Het eerste teken van een betere winkelmaand is meestal fysiek. Er lopen meer mensen rond. De betaalautomaat maakt overuren. De eigenaar blijft langer, want retouren, dozen en de kas moeten nog worden afgehandeld.
Op 1 juli gaf het CBS dat gevoel een steviger onderbouwing. De omzet van de Nederlandse detailhandel, exclusief tankstations, lag in mei 2026 2,9 procent hoger dan een jaar eerder. Het verkoopvolume steeg met 2,3 procent. Het CBS corrigeerde de cijfers voor het aantal koopdagen. Zonder die correctie kwam de omzet 1,2 procent hoger uit.
Voor een kleine retailer is vooral dat volume relevant. Mei draaide niet alleen om hogere prijzen. Er ging daadwerkelijk meer door de winkels. Dat is welkom, maar de moeilijkere vraag blijft of die extra omzet ook bruikbare liquiditeit oplevert.
De groei was vooral selectief
Mei bevestigde het sterkere beeld dat in het eerste kwartaal al zichtbaar was. Toen meldde het CBS een omzetgroei van 2,2 procent en een volumegroei van 1,4 procent.
De stijging was ongelijk verdeeld. De fooddetailhandel zag de omzet met 1,2 procent toenemen en het volume met 0,7 procent. De non-food deed meer werk, met een omzetgroei van 3,9 procent en een volumegroei van 3,1 procent. Drogisterijen waren binnen de genoemde branches koploper, met 6,5 procent omzetgroei. Meubels en woninginrichting stegen met 3,8 procent, kleding met 3,7 procent en schoenen en lederwaren met 0,7 procent.
Ook de onlinehandel groeide: de omzet lag 4,8 procent hoger. De onderverdeling is van belang. Multichannelbedrijven zagen hun onlineomzet met 6,7 procent stijgen. Pure webwinkels kwamen uit op 3,5 procent groei. Online kleding en mode sprongen 14,0 procent omhoog. De onlineverkoop van consumentenelektronica daalde met 3,1 procent, volgens het CBS de eerste daling op jaarbasis in een jaar tijd.
Dat wijst op selectieve vraag onder druk. Klanten kopen nog steeds, maar maken keuzes. Het verkoopkanaal doet ertoe. De productgroep ook. Een winkel met een toonbank én een goed werkende online route heeft meer speelruimte dan een bedrijf dat volledig van één kanaal afhankelijk is.
De kas blijft de echte toets
Een retailer kan groei al voelen voordat die als geld op de bank staat. Het oude onderscheid tussen omzet en liquiditeit is nog altijd springlevend.
Een kledingwinkel met een drukkere mei kan in juni ook meer retouren verwerken. Een meubelzaak ontvangt vandaag misschien aanbetalingen, maar houdt de leveringsverplichtingen voor later. Een drogisterij verkoopt meer, maar ziet de marge verdampen als acties de gemiddelde bon onder druk zetten. Een elektronicawinkel kan meer omzet in de zaak boeken terwijl de online prijsconcurrentie verder aantrekt.
De administratie moet laten zien wat de maand werkelijk heeft opgeleverd. Brutoverkopen zijn geen netto-omzet. Ontvangen pinbetalingen zijn nog geen uiteindelijke marge. Onlinegroei wordt duur wanneer fulfilment, transactiekosten, klantenservice en retouren gelijke tred houden met de omzet.
Btw hoort in dezelfde beheersing thuis. Waar de kasstelselregeling geldt, berekent de Belastingdienst de btw over bedragen die in het aangiftetijdvak daadwerkelijk contant zijn ontvangen of op de bankrekening zijn bijgeschreven. Bij omzet tegen verschillende btw-tarieven is een afzonderlijke administratie per tarief nodig. Voor een winkel met een gemengd assortiment is dat dagelijkse kost.
Btw-geld kan al op de bank staan voordat het moet worden afgedragen. Het is geen vrij besteedbaar geld voor nieuwe voorraad. De Belastingdienst verlangt betaling binnen één maand na afloop van het tijdvak waarop de btw-aangifte betrekking heeft. Een sterke mei kan dus alsnog een lastige juli opleveren als de belastingpot te snel aan nieuwe voorraad is opgegaan.
