Een door de rechter afgedwongen fiscale reparatie verlaagt voor sommige werknemers het nettoloon, terwijl de werkgever de menselijke gevolgen moet opvangen.
Stel u een kleine werkgever voor die de eerste loonrun van januari controleert. Het brutoloon van een werknemer is niet veranderd. Ook de uitkering die via de werkgever wordt betaald, is gelijk gebleven. Toch wordt er een aanzienlijk lager bedrag op de bankrekening van de werknemer gestort. De berekening kan kloppen, maar het gesprek begint onvermijdelijk met één vraag: wat is er met mijn loon gebeurd?
Die situatie volgt uit de eerste Nieuwsbrief Loonheffingen 2027 van de Belastingdienst, gepubliceerd op 19 augustus. Vanaf 1 januari 2027 mogen werkgevers de arbeidskorting niet langer berekenen over bepaalde socialezekerheidsuitkeringen die via de werkgever of door een eigenrisicodrager worden betaald. De nieuwe behandeling gaat zonder extra overgangstermijn in.
Volgens de raming van het kabinet ontvangen ongeveer 11.000 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering via hun werkgever. Landelijk is dat een beperkte groep. Binnen één huishouden kan het effect niettemin groot zijn. Het gaat vaak om werknemers die al te maken hebben met ziekte, arbeidsongeschiktheid of een verminderd verdienvermogen. Een lager nettobedrag voelt voor hen niet als een technische correctie.
Waarom de betaalroute ertoe deed
De wijziging volgt op het arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1657. De zaak ging over een WGA-uitkering. De Hoge Raad oordeelde dat sprake was van een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen iemand die rechtstreeks door UWV werd betaald en iemand die dezelfde soort uitkering via een werkgever ontving.
De wetgever kon twee kanten op. De gunstige toepassing van de arbeidskorting kon worden uitgebreid naar rechtstreekse betalingen door UWV, of worden geschrapt voor uitkeringen die via de werkgever lopen. Het kabinet koos voor de tweede route. Vanaf 2027 geldt de arbeidskorting alleen nog voor kwalificerend inkomen uit tegenwoordige arbeid, niet voor het betrokken uitkeringsdeel.
Daarmee komt het financiële resultaat midden in de arbeidsrelatie terecht. De werkgever heeft de regel niet bedacht, maar de loonstrook brengt het nieuws. Een werknemer kan netto minder ontvangen terwijl het brutoloon, het recht op de uitkering en een bestaande werkgeversaanvulling ongewijzigd blijven.
Meer dan een tabelwijziging
Operationeel gaat het niet simpelweg om een hoger inhoudingspercentage. Als loon uit tegenwoordige arbeid en een uitkering uit vroegere arbeid samen worden betaald, moet de werkgever deze via twee afzonderlijke inkomstenverhoudingen aangeven. De arbeidskorting hoort uitsluitend bij de inkomstenverhouding voor de tegenwoordige arbeid.
De salarissoftware moet bovendien de witte en groene loonbelastingtabellen combineren volgens de door de Belastingdienst voorgeschreven methode. Daarvoor moet iedere betaling juist worden ingedeeld. Een loonaanvulling, een WGA-uitkering en regulier salaris kunnen door hetzelfde loonproces lopen, maar hebben fiscaal niet hetzelfde karakter.
Het officiële rekenvoorbeeld laat zien waarom voorbereiding nodig is. Bij een totale maandelijkse betaling van € 3.000, waarvan € 2.000 WGA-uitkering, leidt de gewijzigde methode tot een illustratief nettoverschil van € 374,50. In het voorbeeld worden de tabellen van 2026 gebruikt; het bepaalt dus niet het definitieve bedrag voor januari 2027. Het maakt wel duidelijk dat het effect groot genoeg kan zijn om een huishoudbudget te ontregelen.
Een klein bedrijf kan de loonadministratie uitbesteden. De relatie met de werknemer kan het niet uitbesteden. Het salarisbureau kan de inkomstenverhoudingen en berekening inrichten, maar de eerste bezorgde vraag komt doorgaans bij de werkgever terecht. Wachten tot januari maakt van een wettelijke wijziging een vermijdbaar vertrouwensprobleem.
