In ECLI:NL:RBGEL:2026:5889 draait het bij Rechtspraak om een geschil waarin administratie, waardering en ondernemingsfeiten samen de uitleg moesten dragen. Voor oprichters is de praktische vraag vooral of de administratie standhoudt wanneer iemand de feiten, bedragen, aannames en beslissingen opnieuw tegen het licht houdt.
Een voormalige directeur sluit zijn onderneming, verwerkt het verlies en gaat verder. Jaren later levert een oud verlies in box 2 alsnog fiscaal voordeel op. De zaak lijkt persoonlijk en overzichtelijk.
Then a letter arrives for the lower-earning partner. It concerns money the household has received, and perhaps already used for care costs, repairs or ordinary bills.
Belastingdienst rules create this tension when a substantial-interest loss becomes a tax credit and one partner still qualifies for payment of the general tax credit. The issue is limited, but it matters to a generation now selling businesses, unwinding holding companies and settling old exits.
Eén huishouden, twee aanslagen
Sinds 2023 wordt de algemene heffingskorting niet meer uitbetaald aan een minstverdienende fiscale partner die na 1962 is geboren. Voor partners die vóór 1963 zijn geboren, blijft die mogelijkheid bestaan als zij aan de voorwaarden voldoen.
Die grens is belangrijk. Het gaat dus niet om een algemeen probleem voor stellen met ongelijke inkomens. De kwestie speelt vooral bij oudere huishoudens, waaronder voormalige directeur-grootaandeelhouders van wie de geschiedenis van de bv nog altijd doorwerkt in de persoonlijke belastingpositie.
Een verlies in box 2 kan blijven bestaan nadat aandelen zijn verkocht, een onderneming is geliquideerd of een aanmerkelijk belang op een andere manier is geëindigd. Onder wettelijke voorwaarden kan de belastingplichtige het onverrekende verlies later laten omzetten in een belastingkorting.
Voor 2026 publiceert de Belastingdienst een omzettingspercentage van 24,50%. Voor eerdere jaren kan een ander percentage gelden. De daaruit voortvloeiende korting vermindert de inkomstenbelasting en de premies volksverzekeringen in box 1.
Dat voordeel kan ook de belastingruimte verkleinen die de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner mogelijk maakt. Het belastingvoordeel van de ene partner kan daardoor de verwachte uitbetaling aan de andere partner verminderen.
Neem een gepensioneerde ondernemer en een echtgenoot met weinig belastbaar inkomen. In het voorjaar komt een partnergerelateerde teruggaaf op hun bankrekening binnen. Het geld gaat op aan woningonderhoud en zorgkosten.
In de zomer wordt de aanslag van de ondernemer verlaagd nadat het oude verlies in box 2 is omgezet. Het huishouden krijgt in de ene aanslag een voordeel, terwijl daardoor de grondslag onder de eerdere teruggaaf in de andere aanslag verandert.
Het echte risico zit in de timing
Ik zie dit minder als een ingewikkelde berekening dan als een probleem van schijnbare finaliteit. Er komt een aanslag, het geld wordt betaald en het huishouden beschouwt de zaak als afgedaan.
Toch kan de samenhangende aanslag van de andere fiscale partner nog wijzigen. De brieven komen afzonderlijk binnen, terwijl de financiële logica ervan met elkaar verbonden blijft.
Voor een minstverdienende partner die vóór 1963 is geboren en aan de voorwaarden voldoet, bedraagt de maximaal gepubliceerde uitbetaling in 2026 €3.115. Het werkelijke bedrag hangt mede af van de Nederlandse belasting die de andere partner betaalt.
Daalt die belasting, dan kan ook de uitbetaling aan de partner dalen. Een terugbetaling kan dan volgen.
Ook aan de omzetting van het verlies zijn voorwaarden verbonden. Het verlies moet eerst zijn vastgesteld bij een onherroepelijke aanslag inkomstenbelasting. Beide fiscale partners mogen in het jaar waarin de korting wordt verleend en in het voorafgaande jaar geen aanmerkelijk belang hebben gehad.
De Belastingdienst stelt de korting vast bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Binnen de geldende termijn kan de dienst ook een eerdere onherroepelijke aanslag verminderen om een rechtmatige korting te verwerken.
Wat de huishoudelijke administratie moet laten zien
Voor veel ondernemers blijft het oude verlies in box 2 onderdeel van het verhaal van de voormalige onderneming. Het hoort bij de verkoop, liquidatie of mislukte investering. De teruggaaf aan de partner hoort bij het privéleven.
Die scheiding is begrijpelijk, maar kan het zicht op het huishoudelijke geld vertroebelen. Een bruikbaar overzicht zet de aanslagen van beide partners op één tijdlijn.
Daarop staan het moment waarop het verlies in box 2 definitief werd, het moment waarop de omzetting is aangevraagd, het jaar waarin de korting is benut, de datum waarop iedere aanslag binnenkwam en welk bedrag is betaald. Daarvoor is geen uitgebreide administratie nodig.
Een heldere chronologie maakt de afhankelijkheid vaak meteen zichtbaar. Zij onderscheidt ontvangen geld van geld dat het huishouden redelijkerwijs als definitief kan beschouwen.
Zolang een beschikking over de omzetting van het verlies of een samenhangende aanslag nog kan wijzigen, verdient een partnergerelateerde teruggaaf terughoudendheid. De houdbaarheid ervan kan afhangen van een andere berekening die nog niet is afgerond.
Belastingschuld en betalingsvermogen
Er is nog een onderscheid dat scherp moet blijven. Een geschil over de hoogte van de belasting hoort thuis in de aanslagprocedure. Moeite met het betalen van een vastgestelde schuld hoort bij de invordering.
Regelingen van de Belastingdienst voor bepaalde particuliere inkomstenbelastingschulden kunnen een standaardtermijn van maximaal 12 maanden omvatten. Andere regelingen hangen af van de betalingscapaciteit en de persoonlijke omstandigheden; invorderingsrente kan van toepassing zijn.
De betalingsvraag volgt dus een eigen route. Zij verandert de onderliggende berekening niet, maar kan wel bepalen of een huishouden zijn kasstroom weer onder controle krijgt.
De voormalige directeur en zijn echtgenoot hebben één huishoudelijke vraag, ook al stuurt het belastingstelsel twee afzonderlijke aanslagen. Heeft de omzetting van het verlies werkelijk een nettovoordeel opgeleverd, of is het geld deels van de aanslag van de ene partner naar die van de andere verschoven?
Het antwoord staat in het gezamenlijke resultaat, niet in de brief die het prettigst uitvalt.
Een oud verlies uit de bv is op zichzelf geen probleem. Het kan rechtmatig en waardevol fiscaal voordeel opleveren. De discipline zit erin dat voordeel door te rekenen tot op het niveau van het huishouden voordat het geld als definitief wordt beschouwd.
Bij belastingen geldt, net als in een administratie, dat timing de betekenis van een volkomen juiste boeking kan veranderen.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Linda Pavan voor publicatie.