Lonen maken de maand krapper
Groei in de detailhandel vraagt bovendien om mensen. Meer bezoekers, meer onlinebestellingen, meer retouren en meer vragen over bezorging kosten allemaal betaalde uren.
Vanaf 1 juli 2026 bedraagt het brutowettelijk minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder €14,99, tegenover €14,71 op 1 januari. Voor arbeidsintensieve winkels is die timing relevant. Meer verkoop helpt alleen als openingstijden, roosters en serviceniveau nog binnen de marge passen.
Het punt is niet dat personeelskosten verkeerd zijn. Winkels hebben mensen nodig. De vraag is of ieder betaald uur werk oplevert dat de klant waardeert en de marge kan dragen. Een extra rustig uur aan het einde van de dag kan klantvriendelijk voelen. Het kan ook de winst van een eerder hogere gemiddelde besteding weer tenietdoen.
Hier houdt ‘sturing’ op een woord uit de bestuurskamer te zijn. Het wordt de eigenaar die weet welke uren geld opleveren, welke productgroepen doorlopen, welke kortingen de marge opeten en welke leveranciersfactuur binnenkomt voordat de volgende pinuitbetaling is bijgeschreven.
Wat de eigenaar maandag controleert
Het bredere officiële beeld verklaart waarom veel ondernemers nog niet ontspannen achteroverleunen. Het CBS zette het ondernemersvertrouwen in de detailhandel aan het begin van het tweede kwartaal op -11,8, na +1,4 aan het begin van het eerste kwartaal. Volgens het CBS was dat niveau het laagste in drie jaar.
Consumenten waren in juni minder negatief. Het vertrouwen verbeterde van -46 naar -39, de grootste maandelijkse verbetering in meer dan elf jaar. Het bleef daarmee ver onder het twintigjarig gemiddelde van -11. Dat is een beter humeur, geen zorgeloze klant.
Krediet voegt daar een laag aan toe. In maart 2026 hadden banken volgens DNB €340 miljard uitstaan bij het Nederlandse bedrijfsleven; iets minder dan de helft daarvan ging naar het mkb. Het mkb betaalde ongeveer 3,6 procent over uitstaand krediet, tegenover circa 3,1 procent voor niet-mkb-bedrijven. In de groothandel en detailhandel stond ongeveer €37 miljard aan bankleningen uit.
Voor een winkel die gebruikmaakt van rekening-courantkrediet, leverancierskrediet of voorraadfinanciering, worden de cijfers belangrijker zodra geld een prijs heeft. Een bank, leverancier of verhuurder zal een betere omzetmaand sneller vertrouwen wanneer de eigenaar marge, btw-timing, voorraadbeweging en aflossingscapaciteit afzonderlijk kan laten zien.
Maandagochtend begint dus met eenvoudige vragen. Welke verkopen hadden volledige marge? Welke artikelen zijn retour gekomen? Welke voorraad moet worden bijbesteld en welke ligt al te lang? Is de btw herkenbaar apart gezet? Zijn de uren in juli verstandig gepland? Past het betalingsschema van de leverancier bij het geld dat daadwerkelijk binnenkomt via pin, platform en bank?
Mei biedt Nederlandse retailers een reële opening. Tegelijk blijft de toets vlak bij de kassa liggen. De ondernemers die er het meest aan hebben, maken van de drukkere maand een nette marge, beheersbare voorraad, afgedragen belasting, werkbare roosters en een banksaldo dat ook na sluitingstijd nog klopt.
Wilt u bespreken wat dit betekent voor uw bedrijf?
De data, bronnen en analyse achter dit artikel zijn uitgevoerd door Paolo Maria Pavan. AI is niet gebruikt om bronnen te identificeren, de feitelijke basis op te bouwen of het analytische oordeel in dit artikel te vormen. AI is alleen gebruikt als hulpmiddel bij het opstellen. De definitieve Nederlandse tekst is persoonlijk nagekeken, geredigeerd en goedgekeurd door Paolo Maria Pavan voor publicatie.
