening relevant zijn. De datum van eerste toelating of ingebruikname in het buitenland en de kwalificatie als gebruikte auto zijn echter niet hetzelfde. De datum kan meetellen in de berekening zonder te bewijzen dat daadwerkelijk met de auto is gereden.
Ik ben deze verwarring in de Nederlandse bedrijfsadministratie vaak tegengekomen. Eén document moet drie functies vervullen. Het kentekenbewijs wordt bewijs van gebruik, bewijs van waarde én onderbouwing van de fiscale behandeling. Daarvoor is het nooit bedoeld geweest.
In de aankoopprijs zit een fiscale aanname
Een importeur koopt niet alleen een voertuig. Hij koopt ook transportkosten, rijklaarmaakwerk, registratiewerkzaamheden, fiscaal risico en tijd. Zodra de aankoopprijs uitgaat van een bpm-vermindering, maakt de fiscale kwalificatie al deel uit van de commerciële beslissing.
Op dat moment wordt een belastingvraag ook een governancevraag. Welke aanname accepteren we in de aankoopprijs, wat stellen we uit tot de aangifte en welke gevolgen heeft dat voor de liquiditeit en de marge?
Voor een kleine autohandelaar kan het antwoord bepalen of er überhaupt nog aan de auto wordt verdiend. Voor een directeur-eigenaar die één bedrijfsauto importeert, kan het beslissend zijn voor de haalbaarheid van het budget. De bpm moet doorgaans worden betaald voordat het kenteken of kentekenbewijs wordt afgegeven. Een correctie veroorzaakt daarom direct een liquiditeitsbehoefte en is niet slechts een aanpassing aan het einde van het boekjaar.
De druk zal waarschijnlijk toenemen. Het Nederlandse beleid verlaagt van 2026 tot en met 2028 jaarlijks de CO2-grenzen in de bpm en verhoogt tegelijk de tarieven en de dieseltoeslag. De juridische toets voor de kwalificatie als gebruikte auto verandert daardoor niet. De financiële gevolgen van een zwakke aanname kunnen wel groter worden.
Het bewijs moet de auto volgen
Als de kwalificatie als gebruikte auto recht geeft op afschrijving, staat de Belastingdienst verschillende voorgeschreven berekeningsmethoden toe. Daartoe behoren een koerslijst, een taxatierapport en de forfaitaire tabel. Een onderneming mag de gunstigste toegestane methode kiezen, maar aan elke methode zijn eigen voorwaarden verbonden.
De methode met een taxatierapport is bijzonder gevoelig voor het moment van opname en de staat van de auto. De taxateur moet het voertuig fysiek opnemen binnen één maand vóór de keuring door de RDW. Na betaling van de bpm moet de auto bovendien zes werkdagen ongewijzigd en voor controle beschikbaar blijven.
Daarmee wordt de staat van het voertuig onderdeel van het fiscale dossier. Reparaties die te vroeg zijn uitgevoerd, foto’s die te laat zijn gemaakt of kilometerstanden die niet consequent zijn vastgelegd, kunnen het verhaal achter de aangifte verzwakken. Het gaat niet om papierwerk als doel op zich. Het gaat erom dat alle stukken dezelfde auto op hetzelfde moment beschrijven.
Een degelijk bedrijfsdossier verbindt daarom de aankoopfactuur, de buitenlandse registratiehistorie, de datum van eerste ingebruikname, de kilometerstand, transportdocumenten, bewijs van de staat van het voertuig, CO2-gegevens, de waarderingsgrondslag en de bpm-berekening. Degene die de aankoop goedkeurt, degene die de aangifte voorbereidt en degene die de auto boekt, mogen niet met verschillende versies van de werkelijkheid werken.
Het bredere fiscale beeld moet gescheiden blijven
De bpm-kwalificatie beslist niet over iedere fiscale vraag rond de auto. Of een voertuig fiscaal tot het ondernemingsvermogen of het privévermogen behoort, vraagt om een afzonderlijke beoordeling voor de inkomstenbelasting. Zakelijk en privégebruik hebben daarnaast hun eigen btw-gevolgen. Privégebruik van een auto van de zaak kan bovendien leiden tot een belastbare bijtelling.
Deze onderwerpen komen mogelijk samen in de administratie, maar mogen niet in één conclusie worden vermengd. Een auto kan voor de bpm nieuw zijn en toch een bedrijfsmiddel worden. Hij kan voor de bpm gebruikt zijn en later een zorgvuldige registratie van het privégebruik vereisen. Dat de onderneming de auto heeft betaald, beslist niet over de kwalificatie bij invoer.
Artikel 110 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie biedt een belangrijke waarborg voor geïmporteerde gebruikte voertuigen. De Nederlandse bpm mag niet hoger zijn dan de rest-bpm in een werkelijk vergelijkbare gebruikte auto die al in Nederland is geregistreerd. De Hoge Raad bevestigde dit vergelijkbaarheidsbeginsel in 2024 in een geschil over methoden voor het meten van CO2-uitstoot.
Die waarborg maakt niet iedere buitenlandse auto tot een gebruikte auto. Hij beschermt een gelijke fiscale behandeling binnen een deugdelijke vergelijking. Eerst komt de kwalificatie, daarna volgen de waardering en de berekening.
Terug op het terrein van de importeur blijft de buitenlandse kentekenplaat nuttig. Zij helpt de historie vast te stellen en kan de datum van eerste ingebruikname ondersteunen. Alleen kan zij niet de volledige beslissing dragen.
De rustigste koers is om de auto te prijzen op basis van de volledige kostprijs na invoer en een verwachte bpm-vermindering te behandelen als een onderbouwde berekening, niet als gratis marge. Na dertig jaar in en rond de Nederlandse administratie vertrouw ik documenten het meest wanneer elk stuk alleen hoeft te bewijzen wat het werkelijk kan bewijzen. Die discipline beschermt de liquiditeit, versterkt de aangifte en geeft de commerciële beslissing een eerlijke basis.
Laat vóór de aankoop van een bijna nieuwe importauto de bpm-kwalificatie, de bewijsstukken en de gevolgen voor de liquiditeit in samenhang beoordelen.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Registratie in buitenland maakt auto niet gebruikt voor bpm - Taxence
- Belastingdienst - New versus used classification of an imported passenger car
- Belastingdienst - BPM depreciation, valuation evidence and physical inspection
- Belastingdienst - Tariff selection and the first-use date
- Rechtspraak - EU non-discrimination and BPM on imported used cars
- Rijksoverheid - 2026 to 2028 BPM rate pressure
- Ondernemersplein - Import and registration trigger for BPM
- Rechtspraak - Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2018:744