Eerst het gesprek, dan de berekening
Begin met inventariseren, niet met schatten. Een werkgever moet weten of er via de loonadministratie een WAO-, WAZ-, Wajong-, IVA-, WGA-, kwalificerende Ziektewet-, Wamil-, BNO-, WTV- of Toeslagenwetuitkering loopt. Een eigenrisicodragerschap vraagt extra aandacht, omdat de betaalstroom dicht tegen de eigen administratie van de werkgever aan kan liggen.
De volgende zinvolle stap is een schriftelijke uitvraag bij de salarisverwerker. Vraag naar de splitsing in inkomstenverhoudingen, de toerekening van de arbeidskorting, de behandeling van aanvullingen en de controle van de eerste loonrun van 2027. Een algemene toezegging dat de software wordt bijgewerkt, is minder bruikbaar dan een concrete bevestiging van de verwerking voor de betrokken werknemers.
Maak in de communicatie duidelijk onderscheid tussen het bruto recht, de loonheffing en de nettobetaling. Als die zaken door elkaar lopen, kunnen werknemers denken dat de werkgever hun salaris of uitkering heeft verlaagd. De uitleg kan eenvoudig blijven: de brutobedragen kunnen gelijk zijn gebleven, terwijl via de loonadministratie minder arbeidskorting wordt toegepast omdat de uitkering daarvoor niet langer meetelt.
Dat onderscheid behoedt de werkgever ook voor een overhaaste toezegging. Het verzoek om het vroegere nettobedrag te behouden is begrijpelijk, maar compensatie volgt niet automatisch. Een vrijwillige aanvulling is een afzonderlijke beslissing met gevolgen voor de loonkosten, de contractuele positie en de loonadministratie. Begrip voor de werknemer mag een heldere berekening van de structurele kosten en fiscale behandeling niet vervangen.
Het huishoudelijke effect kan verder reiken
Voor sommige ouders kan ook de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de IACK, veranderen. Vanaf 2027 telt het betrokken uitkeringsdeel voor deze korting niet meer als arbeidsinkomen. Wie de IACK via een voorlopige aanslag ontvangt, moet die aanslag volgens de Belastingdienst begin 2027 aanpassen.
Hier ligt een duidelijke grens aan de communicatie vanuit de loonadministratie. De werkgever kan de gewijzigde loonstrook toelichten en de verschillende betalingscomponenten benoemen. De uiteindelijke inkomstenbelasting hangt af van de bredere omstandigheden van het huishouden. Hetzelfde geldt voor een persoonlijke beslissing over de voorlopige aanslag. De salarisadministratie moet informeren zonder te doen alsof zij het volledige huishoudelijke dossier kent.
Rechtstreekse betalingen door UWV behouden hun bestaande behandeling. De wijziging betreft de berekening van de arbeidskorting over de betrokken uitkeringen die via een werkgever of door een eigenrisicodrager worden betaald. Dat onderscheid hoort in de uitleg thuis, zeker wanneer werknemers hun situatie vergelijken met die van iemand die de uitkering via een andere route ontvangt.
Terug aan de tafel bij de loonrun van januari is de beste uitkomst niet dat niemand iets merkt. De cijfers zijn gecontroleerd, de betrokken werknemer begrijpt de oorzaak al en de werkgever kan rustig antwoord geven. Een technisch juiste loonstrook is onmisbaar. In dit geval is een goed voorbereid gesprek eveneens onderdeel van een correcte loonadministratie.
Raakt deze wijziging uw loonadministratie, controleer dan vóór de eerste loonrun van januari 2027 zowel de berekening als de communicatie aan werknemers.
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Linda Pavan Geraedts. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel te vormen. AI is alleen gebruikt als schrijfhulp. De uiteindelijke Nederlandse tekst is persoonlijk beoordeeld, bewerkt en goedgekeurd door Linda Pavan Geraedts vóór publicatie.
Bronnen
- Geen arbeidskorting meer bij uitkering via werkgever en loon: gevolgen voor werknemers · Salaris Vanmorgen
- Belastingdienst - Final payroll rule from 1 January 2027
- Rijksoverheid - Affected population and policy rationale
- Rechtspraak - Supreme Court origin of the change
- Rechtspraak - Current judicial follow-up before the 2027 rule
- Belastingdienst - IACK and payroll-tax-credit administration
- Rijksoverheid
